Home Kernwoorden Psalmen Belijdenis Zingen UitlegBoeken
 
 
Algemeen
Uitleg psalmen
Digitaal schoolbord
Over de berijmingen
De Franse berijming
De Nieuwe Psalmberijming
Helpt u mee?
Over de Psalmen
Psalmen in de Bijbel
Hebreeuwse Poëzie - 1
Hebreeuwse Poëzie - 2
Hebreeuwse Poëzie - 3
Geweldsteksten
Psalm 42 en 43 - I
Psalm 42 en 43 - II
Goedertierenheid
Goddelozen en Zondaars
Lofzang van Maria
Video over de Psalmen (Engels)
Opinie
Onbekende psalmen
Aangeboren muzikaliteit
Psalmkeuze
Populaire psalmen
Aanpassen melodie
Tips gezin, school, kerk
Moeilijke melodieën
Zingen bij Calvijn
Gesprek over Onbekende Psalmen
Waak voor Wildgroei
Discussie 1773 gezindte-breed
Ingezonden
Rubriek ingezonden
Zingen van psalmen
Geschiedenis Psalmen
Meditatie over psalm 80
Verantwoording Meeuse
Aanhef psalmen
Theologie psalmen 1
Theologie psalmen 2
Tweestemmige Harmonisaties
Studie berijmingen
Over Psalmen gesproken! (1)
Over Psalmen gesproken! (2)
Over Psalmen gesproken! (3)
Over Psalmen gesproken! (4)
Catechisatieles
Catechismus vr. 1
Catechismus vr. 2
Catechismus vr. 3 en 4
Catechismus vr. 6
Catechismus vr. 10
Catechismus vr. 12
Catechismus vr. 13
Catechismus vr. 14
Catechismus vr. 15
Catechismus vr. 16
Catechismus vr. 17
Catechismus vr. 18
Catechismus vr. 19
Catechismus vr. 20
Catechismus vr. 21
Catechismus vr. 22
Catechismus vr. 23
Catechismus vr. 24
Catechismus vr. 25
Catechismus vr. 26
Catechismus vr. 28
Catechismus vr. 29
Catechismus vr. 30
Catechismus vr. 31
Catechismus vr. 32
Catechismus vr. 33
Catechismus vr. 35
Catechismus vr. 36
Catechismus vr. 39
Catechismus vr. 40
Catechismus vr. 42
Catechismus vr. 43
Catechismus vr. 45
Catechismus vr. 47
Catechismus vr. 49
Catechismus vr. 51
Catechismus vr. 52
Catechismus vr. 53
Catechismus vr. 54
Catechismus vr. 55
Catechismus vr. 56
Catechismus vr. 57
Catechismus vr. 58
Catechismus vr. 59
Catechismus vr. 60
Catechismus vr. 61
Catechismus vr. 62
Catechismus vr. 63
Catechismus vr. 64
Catechismus vr. 65
Catechismus vr. 66
Catechismus vr. 67
Catechismus vr. 68
Catechismus vr. 69
Catechismus vr. 70
Catechismus vr. 71
Catechismus vr. 72
Catechismus vr. 73
Catechismus vr. 74
Catechismus vr. 75
Catechismus vr. 76
Catechismus vr. 77
Catechismus vr. 78
Catechismus vr. 79
Catechismus vr. 80
Dordtse Leerregels
Hoofdstuk 1 artikel 1
Hoofdstuk 1 artikel 2
Hoofdstuk 1 artikel 3 en 4
Hoofdstuk 1 artikel 5
Hoofdstuk 1 artikel 6
Hoofdstuk 1 artikel 7 en 8
Hoofdstuk 1 artikel 10 en 11
Hoofdstuk 1 artikel 12
Hoofdstuk 1 artikel 15
Hoofdstuk 1 artikel 17
Hoofdstuk 2 artikel 1 en 2
Hoofdstuk 2 artikel 3
Hoofdstuk 2 artikel 5
Hoofdstuk 2 artikel 6
Hoofdstuk 2 artikel 7
Hoofdstuk 2 artikel 8
Hoofdstuk 3 artikel 1
Hoofdstuk 3 artikel 2
Hoofdstuk 3 artikel 3
Hoofdstuk 3 artikel 4
Hoofdstuk 3 artikel 5
Hoofdstuk 3 artikel 6
Hoofdstuk 3 artikel 7
Hoofdstuk 3 artikel 8
Hoofdstuk 3 artikel 9
Hoofdstuk 3 artikel 10
Hoofdstuk 3 artikel 11
Hoofdstuk 3 artikel 12
Hoofdstuk 3 artikel 13
Hoofdstuk 3 artikel 14
Hoofdstuk 3 artikel 15
Hoofdstuk 3 artikel 16
Hoofdstuk 3 artikel 17
Hoe moet ik omgaan met
Aalmoezen
Aanvechtingen
Achterklap
Afgoderij
Alcohol
Ambt
Antisemitisme
Atheïsme
Barmhartigheid
Bastaardvloeken
Beeldende kunst
Bekering
Bekommering
Belediging
Berusting
Biblicisme
Bijbel
Bijbelkringen
Bijbelverklaringen
Bijbelvertalingen
Bijgeloof
Buitenkerkelijk christendom
Catechisatie
Censuur
Chiliasme
Chiromantie
Concubinaat
Confessionalisme
Conflicten
Creationisme
Cultuur
Dans
Doodzonde
De Doop
Drift
Dromen
De duivel
Eenzaamheid
Eer
Eerlijkheid
Eeuwigheid
Egoïsme
Eigendom
Eigengerechtigheid
Emancipatie
Emotie
Ergernis
Erotiek
Evangelicals
Evangelie
Evangelisatie
Evolutietheorie
Exorcisme
Fanatisme
Feestdagen
Film
Flirten
Formulieren van eenheid
Fossielen
Frustratie
Fundamentalisme
Gastvrijheid
Gebed
Gebed des Heeren
Gebedsgenezing
Gebedsverhoring
Geboorteregeling
Geduld
Des HEEREN Lof
Johannes à Lasco (1)
Johannes à Lasco (2)
Johannes à Lasco (3)
Johannes à Lasco (4)
Johannes à Lasco (5)
Willem Farel (1)
Willem Farel (2)
Willem Farel (3)
Willem Farel (4)
Willem Farel (5)
Willem Farel (6)
Islam
Girolamo Savonarola
Petrus Datheen (1)
Petrus Datheen (2)
Johannes Calvijn (1)
Johannes Calvijn (2)
Johannes Calvijn (3)
Johannes Calvijn (4)
Maarten Luther (1)
Maarten Luther (2)
Maarten Luther (3)
Maarten Luther (4)
Maarten Luther (5)
Maarten Luther (6)
Maarten Luther (7)
Maarten Luther (8)
Maarten Luther (9)
Maarten Luther (10)
Ambrosius
Guido de Brès (1)
Guido de Brès (2)
Guido de Brès (3)
Guido de Brès (4)
Guido de Brès (5)
Guido de Brès (6)
Guido de Brès (7)
Guido de Brès (8)
Augustinus (1)
Augustinus (2)
Augustinus (3)
Augustinus (4)
Augustinus (5)
De Germanen
Abt Gregorius
Petrus Waldes (1)
Petrus Waldes (2)
John Wycliff
Johannes Hus
wat de bijbel zegt over
Abraham
Benauwdheid
De drie-eenheid (1)
De drie-eenheid (4)
De drie-eenheid (2)
De drie-eenheid (3)
De drie-eenheid (5)
De drie-eenheid (6)
De drie-eenheid (7)
De drie-eenheid (8)
De drie-eenheid (9)
De drie-eenheid (10)
De jeugd (1)
De jeugd (2)
De wederkomst
Elkaar vergeven (1)
Elkaar vergeven (2)
Gods Woord
Heersen
Hoop
Kastijding (1)
Kastijding (2)
Lankmoedigheid
Matigheid
Oefening
Rijkdom
Strijd
Toorn
Zachtmoedig
De Catechismus van Genève
Vraag 1 t/m 5
Vraag 6 t/m 14
Vraag 15 t/m 20
Vraag 21 t/m 29
Vraag 30 t/m 45
Vraag 46 t/m 49
Vraag 50 t/m 54
Vraag 55 t/m 59
Vraag 60 t/m 64
Vraag 65 t/m 72
Vraag 73 t/m 79
Vraag 80 t/m 87
Vraag 88 t/m 91
Vraag 92 t/m 100
Vraag 101 t/m 105
Vraag 106 t/m 110
Vraag 111 t/m 113
Vraag 114 t/m 125
Vraag 126 t/m 130
Vraag 131 t/m 135
Vraag 136 t/m 142
Vraag 143 t/m 157
Vraag 159 t/m 165
Vraag 166 t/m 184
Vraag 185 t/m 195
Vraag 196 t/m 199
Vraag 200 t/m 203
Vraag 204 t/m 207
Vraag 208 t/m 212
Vraag 213 t/m 216
Vraag 217 t/m 223
Vraag 224 t/m 232
Vraag 233 t/m 239
Vraag 240 t/m 252
Vraag 253 t/m 255
Vraag 256 t/m 259
Vraag 260 t/m 265
Vraag 266 t/m 295
Vraag 296 t/m 308
Vraag 309 t/m 323
Vraag 324 t/m 332
Vraag 333 t/m 339
Vraag 340 t/m 356
Vraag 357 t/m 373
Staan tijdens het bidden
Waar jij mee zit
Gospelmuziek
Onbekeerd na een kerkdienst
Gods berouw
De speelfilm
Gods eer boven eigen zaligheid
De naam HEERE in de Psalmen
Voor elkaar bidden
Vruchten van de wedergeboorte
Kringgebed
De verboden boom
Hoogmoed
Geen last van je zonden
Belijdeniscatechisatie
Rechtvaardiging en heiliging
Ben ik uitverkoren?
Genade onder voorwaarde
Popmuziek en housemuziek
De vergeving van zonden
Schriftuurlijke prediking
Zondigen tegen je wil
Jezus een hindernis
Het erkennen van zondeschuld
Moedeloosheid
Gods kinderen en God
Zondesmart
Boetvaardigheid
De doopbelofte
Geroepen tot predikant
Mensverheerlijking
Bijna-dood-ervaring
Een kind dat sterft
Opvoeden
De zonden haten
Computerspelletjes
Zonde tegen de Heilige Geest
Wat is bidden
De gemeenschap der heiligen
De echte en blijvende bekering
Vergeven bij een echtscheiding
Beloften voor onbekeerden
De Drie Verbonden
Troost ontvangen uit beloftes
Het Boek
Geloven in of aan Christus
Hoofdbedekking bij het bidden
Verbond maken met ogen
Gebedsverhoring
 

 

De leer van de rechtvaardiging krijgt in onze Catechismus veel aandacht. Dat komt omdat de kerkhervorming eigenlijk deze leer tot inzet had. Wordt het tussen God en ons weer goed dóór onze goede werken of zónder onze goede werken? Als het zonder onze goede werken is, dan moet het dus door het geloof zijn. En dat is duidelijk verwoord in de vragen en de antwoorden 59 en 60. Alleen, wat bedoelt de Catechismus (en wat bedoelt de hele reformatorische kerk, en wat bedoelt Paulus) met die uitdrukking "door het geloof"? Hoe moeten we dat geloof opvatten? Daarom lezen we in vraag 61:

Waarom zeg je, dat je alleen door het geloof recht­vaardig bent?

Is "geloof" hetzelfde als "geloven"? Is "gerechtvaardigd worden uit geloof" hetzelfde als "gerechtvaardigd worden omdat je gelooft"? Is geloven een daad? In de taalkunde is "geloof" een zelfstandig naamwoord en "geloven" een werkwoord. Moeten wij bij geloof / geloven denken aan iets dat wij doen, een daad, een werk? Is het geloof waardoor het tussen God en ons weer goed komt, uiteindelijk toch een "goed werk", iets dat wij presteren en waarin wij dus ook (een heel klein beetje) kunnen roemen? Het lijkt dat het bij deze vraag over haarkloverij gaat. Nu, een haartje door midden kloven, is niet zo'n zinvol werk, wel? Kunnen we niet beter ons met belangrijker dingen bezig houden? Ik stem toe dat niet iedereen deze dingen even duidelijk begrijpt. Toch is de vraagsteling niet onbelangrijk. Waarom niet? Omdat we goed in het oog moeten houden dat het uiteindelijk gaat om de vraag: "Voor wie is de eer van het zalig worden?" Komt ons de eer toe, omdat wij weliswaar geen goede werken hebben, maar dan toch nog wel het geloof hebben voortgebracht en daarom ietsjepietsje beter zijn dan anderen? Of komt aan God de eer toe, omdat zelfs het geloof niet meetelt? Ik zal een paar voorbeelden geven. In de grootnieuws-vertaling lezen we in:

Romeinen 3 vers 30: God rechtvaardigt de Joden op grond van hun geloof en hij rechtvaardigt de niet-Joden om hun geloof.

Galaten 5 vers 5: Wij hopen onze rechtvaardiging te verkrijgen door de Geest op grond van het geloof.

Filippenzen 3 vers 9: Ik ben gerechtvaardigd, niet door de wet na te leven maar door te geloven in Christus, ik ben gerechtvaardigd door God op grond van het geloof.

Wat betekent de omschrijving "op grond van"? Dat er waardigheid of verdienste ligt in het geloof. De grootnieuws-vertaling is een produkt van de samenwerking tussen protestanten en roomsen. En we zien wat het resultaat is: het geloof wordt op zó'n manier aan de orde gesteld dat wij toch op de een of andere manier ook meetellen! De grondtekst van de Bijbel geeft ons geen aanleiding om te denken dat de reden of de grond van het zalig worden in ons geloof ligt. Zeker, we kunnen niet zónder geloof zalig worden, maar..., we worden ook niet zalig óm het geloof of op grónd van het geloof. Het geloof is dus wel onmisbaar, maar toch verdienen we er niets mee, en bezitten we in het geloof ook niet de een of andere schat of rijkdom. Nee, gerechtvaardigd worden wij ZONDER de werken, uit LOUTER genade.

Als je geen belang stelt in deze materie, moet je het maar overslaan. De Catechismus slaat het echter niet over. De eer van God is daar net iets te belangrijk voor. Daarom geven Olevianus en Ursinus op de vraag waarom het geloof zo wordt genoemd en benadrukt, ten antwoord:

Niet dat ik vanwege de waardigheid van mijn geloof voor God aangenaam ben.

Dit is duidelijke taal. Een Christen is God aangenaam, maar niet omdat hij zich door te geloven positief van anderen onderscheidt. Niet dat hij nu door zijn geloof een streepje voor heeft bij God. Het is belangrijk dit steeds weer goed te beseffen. Kinderen van God zijn onwillekeurig geneigd zichzelf als een soort keurkorps te beschouwen, de elitetroepen van Koning Jezus. Maar zo is het niet, tenminste niet omdat zij beter zijn, waardiger zijn, of geschikter zijn of zo. Als er in het Oude en Nieuwe Testament één ding duidelijk is, is het wel dit dat ons alle zelfroem afgenomen moet worden. Hoogmoed, zelfvoldaan zijn, tevreden zijn met jezelf en je prestaties, en hoe je het ook verder noemen wilt, daarover lezen we in Spreuken 16 vers 5:

"Al wie hoog is van hart, is voor de HEERE een gruwel."

Hieruit komt voort dat oprechte Christenen heel geen moeite hebben met vernederende taal, zoals in antwoord 61. Zij hebben door genade mogen leren wat staat in Spreuken 8 vers 13:

"De vreze des HEEREN is, te haten het kwade, de hovaardigheid / trots, en de hoogmoed."

Wanneer je hoogmoed en trots haat, poch je niet op je geloof. Want je weet heel goed twee dingen:

1. Het geloof dat ik heb, maakt mij niet beter dan een ander. Ik voel heel goed dat ik even onwaardig ben als heel de wereld.

2. Het geloof waardoor ik toch zalig mag worden en in Gods eeuwige liefde mag delen, heb ik ook nog eens een keer niet zelf voortgebracht, maar dat heeft God mij gegeven. Dus al zou het geloof mij waardiger en aangenaam maken (wat niet zo is), dan nog zou ik mij nergens op kunnen beroemen, omdat ik dit van God heb gekregen!

Wanneer we de leer van de remonstranten en de roomsen vergelijken met de eerste regels van antwoord 61, komen we tot een opmerkelijke tegenstelling. De roomsen zeggen: als jij je best doet, zal God je helpen. Dus het geloof is niet helemaal ons eigen werk, maar het is ook niet helemaal Gods werk. Het initiatief moet in ieder geval uit ons voortkomen. De remonstrant van vroeger (Dordtse Synode, 1618-1619) en nu (zoals in vele pinksterkringen en evangelische bewegingen) beweert, wat afgelopen week een meisje mij schreef:

Dat is toch oneerlijk, dat God sommige mensen wel gewillig maakt en anderen overslaat? Dus eigenlijk moet je geluk hebben om bekeerd te worden? Je moet er toch zelf ook wel wat voor doen? Je zult toch zelf moeten gaan bidden? Anders is het dus afwachten of God je gewillig maakt en zo niet, dan heb je gewoon pech? Dat kan toch niet?

En hoewel het zeker waar is dat wij er alles aan moeten doen! Toch is het even zeker waar dat wij met alles eraan te doen niets verdienen, niet beter, niet waardiger en niet God aangenamer erdoor worden. Deze leer, deze Bijbelse waarheid stuit velen tegen de borst: onwaardig te zijn. En zelfs als je gelooft, deug je nog niet. Maar een rijke troost ligt hierin voor alle gelovige lezers van "De Catechisant". Deze troost: als jij nu keer op keer voelt dat je met al je geloofservaringen niks beter en heiliger bent dan vóór je bekering, luister dan naar het getuigenis van antwoord 61: jij hoeft ook niets van jouw geloof of geloven te verwachten. Welnee! Toch ben je God aangenaam, welgevallig. Jij behaagt aan God de Heere. Hoe dan? Daar gaan we, zo God het geeft, in het volgende nummer verder op in. Nu verwijs ik naar een uitspraak van de apostel Petrus. Hij was een gelovige, maar viel op heel wat manieren tegen. Zijn geloof maakte hem niet beter en niet aangenaam bij God. Toch schrijft hij dat Christenen zulke offers aan God brengen die aangenaam zijn bij Hem (I Petrus 2 vers 5). Hij schrijft dat zijn lezers tot Christus komen en dan worden zij een heilig priesterdom:

"om geestelijke offeranden op te offeren, die God aangenaam zijn door Jezus Christus."

Ja, God behagen wij, maar niet vanuit onszelf, alleen door Christus! Nee, mensverheerlijkend is onze Heidelbergse Catechismus niet bepaald. In antwoord 60 moesten we al leren dat zalig worden zonder enige verdienste onzerzijds is, en dat het uit loutere genade is, en nu, in antwoord 61, wordt dit ons nog een keer voorgehouden:

Niet dat ik vanwege de waardigheid van mijn geloof God aangenaam ben.

Betekent dit dat ik God niet aangenaam ben? Dat Hij een hekel aan mij heeft? Nee, dat betekent het niet. Tenminste niet wanneer ik een oprechte gelovige ben. Ik ben God wél aangenaam; alleen, om een andere reden dan iets in mijzelf. Welke reden dan? We lezen antwoord 61 verder:

        Maar daarom, dat alleen de genoegdoening,

         gerechtigheid en heiligheid van Christus

             mijn gerechtigheid voor God is.

Wanneer je antwoord 60 in je geheugen hebt, of even nakijkt, bemerk je dat in antwoord 61 precies dezelfde woorden / begrippen terugkeren: genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid. En wel..., van Christus. Het gaat over de genoegdoening die Jezus Christus heeft opgebracht. Het gaat over de gerechtigheid of wetsgehoorzaamheid die Jezus Christus tijdens Zijn leven op aarde heeft getoond. Het gaat over de heiligheid van Jezus Christus, die Hem eigen was vanaf Zijn ontvangenis van de Heilige Geest en Zijn geboorte uit de maagd Maria, tot en met Zijn laatste ademtocht, toen Hij Zijn geest in de handen van Zijn Vader overgaf. Deze drie zaken zijn zo belangrijk dat de Heidelbergse Catechismus ze nog een keer vol uitschrijft in het nieuwe antwoord. Bij genoegdoening kunnen we denken aan een losprijs. Denk aan Galaten 1 vers 4, waar we over onze Heere Jezus Christus lezen:

"Die Zichzelf heeft gegeven voor onze zonden, opdat Hij ons zou trekken uit deze tegenwoordige boze wereld, naar / overeenkomstig de wil van onze God en Vader."

Bij het woord gerechtigheid gaat het erover dat wij in een rechte verhouding tot God komen te staan en wel doordat voor ons een Plaatsvervanger de eisen van Gods heilige wet gehoorzaamt. We kunnen hierbij denken aan een magistrale uitspraak van de apostel Paulus in I Korinthiërs 1 vers 30:

           "Maar uit God zijt gij in Christus Jezus; Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing."

Bij het woord heiligheid kun je ook bij bovenstaande schriftwoorden terecht. Bij heiligheid gaat het over totale toewijding aan God. Duidelijk wordt dat alles in Christus ligt. Los van Hem hebben en zijn we niets dan alleen ene massa zonde! Voor God, de heilige, zondehatende God, kunnen wij niet bestaan, los gedacht van Jezus Christus en Zijn volkomen werk. God moet ons dan háten. Voor de hartdoorzoekende ogen van Hem Die de rechtvaardige, zondestraffende God is, moeten wij vergaan, tenzij Jezus Christus met al Zijn verdiensten tussen Hem en ons in gaat staan. Zo laat de Catechismus, net als de Bijbel, duidelijk uitkomen hoe onuitsprekelijk belangrijk Jezus Christus is. En natuurlijk komt hieruit de vraag tot alle lezers (en tot de schrijver en de printers): hoe belangrijk is Hij voor mij; voor jou?

De Catechismus is nog niet klaar met antwoorden op de vraag

                     "Waarom zeg je

    dat je alleen door het geloof rechtvaardig bent?"

Want ja, het gaat niet alleen om Christus, maar het gaat ook om mij. Het gaat om de verbinding tussen Christus en mij. Anders gezegd: hoe komen nu deze schatten en rijkdommen van Christus in mijn bezit? Het antwoord luidt:

  en dat ik die niet anders dan alleen door het geloof

             aannemen en mij toeëigenen kan.

Het gaat om aannemen. Dat was ook al te merken bij het slot van antwoord 60. Daar lezen we immers: in zover ik zo'n weldaad met een gelovig hart aanneem. Wat is aannemen? We komen dit woord ook tegen in de Bijbel. Twee voorbeelden:

Johannes 1 vers 12:"Zovelen Hem aangenomen hebben, aan hen heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven."

Handelingen 2 vers 41"Die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt."

Matthew Henry omschrijft het woord aannemen als volgt: "zich aan Christus onderwerpen", "Hem welkom heten". Wanneer we in Psalm 2 vers 12 lezen "Kust de Zoon", legt de kanttekening het net zo uit: dat is, eert Hem als Mijn eeuwige Zoon, en neemt Hem als uw Koning aan, gelooft in Hem, weest Hem onderdanig. Nu komen we tot de afronding van vraag en antwoord 61. Het gaat erom dat we Christus en al Zijn weldaden aannemen. Zijn genoegdoening is een feit en moet door ons welkom worden geheten. Zijn gerechtigheid kan door alle duivels samen niet meer ongedaan worden gemaakt, maar wij dienen haar wel ons toe te eigenen - anders doet ze ons geen enkel nut. En zo is het ook met de heiligheid van Christus. We kunnen iets alleen aannemen - en dat "gaarne", graag - als we het graag willen hebben. Vraag: wil jij graag deze drie gaven van Christus hebben? Wat zie jij dan in die genoegdoening enz.?

We kunnen alleen iets aannemen dat ons wordt aangeboden. Anders eigenen we het ons wederrechterlijk toe. Worden Christus' gerechtigheid en andere weldaden ons aangeboden? Ja. Mogen wij die ons toeëigenen? Ja, met vrijmoedigheid. Mag dat nú? Zonder enige twijfel! Hoe doe je dat? Door ze welkom te heten. Geloven = aannemen = welkom heten. Is je hart overgebogen om deze weldaden te willen bezitten (en weet je dus ook wat elke weldaad betekent)? Dan reikhals je onweerstaanbaar naar deze rijkdommen. Anders gevraagd: is Christus als de Gekruisigde jou dierbaar, beminnelijk, begeerlijk, aantrekkelijk? Voel je zo'n aantrekkingskracht in Hem en vanuit Hem op jou, dat je niet meer bij Hem vandaan kunt blijven? Laat Hem dan jou trekken, laat je dan door Hem trekken, laat je dan maar gaan, en zeg: "Heere, ik kan het niet meer tegenhouden, maar ik verlang zo naar U, ik moet U hebben. Mag ik bij U schuilen?" Deze dingen horen bij wat de Catechismus in antwoord 61 bedoelt: Christus' kruisverdiensten aannemen en ons toeëigenen... Nam jij tot nog toe Christus niet aan? Onderwierp jij je nog niet aan Hem? Heette jij Hem met zoveel heerlijke Evangelie-weldaden beladen nog steeds niet welkom? Heeft Gods Zoon nog steeds minder aantrekkelijks in Zich dan "de schatten van Egypte" - zie Mozes' keuze in Hebreeën 11 vers 26? Wat doe jij dan in feite? Niet neutraal blijven. Je kunt iets dat je wordt aangeboden, niet neutraal behandelen. Óf je aanvaardt het, óf je verwerpt het. Zo is het ook met de volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus. Ze worden jóu aangeboden - en jouw doop bevestigt Gods oprechte bedoelingen hierbij. Nu is de keus aan jou: kus jij de Zoon? Zo niet, dan zal Zijn toorn straks ontbranden en jij zult op je levensweg vergáán!