Home Kernwoorden Psalmen Belijdenis Zingen UitlegBoeken
 
 

 
1265176101126
2275277102127
3285378103128
4295479104129
5305580105130
6315681106131
7325782107132
8335883108133
9345984109134
10356085110135
11366186111136
12376287112137
13386388113138
14396489114139
15406590115140
16416691116141
17426792117142
18436893118143
19446994119144
20457095120145
21467196121146
22477297122147
23487398123148
24497499124149
255075100125150
 
 

Psalm 92

Vers 1
Laat ons den rustdag wijden
Met psalmen tot Gods eer.
't Is goed, o Opperheer,
Dat w' ons in U verblijden;
't Zij d' ochtendstond, vol zoetheid,
Ons stelt Uw gunst in 't licht,
't Zij ons de nacht bericht
Van Uwe trouw en goedheid. 

Vers 2
't Voegt ons met blijde klanken,
Door 't voorbedachte lied,
Hem, die het al gebiedt,
Op harp en luit te danken.
Gij hebt door Uw vermogen,
O HEER, mijn hart verheugd;
Ik zal, verrukt van vreugd,
Uw grote daân verhogen. 

Vers 3
Hoe groot zijn, HEER, Uw werken!
Hoe ver gaat Uw beleid!
Gij stelt, met mogendheid,
Elk deel zijn juiste perken.
Een ziel, aan 't stof gekluisterd,
Beseft Uw daden niet;
Geen dwaas weet, wat hij ziet;
Zijn oordeel is verduisterd. 

Vers 4
Dat vrij, als groene telgen,
De boze welig groei';
Gij zult, in zijnen bloei,
Voor eeuwig hem verdelgen.
Niets stelt U immer palen;
Gij zijt de hoogst' in macht;
Gij zijt de HEER; Uw kracht
Zal eeuwig zegepralen. 

Vers 5
Wie U durft wederstreven,
Wie onrecht durft begaan.
Zult Gij, o God, weerstaan,
Verstrooien en doen sneven.
Gij zult mijn eer vergroten,
Mij sterken in mijn stand;
Ik ben door Uwe hand,
Met olie overgoten. 

Vers 6
Mijn oog zal hen aanschouwen,
Die listig al mijn paân
In 't heim'lijk gadeslaan,
Mij telkens onrust brouwen;
Ook zal mijn oor eens horen,
Dat Gij de bozen straft,
Dat Gij mij wraak verschaft
Van hen, die mij verstoren. 

Vers 7
't Rechtvaardig volk zal bloeien,
Gelijk op Libanon,
Bij 't koest'ren van de zon,
De palm en ceder groeien.
Zij, die in 't huis des HEEREN,
In 't voorhof zijn geplant,
Zien door des Hoogsten hand
Hun wasdom steeds vermeêren. 

Vers 8
In hunne grijze dagen
Blijft hunne vreugd gewis;
Zij zullen, groen en fris,
Gewenste vruchten dragen;
Om met verheugde monden
Te roemen 't recht mijns Gods.
In Hem, mijn vaste rots,
Is 't onrecht nooit gevonden. 

SVHSVKJVFRDUAFRESP

Psalm 92

1 Een psalm, een lied, op den sabbatdag. Het is goed, dat men den HEERE love, en Uw Naam psalmzinge, o Allerhoogste!

2 Dat men in den morgenstond Uw goedertierenheid verkondige, en Uw getrouwheid in de nachten;

3 Op het tiensnarig instrument en op de luit, met een voorbedacht lied op de harp.

4 Want Gij hebt mij verblijd, HEERE! met Uw daden, ik zal juichen over de werken Uwer handen.

5 O HEERE! hoe groot zijn Uw werken! zeer diep zijn Uw gedachten.

6 Een onvernuftig man weet er niet van, en een dwaas verstaat ditzelve niet;

7 Dat de goddelozen groeien als het kruid, en al de werkers der ongerechtigheid bloeien, opdat zij tot in der eeuwigheid verdelgd worden.

8 Maar Gij zijt de Allerhoogste in eeuwigheid de HEERE!

9 Want zie, Uw vijanden, o HEERE! want zie, Uw vijanden zullen vergaan; al de werkers der ongerechtigheid zullen verstrooid worden.

10 Maar Gij zult mijn hoorn verhogen, gelijk eens eenhoorns; ik ben met verse olie overgoten.

11 En mijn oog zal mijn verspieders aanschouwen; mijn oren zullen het horen, aangaande de boosdoeners, die tegen mij opstaan.

12 De rechtvaardige zal groeien als een palmboom; hij zal wassen als een cederboom op Libanon.

13 Die in het huis des HEEREN geplant zijn, dien zal gegeven worden te groeien in de voorhoven onzes Gods.

14 In den grijzen ouderdom zullen zij nog vruchten dragen; zij zullen vet en groen zijn,

15 Om te verkondigen, dat de HEERE recht is; Hij is mijn Rotssteen, en in Hem is geen onrecht.