M

Maak, dat dit volk geen rustplaats vind';
Maak hen gelijk aan 't lichtverdorrend gras,
Maak in Uw woord mijn gang en treden vast,
Maak Uwe weldaân wonderbaar,
Maak z' als dat gras, waarmee de maaier nooit,
Maan en sterren, min in pracht,
Maar (blij vooruitzicht, dat mij streelt!)
Maar ach, hier is het recht vergeten;
Maar ach, mijn God, waar blijkt Uw trouw nu, waar Uw eer?
Maar d' Opperheer, die Zijn geduchten stoel
Maar d' altoos wijze raad des HEEREN
Maar de HEER zal uitkomst geven,
Maar die nu hulp'loos kermen,
Maar elk, die snood, door listige bedrijven,
Maar geef Uw dierb'ren gunstelingen,
Maar Gij, HEER, Gij zijt lankmoedig,
Maar Gij, o HEER, tot Wien mijn ziel zich keert,
Maar God zond Mozes, die tevoren
Maar God, aanschouwend al hun lagen,
Maar ik ben, in d' ongelukken,
Maar ik zal als d' olijfboom groeien,
Maar ik, ik ben oprecht;
Maar mij ontmoet Uw mededogen;
Maar mijn vijand zie ik leven,
"Maar Mijn volk wou niet
Maar 's HEEREN gunst zal over die Hem vrezen,
Maar schoon zij dus Gods goedheid ondervonden,
Maar 't aardrijk opende zijn mond,
Maar 't heilig volk, dat op deez' aarde leeft,
Maar 't vrome volk, in U verheugd,
Maar wat klaag ik, HEER der heren?
Maar wij, om Uwentwil verdreven,
Maar wil dit volk niet bukken
Maar word' ik ooit met bange vrees belaân,
Maar zij vergaten 's HEEREN werk;
Maar, HEER, Gij zijt nabij, Gij ziet mij aan;
Maar, HEER, Gij zijt veel sterker dan 't geweld
Maar, in dit smartelijk verdriet,
Maar, Israël, vertrouw gij op den HEER;
Maar, toen G' U slechts een ogenblik
Maar, trouwe God, Gij zijt
Men denkt niet meer aan hun verleden staat,
Men heeft mij fel benauwd van jongs af aan,
Men heeft mijn rug door ploegers diep geploegd;
Men heeft ons wreed vanéén gereten,
Men neem' hen, daar hun lastermonden
Men spreekt van u zeer herelijke dingen,
Men telt veeleer de haren van mijn hoofd,
Men voer' dien God geschenken aan,
Men zag hen zelfs, door drift verblind,
Men zal die bozen, door 't geweld
Men ziet u blij, in statelijke reien,
Merk op, mijn ziel, wat antwoord God u geeft;
Met hen trekt Ammon éne lijn,
Mijn beê, met opgeheven handen,
Mijn beend'ren kan ik tellen, één voor één.
Mijn beend'ren spreken tot Uw eer:
Mijn broed'ren ben ik vreemd, door elk onteerd,
Mijn geroep, uit angst en vrezen,
Mijn God, Gij hebt mij, op mijn klacht,
Mijn God, Gij hebt Uw wond'ren groot gemaakt;
Mijn God, ik steun op Uw vermogen,
Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij,
Mijn God, U zal ik eeuwig loven,
Mijn God, wat is de mens dan op deez' aarde!
Mijn God, zo 'k immer hebb' bedreven,
"Mijn hand zal hoe 't ook ga, hem sterken dag en nacht;
Mijn hart kleeft vast aan waarheid en aan deugd;
Mijn hart verfoeit en haat
Mijn hart verheft zich niet, o HEER!
Mijn hart voelt weên en bange nepen;
Mijn hart zal steeds op U vertrouwen,
Mijn hart zegt mij, o HEER ,van Uwentwegen:
Mijn hart, o Hemelmajesteit,
Mijn hart, vervuld met heilbespiegelingen,
Mijn ijver heeft van smart mij doen vergaan,
Mijn kracht is, als een scherf, van sap beroofd,
Mijn lippen zullen juichend roemen,
Mijn ogen treuren om mijn leed,
Mijn ogen zijn bezweken, rood geschreid,
Mijn ontstoken ingewanden
Mijn oog is rood gekre - ten,
Mijn oog zal hen aanschouwen,
Mijn vijand roem' op zijn vermogen;
Mijn vijand word', eer hij 't verwacht,
Mijn vijand, dorstig naar mijn bloed,
Mijn voet hebt Gij doen in de ruimte treden;
Mijn weêrpartijders, zeer te duchten,
Mijn ziel bepeinst Uw wonderdaân,
Mijn ziel bewaart Uw trouw getuigenis;
Mijn ziel bezwijkt, zij is gans afgemat,
Mijn ziel grijp moed: wijkt bo - zen,
Mijn ziel is immers stil tot God;
Mijn ziel is in mijn hand, steeds in gevaar;
Mijn ziel kleeft U standvastig aan;
Mijn ziel verheft Gods eer;
Mijn ziel, der tegenheden zat,
Mijn ziel, die naar den vrede haakt,
Mijn ziel, gans neergebo - gen,
Mijn ziel, herdenk met heilig beven,
Mijn ziel, hoe treurt ge dus verslagen?
Misbruikt geenszins den naam des HEEREN;

Over psalmboek.nl

Contact

Copyright 2019


Sponsor: Erdee Media Groep