Home Kernwoorden Psalmen Belijdenis Zingen UitlegBoeken
 
 

 
1265176101126
2275277102127
3285378103128
4295479104129
5305580105130
6315681106131
7325782107132
8335883108133
9345984109134
10356085110135
11366186111136
12376287112137
13386388113138
14396489114139
15406590115140
16416691116141
17426792117142
18436893118143
19446994119144
20457095120145
21467196121146
22477297122147
23487398123148
24497499124149
255075100125150
 
 

Psalm 111

Vers 1
Looft, Hallelujah, looft den HEER!
Mijn ganse hart verheft Zijn eer;
Ik zal Zijn naam en grootheid prijzen;
'k Zal, met d' oprechten onderling
Vereend, in hun vergadering
En raad, Hem plechtig eer bewijzen. 

Vers 2
Des HEEREN werken zijn zeer groot;
Wie ooit daarin zijn lust genoot,
Doorzoekt die ijv'rig en bestendig;
Zijn doen is enkel majesteit,
Aanbiddelijke heerlijkheid,
En Zijn gerechtigheid onendig. 

Vers 3
Hij maakte, Hij, die heerlijk is,
Zijn wond'ren een gedachtenis;
Hij is barmhartig en genadig;
Hij gaf hun, die Hem vrezen, spijs;
En, Zijnen groten naam ten prijs,
Gedenkt Hij Zijns verbonds gestadig. 

Vers 4
Hij heeft de kracht Zijns werks getoond
Aan 't volk, waarbij Hij gunstrijk woont;
Hij gaf, ten hunnen nutt' en voordeel,
Hun d' erve van het heidendom.
Des HEEREN werken zijn alom
En altoos waarheid, recht en oordeel. 

Vers 5
't Is trouw, al wat Hij ooit beval;
Het staat op recht en waarheid pal,
Als op onwrikb're steunpilaren;
Hij is het, die verlossing zond
Aan al Zijn volk; Hij zal 't verbond
Met hen in eeuwigheid bewaren. 

Vers 6
Zijn naam is heilig en geducht;
De vijand beeft op Zijn gerucht;
Maar 's HEEREN vrees zal altoos wezen
't Begin der wijsheid; wien Gods hand
Die doet betrachten, heeft verstand;
Zijn naam blijft eeuwiglijk geprezen. 

SVHSVKJVFRDUAFRESP

Psalm 111

1 Hallelujah! [Aleph]. Ik zal den HEERE loven van ganser harte; [Beth]. In den raad en vergadering der oprechten.

2 [Gimel]. De werken des HEEREN zijn groot; [Daleth]. zij worden gezocht van allen, die er lust in hebben.

3 [He]. Zijn doen is majesteit en heerlijkheid; [Vau]. en Zijn gerechtigheid bestaat in der eeuwigheid.

4 [Zain]. Hij heeft Zijn wonderen een gedachtenis gemaakt; [Cheth]. de HEERE is genadig en barmhartig.

5 [Teth]. Hij heeft dengenen, die Hem vrezen, spijs gegeven; [Jod]. Hij gedenkt in der eeuwigheid aan Zijn verbond.

6 [Caph]. Hij heeft de kracht Zijner werken Zijn volke bekend gemaakt; [Lamed]. hun gevende de erve der heidenen.

7 [Mem]. De werken Zijner handen zijn waarheid en oordeel; [Nun]. al Zijn bevelen zijn getrouw.

8 [Samech]. Zij zijn ondersteund voor altoos [en] in eeuwigheid; [Ain]. zijnde gedaan in waarheid en oprechtigheid.

9 [Pe]. Hij heeft Zijn volke verlossing gezonden; [Tsade]. Hij heeft Zijn verbond in eeuwigheid geboden; [Koph]. Zijn Naam is heilig en vreselijk.

10 [Resch]. De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid; [Schin]. allen, die ze doen, hebben goed verstand; [Thau]. Zijn lof bestaat tot in der eeuwigheid.