Home Kernwoorden Psalmen Belijdenis Zingen UitlegBoeken
 
 

 
1265176101126
2275277102127
3285378103128
4295479104129
5305580105130
6315681106131
7325782107132
8335883108133
9345984109134
10356085110135
11366186111136
12376287112137
13386388113138
14396489114139
15406590115140
16416691116141
17426792117142
18436893118143
19446994119144
20457095120145
21467196121146
22477297122147
23487398123148
24497499124149
255075100125150
 
 

Psalm 99

Vers 1
God, de HEER, regeert;
Beeft, gij volken, eert,
Eert Zijn hoog bestel,
Die bij Israël
Tussen Cherubs woont,
En Zijn grootheid toont;
Dat zich d' aard bewege;
Hij is Isrels zege. 

Vers 2
God, die helpt in nood,
Is in Sion groot;
Aller volken macht
Niets bij Hem geacht;
Buigt u dan in 't stof,
En verheft met lof
't Heilig Opperwezen;
Wilt het eeuwig vrezen. 

Vers 3
Looft met hart en stem,
Looft de kracht van Hem,
Die het recht bemint
In Zijn rijksbewind.
't Recht hebt Gij gestaafd;
't Geen G' aan Jacob gaaft,
Toond' aan Isrels leden
Recht en billijkheden. 

Vers 4
Roemt nu onzen God;
Knielt op Zijn gebod,
Voor Zijn voetbank neer;
Heilig is de HEER
Op Zijn hogen troon.
Amrams grote zoon
En zijn broeder waren
Bij zijn priesterscharen. 

Vers 5
Ook was Samuël,
Op Gods hoog bevel,
Biddend voor Zijn volk,
Als een hemeltolk;
Hij en and'ren meer
Riepen tot den HEER,
Die met gunstig' oren
Hun geroep wou horen. 

Vers 6
Uit Zijn heiligdom,
In een wolkkolom,
Heeft Hij Zijne wet
Bij hen ingezet,
Die door 's HEEREN kracht,
Van hen werd volbracht.
't Nakroost der Hebreeuwen
Volge dit all' eeuwen. 

Vers 7
Gij, met hen begaan,
Hebt hun wens voldaan;
HEER, die naar Uw woord,
Hun gebed verhoort,
Gij, Gij waart hun lot,
Hun vergevend God;
Schoon z' ook om hun zonden,
Straffen ondervonden. 

Vers 8
Geeft dan eeuwig' eer
Onzen God en HEER;
Klimt op Sion, toont
Eerbied, waar Hij woont,
Waar Zijn heiligheid
Haren glans verspreidt:
Heilig toch en t' eren
Is de HEER der heren. 

SVHSVKJVFRDUAFRESP

Psalm 99

1 De HEERE regeert, dat de volken beven; Hij zit [tussen] de cherubim; de aarde bewege zich.

2 De HEERE is groot in Sion, en Hij is hoog boven alle volken.

3 Dat zij Uw groten en vreselijken Naam loven, die heilig is;

4 En de sterkte des Konings, die het recht lief heeft. Gij hebt billijkheden bevestigd, Gij hebt recht en gerechtigheid gedaan in Jakob.

5 Verheft den HEERE, onzen God, en buigt u neder voor de voetbank Zijner voeten; Hij is heilig!

6 Mozes en Aaron waren onder Zijn priesters, en Samuel onder de aanroepers Zijns Naams; zij riepen tot den HEERE, en Hij verhoorde hen.

7 Hij sprak tot hen in een wolkkolom; zij hebben Zijn getuigenissen onderhouden, en de inzettingen, [die] Hij hun gegeven had.

8 O HEERE, onze God! Gij hebt hen verhoord, Gij zijt hun geweest een vergevend God, hoewel wraak doende over hun daden.

9 Verheft den HEERE, onzen God, en buigt u voor den berg Zijner heiligheid; want de HEERE, onze God, is heilig.