Algemeen
Uitleg psalmen Digitaal schoolbord Over de berijmingen De Franse berijming De Nieuwe Psalmber... > Meer Over de Psalmen
Psalmen in de Bijbel Hebreeuwse Poë... Hebreeuwse Poë... Hebreeuwse Poë... Geweldsteksten > Meer Opinie
Onbekende psalmen Aangeboren muzikal... Psalmkeuze Populaire psalmen Aanpassen melodie > Meer Ingezonden
Rubriek ingezonden Zingen van psalmen Geschiedenis Psalmen Meditatie over psa... Verantwoording Mee... > Meer Studie berijmingen
Over Psalmen gespr... Over Psalmen gespr... Over Psalmen gespr... Over Psalmen gespr... Catechisatieles
Catechismus vr. 1 Catechismus vr. 2 Catechismus vr. 3 ... Catechismus vr. 6 Catechismus vr. 10 > Meer Dordtse Leerregels
H 1 artikel 1 H 1 artikel 2 H 1 artikel 3 en 4 H 1 artikel 5 H 1 artikel 6 > Meer Hoe moet ik omgaan met
Aalmoezen Aanvechtingen Achterklap Afgoderij Alcohol > Meer Des HEEREN Lof
Johannes Ã  Lasc... Johannes Ã  Lasc... Johannes Ã  Lasc... Johannes Ã  Lasc... Johannes Ã€ Las... > Meer wat de bijbel zegt over
Abraham Benauwdheid De drie-eenheid (1) De drie-eenheid (4) De drie-eenheid (2) > Meer De Catechismus van Genève
Vraag 143 t/m 157 Vraag 159 t/m 165 Vraag 166 t/m 184 Vraag 185 t/m 195 Vraag 196 t/m 199 > Meer De Catechismus van Genève
Vraag 1 t/m 5 Vraag 6 t/m 14 Vraag 15 t/m 20 Vraag 21 t/m 29 Vraag 30 t/m 45 Vraag 46 t/m 49 Vraag 50 t/m 54 Vraag 55 t/m 59 Vraag 60 t/m 64 Vraag 65 t/m 72 Vraag 73 t/m 79 Vraag 80 t/m 87 Vraag 88 t/m 91 Vraag 92 t/m 100 Vraag 101 t/m 105 Vraag 106 t/m 110 Vraag 111 t/m 113 Vraag 114 t/m 125 Vraag 126 t/m 130 Vraag 131 t/m 135 Vraag 136 t/m 142 Vraag 260 t/m 265 Waar jij mee zit
Gospelmuziek Onbekeerd na een k... Gods berouw De speelfilm Gods eer boven eig... > Meer

Hoe moeten wij bidden? Laten wij nu over de wijze van bidden handelen.

Vr. 240 Is de tong voldoende voor het bidden, of vereist het gebed ook de geest (mens) en het hart? Antw : De tong is weliswaar niet altijd noodzakelijk, maar een waar gebed kan het verstand en de genegenheid nooit missen.

Vr. 241 Met welk argument zult gij dit bewijzen? Antw : Daar God immers een Geest is, eist Hij, daar Hij anders altijd het hart van de mensen vraagt, dat dan toch voornamelijk in het gebed, waardoor wij met Hem gemeenschap hebben. Om welke reden Hij slechts aan diegenen die Hem in waarheid aanroepen, belooft dat Hij hen nabij zal zijn; daarentegen echter verwenst en vervloekt Hij allen, die in geveinsdheid en niet van harte bidden.

Vr. 242 Gebeden die slechts met de mond worden uitgesproken zijn dus ijdel en nietig. Antw : Dat niet alleen, maar ze mishagen God ook zeer.  

Vr. 243 Welke gevoelens vereist God in het gebed? Antw : Ten eerste, dat wij onze nood en ellende gevoelen, opdat dit gevoel droefheid en zorg in onze harten doe ontstaan; vervolgens gloeien van hevig en ernstig verlangen om genade van God te verkrijgen, hetgeen ook de vurigheid van het bidden in ons ontsteekt.

Vr. 244 Vloeit dit gevoel bij de mensen voort uit het natuurlijk gemoed, of komt het bij hen voort uit de genade van God? Rom. 8 : 25; Gal. 4 : 6. Antw : Het is noodzakelijkd at God ons hier te hulp komt. Want wij zijn voor beide geheel onbekwaam. Het is de Geest van God, die in ons onuitsprekelijke verzuchtingen verwekt, en onze zielen neigt tot deze verlangens, die in het gebed vereist worden.

Vr. 245 Bedoelt deze leer dat wij stilzittend en in zekere zin slapend de beweging van de Geest inwachten, en niet ieder zichzelf tot bidden opwekt? Antw : Allerminst. Maar veeleer is dit het doel, dat als de gelovigen zich koud gevoelen, en traag tot het gebed, of in minder goede gesteldheid, zij terstond de toevlucht tot God nemen, en vragen ontvlamd te worden door de vurige inwerking van Zijn Geest, waardoor zij tot het bidden geschikt gemaakt worden.

Vr. 246 Gij verstaat het toch niet zó, dat de tong bij de gebeden in het geheel niet gebruikt wordt? Antw : In het geheel niet. Want zij is dikwijls tot steun om de geest op te heffen en vast te houden, om niet zo gemakkelijk van God afgetrokken te worden. Bovendien is het gepast, dat, daar zij geschapen is om Gods glorie te verheerlijken boven de andere ledematen, geheel haar vermogen voor dit gebruik wordt ontplooid. Daarbij drijft de vurigheid van de ijver de mens er nu en dan toe, dat de tong zonder overleg in woorden uitbreekt.

Vr. 247 Als dat zó is, wat voordeel bekomen dan degenen die in een vreemde taal bidden die zij zelf niet begrijpen? 1 Cor. 14 : 25. Antw : Dat is immers niets anders, dan spotten met God. Laat daarom die huichelarij uit het Christendom verdwijnen.

Vr. 248 Maar, als wij bidden, doen wij dat dan op goed geluk, onzeker van de uitkomst, of wel moet dit voor ons vaststaan, dat wij door de Heere verhoord zullen worden? Rom. 10 : 14. Antw : Dit moet het voortdurende fundament van het gebed zijn, dat wij verhoord zullen worden door de Heere, en al wat wij vragen, zullen verkrijgen, voor zover het heilzaam voor ons is. Om deze reden leert Paulus, dat het rechte aanroepen van God uit het geloof voortvloeit. Want nooit zal iemand Hem recht aanroepen, als hij niet eerst rust gevonden heeft in het vaste vertrouwen op Zijn goedheid.

Vr. 249 Wat zal er dus met hen gebeuren, die weifelend bidden, en niet in hun harten vaststellen wat zij door hun bidden zullen bereiken, ja onzeker zijn, of hun gebeden door God gehoord worden of niet? Antw : Hun gebeden zijn ijdel en tevergeefs, daar ze door geen enkele belofte zijn ondersteund. Want ons wordt bevolen met vast vertrouwen te vragen; en de belofte wordt er bijgevoegd, dat al wat wij gelovig zullen vragen, ons dat gegeven zal worden. Matth. 21 : 22; Marc. 11 : 24; Jac. 1 : 6.

Vr. 250 Er blijft over dat wij zien, vanwaar bij ons zoveel vertrouwen komt, dat wij, wijl wij op zoveel manieren onwaardig zijn in Gods oog, ons toch voor Zijn aangezicht durven stellen. Ps. 50 : 15; 91 : 15; 145 : 18; Jes. 30 : 19; 65 : 1; Jer. 29 : 12; Joel 2 : 32; Rom. 8 : 25; 10 : 13; 1 Tim. 2 : 5; 1 Joh. 2:1; Hebr. 4 : 14; Joh. 14 : 14. Antw : Ten eerste, wij hebben beloften, waarop wij ons eenvoudig, met terzijde laten van de toestand van onze onwaardigheid moeten gronden. Vervolgens, als wij kinderen van God zijn, bezielt ons Zijn Geest, en spoort ons aan om tot Hem, als tot onze Vader, ons vertrouwelijk te begeven, zonder enige twijfel. En opdat wij niet daarom, dat wij als wormen zijn, en het bewustzijn van onze zonden ons drukt, voor Zijn heerlijke majesteit verschrikken, stelt Hij ons Christus tot een Middelaar voor, en daar Die voor ons de toegang opent, zijn wij allerminst bezorgd over het verkrijgen van genade.

Vr. 251 Verstaat gij het zó, dat God anders niet dan in de Naam van Christus alleen moet aangeroepen worden? Antw : Dat is mijn gevoelen. Want zó wordt het ons met uitgedrukte woorden voorgeschreven; en de belofte wordt er bijgevoegd, dathet door Zijn tussenkomst zal geschieden, dat wij verkrijgen wat wij vragen.

Vr. 252 Wie steunend op deze voorspraak, vol vertrouwen tot God gaat, en aan God en aan zichzelf, alleen deze Voorspraak voorstelt, is dus niet van vermetelheid of aanmatiging te beschuldigen? Antw : Op generlei wijze. Want wie zó bidt, stelt zijn gebeden op als uit Zijn mond, daar hij weet dat zijn gebed door diens voorspraak gesteund en aanbevolen wordt. Rom. 8 : 33; Rom. 8 : 15.

Over psalmboek.nl

Contact

Copyright 2019


Sponsor: Erdee Media Groep