Home Kernwoorden Psalmen Belijdenis Zingen UitlegBoeken
 
 

 
1265176101126
2275277102127
3285378103128
4295479104129
5305580105130
6315681106131
7325782107132
8335883108133
9345984109134
10356085110135
11366186111136
12376287112137
13386388113138
14396489114139
15406590115140
16416691116141
17426792117142
18436893118143
19446994119144
20457095120145
21467196121146
22477297122147
23487398123148
24497499124149
255075100125150
 
 

Psalm 47

Vers 1
Juicht, o volken, juicht;
Handklapt, en betuigt
Onzen God uw vreugd;
Weest te zam verheugd;
Zingt des Hoogsten eer;
Buigt u voor Hem neer.
Alles ducht Zijn kracht;
Alles vreest Zijn macht;
Zijne Majesteit
Maakt haar heerlijkheid,
Over 't rond der aard',
Wijd en zijd vermaard.

Vers 2
Naar Gods wijs bestel,
Op Gods hoog bevel,
Slaan wij, door Zijn hand,
Volken aan den band;
Die, door ons verneêrd,
Door ons overheerd,
Strekken tot een blijk,
Hoe Hij, liefderijk,
Aan Zijn woord gedenkt,
d' Erfenis ons schenkt,
Jacobs heerlijkheid,
Aan hem toegezeid. 

Vers 3
God vaart, voor het oog,
Met gejuich omhoog;
't Schel bazuingeluid
Galmt Gods glorie uit.
Heft den lofzang aan,
Zingt Zijn wonderdaân,
Zingt de schoonste stof,
Zingt des Konings lof
Met een zuiv'ren galm,
Met een blijden psalm;
Hij, de Vorst der aard',
Is die hulde waard. 

Vers 4
Zingt des Hoogsten eer,
Opdat ieder leer',
Hoe Hij heerst alom
Over 't heidendom;
Hoe Hij van Zijn troon
Geeft Zijn rijksgeboôn,
Daar het al voor bukt,
Eed'len, gans verrukt,
Nu hun 't Godd'lijk licht
Straalt in 't aangezicht,
Delen in ons lot,
Eren Abrams God. 

Vers 5
D' eersten van den staat,
Die den onderzaat,
Naar Gods wijze wet,
Zijn ten schild gezet,
Eren 's Hoogsten macht.
God munt uit in kracht. 

SVHSVKJVFRDUAFRESP

Psalm 47

1 Een psalm, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach. Al gij volken, klapt in de hand; juicht Gode met een stem van vreugdegezang.

2 Want de HEERE, de Allerhoogste, is vreselijk, een groot Koning over de ganse aarde.

3 Hij brengt de volken onder ons, en de natien onder onze voeten.

4 Hij verkiest voor ons onze erfenis, de heerlijkheid van Jakob, dien Hij heeft liefgehad. Sela.

5 God vaart op met gejuich, de HEERE met geklank der bazuin.

6 Psalmzingt Gode, psalmzingt! Psalmzingt onzen Koning, psalmzingt!

7 Want God is een Koning der ganse aarde; psalmzingt [met] een onderwijzing!

8 God regeert over de heidenen; God zit op den troon Zijner heiligheid.

9 De edelen der volken zijn verzameld [tot] het volk van den God van Abraham; want de schilden der aarde zijn Godes. Hij is zeer verheven!