Home Kernwoorden Psalmen Belijdenis Zingen UitlegBoeken
 
 
Algemeen
Uitleg psalmen
Digitaal schoolbord
Over de berijmingen
De Franse berijming
De Nieuwe Psalmberijming
Helpt u mee?
Over de Psalmen
Psalmen in de Bijbel
Hebreeuwse Poëzie - 1
Hebreeuwse Poëzie - 2
Hebreeuwse Poëzie - 3
Geweldsteksten
Psalm 42 en 43 - I
Psalm 42 en 43 - II
Goedertierenheid
Goddelozen en Zondaars
Lofzang van Maria
Video over de Psalmen (Engels)
Opinie
Onbekende psalmen
Aangeboren muzikaliteit
Psalmkeuze
Populaire psalmen
Aanpassen melodie
Tips gezin, school, kerk
Moeilijke melodieën
Zingen bij Calvijn
Gesprek over Onbekende Psalmen
Waak voor Wildgroei
Discussie 1773 gezindte-breed
Ingezonden
Rubriek ingezonden
Zingen van psalmen
Geschiedenis Psalmen
Meditatie over psalm 80
Verantwoording Meeuse
Aanhef psalmen
Theologie psalmen 1
Theologie psalmen 2
Tweestemmige Harmonisaties
Studie berijmingen
Over Psalmen gesproken! (1)
Over Psalmen gesproken! (2)
Over Psalmen gesproken! (3)
Over Psalmen gesproken! (4)
Catechisatieles
Catechismus vr. 1
Catechismus vr. 2
Catechismus vr. 3 en 4
Catechismus vr. 6
Catechismus vr. 10
Catechismus vr. 12
Catechismus vr. 13
Catechismus vr. 14
Catechismus vr. 15
Catechismus vr. 16
Catechismus vr. 17
Catechismus vr. 18
Catechismus vr. 19
Catechismus vr. 20
Catechismus vr. 21
Catechismus vr. 22
Catechismus vr. 23
Catechismus vr. 24
Catechismus vr. 25
Catechismus vr. 26
Catechismus vr. 28
Catechismus vr. 29
Catechismus vr. 30
Catechismus vr. 31
Catechismus vr. 32
Catechismus vr. 33
Catechismus vr. 35
Catechismus vr. 36
Catechismus vr. 39
Catechismus vr. 40
Catechismus vr. 42
Catechismus vr. 43
Catechismus vr. 45
Catechismus vr. 47
Catechismus vr. 49
Catechismus vr. 51
Catechismus vr. 52
Catechismus vr. 53
Catechismus vr. 54
Catechismus vr. 55
Catechismus vr. 56
Catechismus vr. 57
Catechismus vr. 58
Catechismus vr. 59
Catechismus vr. 60
Catechismus vr. 61
Catechismus vr. 62
Catechismus vr. 63
Catechismus vr. 64
Catechismus vr. 65
Catechismus vr. 66
Catechismus vr. 67
Catechismus vr. 68
Catechismus vr. 69
Catechismus vr. 70
Catechismus vr. 71
Catechismus vr. 72
Catechismus vr. 73
Catechismus vr. 74
Catechismus vr. 75
Catechismus vr. 76
Catechismus vr. 77
Catechismus vr. 78
Catechismus vr. 79
Catechismus vr. 80
Dordtse Leerregels
Hoofdstuk 1 artikel 1
Hoofdstuk 1 artikel 2
Hoofdstuk 1 artikel 3 en 4
Hoofdstuk 1 artikel 5
Hoofdstuk 1 artikel 6
Hoofdstuk 1 artikel 7 en 8
Hoofdstuk 1 artikel 10 en 11
Hoofdstuk 1 artikel 12
Hoofdstuk 1 artikel 15
Hoofdstuk 1 artikel 17
Hoofdstuk 2 artikel 1 en 2
Hoofdstuk 2 artikel 3
Hoofdstuk 2 artikel 5
Hoofdstuk 2 artikel 6
Hoofdstuk 2 artikel 7
Hoofdstuk 2 artikel 8
Hoofdstuk 3 artikel 1
Hoofdstuk 3 artikel 2
Hoofdstuk 3 artikel 3
Hoofdstuk 3 artikel 4
Hoofdstuk 3 artikel 5
Hoofdstuk 3 artikel 6
Hoofdstuk 3 artikel 7
Hoofdstuk 3 artikel 8
Hoofdstuk 3 artikel 9
Hoofdstuk 3 artikel 10
Hoofdstuk 3 artikel 11
Hoofdstuk 3 artikel 12
Hoofdstuk 3 artikel 13
Hoofdstuk 3 artikel 14
Hoofdstuk 3 artikel 15
Hoofdstuk 3 artikel 16
Hoofdstuk 3 artikel 17
Hoe moet ik omgaan met
Aalmoezen
Aanvechtingen
Achterklap
Afgoderij
Alcohol
Ambt
Antisemitisme
Atheïsme
Barmhartigheid
Bastaardvloeken
Beeldende kunst
Bekering
Bekommering
Belediging
Berusting
Biblicisme
Bijbel
Bijbelkringen
Bijbelverklaringen
Bijbelvertalingen
Bijgeloof
Buitenkerkelijk christendom
Catechisatie
Censuur
Chiliasme
Chiromantie
Concubinaat
Confessionalisme
Conflicten
Creationisme
Cultuur
Dans
Doodzonde
De Doop
Drift
Dromen
De duivel
Eenzaamheid
Eer
Eerlijkheid
Eeuwigheid
Egoïsme
Eigendom
Eigengerechtigheid
Emancipatie
Emotie
Ergernis
Erotiek
Evangelicals
Evangelie
Evangelisatie
Evolutietheorie
Exorcisme
Fanatisme
Feestdagen
Film
Flirten
Formulieren van eenheid
Fossielen
Frustratie
Fundamentalisme
Gastvrijheid
Gebed
Gebed des Heeren
Gebedsgenezing
Gebedsverhoring
Geboorteregeling
Geduld
Des HEEREN Lof
Johannes à Lasco (1)
Johannes à Lasco (2)
Johannes à Lasco (3)
Johannes à Lasco (4)
Johannes à Lasco (5)
Willem Farel (1)
Willem Farel (2)
Willem Farel (3)
Willem Farel (4)
Willem Farel (5)
Willem Farel (6)
Islam
Girolamo Savonarola
Petrus Datheen (1)
Petrus Datheen (2)
Johannes Calvijn (1)
Johannes Calvijn (2)
Johannes Calvijn (3)
Johannes Calvijn (4)
Maarten Luther (1)
Maarten Luther (2)
Maarten Luther (3)
Maarten Luther (4)
Maarten Luther (5)
Maarten Luther (6)
Maarten Luther (7)
Maarten Luther (8)
Maarten Luther (9)
Maarten Luther (10)
Ambrosius
Guido de Brès (1)
Guido de Brès (2)
Guido de Brès (3)
Guido de Brès (4)
Guido de Brès (5)
Guido de Brès (6)
Guido de Brès (7)
Guido de Brès (8)
Augustinus (1)
Augustinus (2)
Augustinus (3)
Augustinus (4)
Augustinus (5)
De Germanen
Abt Gregorius
Petrus Waldes (1)
Petrus Waldes (2)
John Wycliff
Johannes Hus
wat de bijbel zegt over
Abraham
Benauwdheid
De drie-eenheid (1)
De drie-eenheid (4)
De drie-eenheid (2)
De drie-eenheid (3)
De drie-eenheid (5)
De drie-eenheid (6)
De drie-eenheid (7)
De drie-eenheid (8)
De drie-eenheid (9)
De drie-eenheid (10)
De jeugd (1)
De jeugd (2)
De wederkomst
Elkaar vergeven (1)
Elkaar vergeven (2)
Gods Woord
Heersen
Hoop
Kastijding (1)
Kastijding (2)
Lankmoedigheid
Matigheid
Oefening
Rijkdom
Strijd
Toorn
Zachtmoedig
De Catechismus van Genève
Vraag 1 t/m 5
Vraag 6 t/m 14
Vraag 15 t/m 20
Vraag 21 t/m 29
Vraag 30 t/m 45
Vraag 46 t/m 49
Vraag 50 t/m 54
Vraag 55 t/m 59
Vraag 60 t/m 64
Vraag 65 t/m 72
Vraag 73 t/m 79
Vraag 80 t/m 87
Vraag 88 t/m 91
Vraag 92 t/m 100
Vraag 101 t/m 105
Vraag 106 t/m 110
Vraag 111 t/m 113
Vraag 114 t/m 125
Vraag 126 t/m 130
Vraag 131 t/m 135
Vraag 136 t/m 142
Vraag 143 t/m 157
Vraag 159 t/m 165
Vraag 166 t/m 184
Vraag 185 t/m 195
Vraag 196 t/m 199
Vraag 200 t/m 203
Vraag 204 t/m 207
Vraag 208 t/m 212
Vraag 213 t/m 216
Vraag 217 t/m 223
Vraag 224 t/m 232
Vraag 233 t/m 239
Vraag 240 t/m 252
Vraag 253 t/m 255
Vraag 256 t/m 259
Vraag 260 t/m 265
Vraag 266 t/m 295
Vraag 296 t/m 308
Vraag 309 t/m 323
Vraag 324 t/m 332
Vraag 333 t/m 339
Vraag 340 t/m 356
Vraag 357 t/m 373
Staan tijdens het bidden
Waar jij mee zit
Gospelmuziek
Onbekeerd na een kerkdienst
Gods berouw
De speelfilm
Gods eer boven eigen zaligheid
De naam HEERE in de Psalmen
Voor elkaar bidden
Vruchten van de wedergeboorte
Kringgebed
De verboden boom
Hoogmoed
Geen last van je zonden
Belijdeniscatechisatie
Rechtvaardiging en heiliging
Ben ik uitverkoren?
Genade onder voorwaarde
Popmuziek en housemuziek
De vergeving van zonden
Schriftuurlijke prediking
Zondigen tegen je wil
Jezus een hindernis
Het erkennen van zondeschuld
Moedeloosheid
Gods kinderen en God
Zondesmart
Boetvaardigheid
De doopbelofte
Geroepen tot predikant
Mensverheerlijking
Bijna-dood-ervaring
Een kind dat sterft
Opvoeden
De zonden haten
Computerspelletjes
Zonde tegen de Heilige Geest
Wat is bidden
De gemeenschap der heiligen
De echte en blijvende bekering
Vergeven bij een echtscheiding
Beloften voor onbekeerden
De Drie Verbonden
Troost ontvangen uit beloftes
Het Boek
Geloven in of aan Christus
Hoofdbedekking bij het bidden
Verbond maken met ogen
Gebedsverhoring
 

 

Je hebt aartsoptimisten die altijd denken dat het nog wel goed komt. Mensen die zich door niets uit het veld laten slaan; die altijd wel een lichtpuntje zien, een ontsnappingsroute: ze laten zich niet voor één gat vangen. De overtuigde zondaar wordt door satan ook zo opgestookt: voordat wij ons aan Christus overgeven, hebben we alle andere mogelijkheden duchtig onderzocht. We wilden liever ons in het zweet werken, dan gratis zalig te worden (antwoord 13) en nu gaat de wanhopige zondaar op zoek, of er nog ergens misschien toch een mogelijkheid is, een ontsnapping. Hij geeft zijn (ijdele) hoop niet zomaar op. Hij kijkt om zich heen en vraagt zich af:  kan ook ergens een schepsel gevonden worden dat voor ons betaalt?

De Heidelbergse Catechismus schrijft letterlijk: `Kan ook ergens een bloot schepsel gevonden worden.' Het woordje `bloot' betekent (net als het Duitse woordje blosz): zonder meer, zonder hulpmiddel. Het gaat dus over een mens die alleen maar mens is, zonder meer; niet een soort halfgod of zo.

Er wordt gevraagd: kan ook ergens op heel deze aarde of in de loop van alle eeuwen iemand gevonden worden, die mijn hopeloze toestand goed maakt? Iemand, die mij helpt, die voor mij betaalt. Al moet ik er dan mijn leven lang naar zoeken ..., als ik maar weet dat zo'n helper er is, dan zàl ik met alle inzet, al mijn dagen, naar die persoon zoeken om hem te vinden.

Maar de Catechismus zegt: nee die is er niet:

Nee; want ten eerste wil God aan geen ander schep­sel de schuld straffen die de mens gemaakt heeft ...

Wat staat er eigenlijk? God wil aan geen ander schepsel de zonde straffen, die de mens gemaakt heeft. Het gaat niet over andere mènsen, maar over andere schèpselen, andersoortige schepselen. Behalve mensen zijn er ook dieren, planten, dingen en engelen. Welk schepsel je nu ook zou willen nemen om jouw schuld bij God te vereffenen ..., God accepteert er niet één. Een ding, geld of goed kan niet betalen;

zie I Petrus 1 vers 18: "Gij zijt niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost."

Of Spreuken 11 vers 4: "Goed doet geen nut ten dage der verbolgenheid."

Of Psalm 49 vers 8 en 9: "Niemand zal zijn broeder kunnen verlossen; hij zal aan God zijn losprijs niet kunnen geven; want de verlossing van de ziel is te kostbaar."

En dit geldt ook voor planten (wierook); God noemt dat in Jesaja 66 vers 3 afgoderij. Ook voor dieren (zelfde vers); ook voor engelen. Dus het is duidelijk: God wil de schuld van de mensen niet straffen aan de dieren, de planten, de dingen of de engelen. Mensen hebben gezondigd, mensen moeten betalen.

Nu is de vraag aan mij: ben ik het daarmee eens? Ben ik zo eerlijk en ootmoedig gemaakt, dat ik het goed vind, dat God rechtvaardig besluit om de schuld niet te straffen aan een andersoortig schepsel dan de mens. Ik heb als mens gezondigd, met mijn ziel en met mijn lichaam. Daarom moeten ook mijn lichaam en mijn ziel de schuld der zonde betalen of voor die zonde gestraft worden ...

Misschien wilde je graag bij allerlei andere schepselen iets / iemand zoeken die je schuld op zich zou willen en zou kunnen nemen, maar is dat eigenlijk wel eerlijk? Het is toch min of meer laf om een ander ervoor te laten opdraaien. Wanneer jij iets verkeerd hebt gedaan, kijk je toch ook niet verlangend om je heen om iemand / iets te vinden die het voor jou goed maakt? Jíj hebt gezondigd, jíj moet ook betalen. De Heere God ziet de mens als een onderdeel van de mensheid, van heel het menselijke geslacht, daarom kan wel een ander mèns onze schuld betalen, maar niet een ander schèpsel engel, dier, plant of ding. Je vindt het misschien best wel moeilijk. Ik ook. Toch leert de Bijbel het ons wel. Wanneer we lezen dat de Zoon van God onze Zaligmaker wordt, dan lezen we dus dat Hij mens wordt. Hij komt niet in de gedaante van een engel (terwijl dat voor Hem even goed mogelijk was geweest!), Hij komt niet als alleen maar God, maar Hij wordt mens.

Waarom was dat nodig? Als de Heere het ons geeft, zullen we dat in de volgende twee vragen van de Catechismus verder nakijken.

Nu nog een vraag over de Oudtestamentische dieroffers. Je weet dat in tabernakel en tempel dagelijks dieren werden geslacht. Deze offers waren nodig vanwege de zonden van het volk Israël. Maar hoe kan dat eigenlijk, aangezien God geen dieren wil straffen voor ons ...? Wel, we moeten goed onderscheid maken: een lam, dat op het brandofferaltaar verteerde in de voorhof van de tempel, betaalde niet de schuld. God liet dat lam niet betalen. Dat zou nooit hebben gekund (zoals we volgende maand nog verder zien bij de behandeling van het tweede deel van antwoord 14). Wat dat lam dan wel deed? Het betaalde eigenlijk niet, helemaal niet! Maar het wees de gelovige Israëlieten heen naar het Lam Gods Dat de zonde der wereld wegneemt en Dat wel betaalde. Wie is nu dat Lam Gods? Je weet het antwoord best, maar ken je Hem ook, van Wie Johannes de Doper zegt: `Zie het Lam Gods!'? We lezen zo mooi in Johannes 1 vers 37: `En die twee discipelen hoorden hem dat spreken en zij volgden Jezus.' Dat is de bedoeling, wanneer ons duidelijk wordt: geen engel, dier, plant of ding kan voor mijn zondeschuld voldoen ..., opdat je dan Hem zou nodig hebben Die wel kon voldoen en heeft voldaan: Gods Zoon Die mens werd, Jezus Christus!

Je weet wel, dat in het Oude Testament ontelbaar veel dieroffers zijn gebracht. Elke dag rookte het brandofferaltaar. 's Morgens bij het opgaan van de zon, 's avonds net voordat hij onderging en heel wat keren daartussen. En elk offer was er voor de Israëlieten opnieuw een bewijs van, dat de schuld der zonde, die wij bij God gemaakt hebben, moest worden voldaan. En ook dat de HEERE in Zijn genade een plaatsvervanger toeliet, want niet de zondaar zelf hoefde op het altaar te sterven, maar een dier mocht in zijn plaats. Verder dat de dieroffers uiteindelijk die schuld niet konden voldoen. De Catechismus legt ons uit, waarom dieren (of engelen en mensen) niet kunnen betalen voor de zondeschuld. In vraag en antwoord 14 staat daarover het volgende:

Vraag: Kan ook ergens een schepsel gevonden worden, dat voor ons betaalt?

Antwoord: Neen; want ten eerste wil God aan geen ander(soortig) schepsel de schuld straffen die de mens gemaakt heeft; ten andere kan ook geen schepsel de last van de eeuwige toorn Gods tegen de zonde dragen en andere schepselen daarvan verlossen.

Vorige keer zagen we dat geen ander, geen andersoortig schepsel de zondeschuld kan betalen, die wij mensen hebben gemaakt. Mensen hebben gezondigd en daarom moeten mensen voor de zonde betalen. We kunnen wel niet precies begrijpen, waarom God dit zo heeft bepaald, maar we weten vanuit de Schrift toch dat het zo ligt.Nu, in het tweede deel van antwoord 14, gaat het over een iets andere zaak. De vraag is niet of een ander schepsel, een engel, een dier of een plant in plaats van de mens voor de zondeschuld kan voldoen, maar of de mens zelf het kan.

Stel je voor, dat er ergens op deze aarde een mens gevonden zou worden, die zelf geen schuld heeft bij God. Zelf is hij volkomen rein, heilig, zondeloos. Zou zo'n mens dan in onze plaats kunnen betalen? Dieroffers, engelen, planten en dingen... zij kunnen geen van alle betalen. Het moet een mens zijn. Maar stel je voor, dat zo'n mens er was, zou die dan genoeg kunnen opbrengen? Zou die dan dit pad kunnen lopen?  De Catechismus is heel duidelijk en zegt: nee. Ook een heilig en zondeloos mens zou dat niet kunnen. En waarom dan niet? Omdat de last van Gods toorn te zwaar is. Om dit antwoord te kunnen verstaan, moeten we dus enigszins hebben aangevoeld, beseft, hoe zwaar Gods toorn weegt. Deze last of dit gewicht wordt genoemd: eeuwige toorn. Dat betekent dat een mens die ons ervan wil verlossen, eerst zelf een eeuwigheid lang deze straf moet dragen en dat hij daarna pas ons ervan kan verlossen. Maar `eeuwig' is eindeloos. Hij zou met deze opdracht nooit klaar komen. Hij zou nooit het dragen van Gods toorn kunnen voltooien, kunnen afmaken. Het zou altijd, altijd verder gaan. Nooit zou er een einde komen aan deze straf; aan het dragen van deze straf dus ook niet.

Dus als er al een mens op aarde zou zijn, die ervoor in aanmerking kwam, omdat hij zelf geen zonde had, dan nog zou heel de onderneming op een fiasco uitlopen. Alles zou nog radicaal mislukken. De Catechismus is op deze manier bezig ons ervan te overtuigen dat we een andere schuldbetaler nodig hebben dan een plaatsvervangend dier of een mens. We hebben iemand nodig die sterker is dan een schepsel, om namelijk het gewicht van de eeuwigdurende toorn van God te dragen en daarna ons van die toorn te verlossen.Het gaat de Catechismus erom - zoals je wel begrijpt -, dat we oog krijgen voor de unieke positie van de Heere Jezus. We vinden het misschien maar heel gewoon, dat Gods Zoon op aarde kwam, mens werd, in plaats van zondaren gestraft werd. Maar dat is in 't geheel niet gewoon. Om dit wonder op de juiste manier te kunnen waarderen, moeten we enigszins een indruk hebben van de ontzagwekkende ernst van Gods toorn. Laat ons een ogenblik tijd nemen om ons af te zonderen voor de Heere en Hem smeken dat Hij ons dienaangaande wil onderwijzen. Ik begrijp best dat jullie daar geen zin in hebben. Maar ik schrijf je met nadruk: het is van groot belang, het is onmisbaar.

Ervaar jij Gods toorn niet, dan ervaar je ook niet de liefde van Christus, Die deze toorn heeft gedragen. Dan besef je het wonder niet om van die toorn verlost te worden. Dan waardeer je ook niet het onnoemelijk zware werk dat op Christus' schouders was geladen, waaronder Hij gebukt ging en dat Hij zo volkomen heeft volbracht. Al druist het dan bij jou en bij mij tegen onze natuur in en al hebben we er vanuit ons zelf absoluut geen zin in, het zou toch heel nuttig zijn om voor Zijn Aangezicht neer te vallen en te vragen: 'Laat mij toch zien in diepe eerbied, waarom Uw lieve Zoon, Uw Eniggeborene, mens moest worden en waarom geen ander dan Hij alleen mijn Verlosser en Zaligmaker kon zijn - geen engel, geen mens, geen dier.

Laat mij toch genoeg waarde leren hechten aan dit grote wonder van het heilig Evangelie: God werd mens en stierf, het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond!

Laat mij toch enigszins zicht mogen krijgen op de arbeid van Christus, welke Hij voor mij moest verrichten om mij voor eeuwig van Uw toorn te kunnen bevrijden.

Laat mij toch niet lichtvaardig over deze onvoorstelbaar grote zaak van Zijn allerbitterste lijden en sterven heen stappen en het gewoon achten.

Laat mij toch diep voor U mogen buigen in verwondering, dat Hij de last van Uw eeuwige toorn tegen mijn zonde heeft gedragen en mij nu daarvan verlost.'

Dit is de bedoeling van Gods Woord, wanneer daarin wordt beschreven Wie Christus is: het Lam Gods. Een ernstige vraag: weet jij waarom God Zelf in Zijn Zoon op aarde moest komen, mens moest worden, moest lijden en sterven? Ken jij Zijn eeuwige toorn? Aanvaard jij de straf op jouw zonde: eeuwig onder Gods toorn te branden?