Home Kernwoorden Psalmen Belijdenis Zingen UitlegBoeken
 
 
Algemeen
Uitleg psalmen
Digitaal schoolbord
Over de berijmingen
De Franse berijming
De Nieuwe Psalmberijming
Helpt u mee?
Over de Psalmen
Psalmen in de Bijbel
Hebreeuwse Poëzie - 1
Hebreeuwse Poëzie - 2
Hebreeuwse Poëzie - 3
Geweldsteksten
Psalm 42 en 43 - I
Psalm 42 en 43 - II
Goedertierenheid
Goddelozen en Zondaars
Lofzang van Maria
Video over de Psalmen (Engels)
Opinie
Onbekende psalmen
Aangeboren muzikaliteit
Psalmkeuze
Populaire psalmen
Aanpassen melodie
Tips gezin, school, kerk
Moeilijke melodieën
Zingen bij Calvijn
Gesprek over Onbekende Psalmen
Waak voor Wildgroei
Discussie 1773 gezindte-breed
Ingezonden
Rubriek ingezonden
Zingen van psalmen
Geschiedenis Psalmen
Meditatie over psalm 80
Verantwoording Meeuse
Aanhef psalmen
Theologie psalmen 1
Theologie psalmen 2
Tweestemmige Harmonisaties
Studie berijmingen
Over Psalmen gesproken! (1)
Over Psalmen gesproken! (2)
Over Psalmen gesproken! (3)
Over Psalmen gesproken! (4)
Catechisatieles
Catechismus vr. 1
Catechismus vr. 2
Catechismus vr. 3 en 4
Catechismus vr. 6
Catechismus vr. 10
Catechismus vr. 12
Catechismus vr. 13
Catechismus vr. 14
Catechismus vr. 15
Catechismus vr. 16
Catechismus vr. 17
Catechismus vr. 18
Catechismus vr. 19
Catechismus vr. 20
Catechismus vr. 21
Catechismus vr. 22
Catechismus vr. 23
Catechismus vr. 24
Catechismus vr. 25
Catechismus vr. 26
Catechismus vr. 28
Catechismus vr. 29
Catechismus vr. 30
Catechismus vr. 31
Catechismus vr. 32
Catechismus vr. 33
Catechismus vr. 35
Catechismus vr. 36
Catechismus vr. 39
Catechismus vr. 40
Catechismus vr. 42
Catechismus vr. 43
Catechismus vr. 45
Catechismus vr. 47
Catechismus vr. 49
Catechismus vr. 51
Catechismus vr. 52
Catechismus vr. 53
Catechismus vr. 54
Catechismus vr. 55
Catechismus vr. 56
Catechismus vr. 57
Catechismus vr. 58
Catechismus vr. 59
Catechismus vr. 60
Catechismus vr. 61
Catechismus vr. 62
Catechismus vr. 63
Catechismus vr. 64
Catechismus vr. 65
Catechismus vr. 66
Catechismus vr. 67
Catechismus vr. 68
Catechismus vr. 69
Catechismus vr. 70
Catechismus vr. 71
Catechismus vr. 72
Catechismus vr. 73
Catechismus vr. 74
Catechismus vr. 75
Catechismus vr. 76
Catechismus vr. 77
Catechismus vr. 78
Catechismus vr. 79
Catechismus vr. 80
Dordtse Leerregels
Hoofdstuk 1 artikel 1
Hoofdstuk 1 artikel 2
Hoofdstuk 1 artikel 3 en 4
Hoofdstuk 1 artikel 5
Hoofdstuk 1 artikel 6
Hoofdstuk 1 artikel 7 en 8
Hoofdstuk 1 artikel 10 en 11
Hoofdstuk 1 artikel 12
Hoofdstuk 1 artikel 15
Hoofdstuk 1 artikel 17
Hoofdstuk 2 artikel 1 en 2
Hoofdstuk 2 artikel 3
Hoofdstuk 2 artikel 5
Hoofdstuk 2 artikel 6
Hoofdstuk 2 artikel 7
Hoofdstuk 2 artikel 8
Hoofdstuk 3 artikel 1
Hoofdstuk 3 artikel 2
Hoofdstuk 3 artikel 3
Hoofdstuk 3 artikel 4
Hoofdstuk 3 artikel 5
Hoofdstuk 3 artikel 6
Hoofdstuk 3 artikel 7
Hoofdstuk 3 artikel 8
Hoofdstuk 3 artikel 9
Hoofdstuk 3 artikel 10
Hoofdstuk 3 artikel 11
Hoofdstuk 3 artikel 12
Hoofdstuk 3 artikel 13
Hoofdstuk 3 artikel 14
Hoofdstuk 3 artikel 15
Hoofdstuk 3 artikel 16
Hoofdstuk 3 artikel 17
Hoe moet ik omgaan met
Aalmoezen
Aanvechtingen
Achterklap
Afgoderij
Alcohol
Ambt
Antisemitisme
Atheïsme
Barmhartigheid
Bastaardvloeken
Beeldende kunst
Bekering
Bekommering
Belediging
Berusting
Biblicisme
Bijbel
Bijbelkringen
Bijbelverklaringen
Bijbelvertalingen
Bijgeloof
Buitenkerkelijk christendom
Catechisatie
Censuur
Chiliasme
Chiromantie
Concubinaat
Confessionalisme
Conflicten
Creationisme
Cultuur
Dans
Doodzonde
De Doop
Drift
Dromen
De duivel
Eenzaamheid
Eer
Eerlijkheid
Eeuwigheid
Egoïsme
Eigendom
Eigengerechtigheid
Emancipatie
Emotie
Ergernis
Erotiek
Evangelicals
Evangelie
Evangelisatie
Evolutietheorie
Exorcisme
Fanatisme
Feestdagen
Film
Flirten
Formulieren van eenheid
Fossielen
Frustratie
Fundamentalisme
Gastvrijheid
Gebed
Gebed des Heeren
Gebedsgenezing
Gebedsverhoring
Geboorteregeling
Geduld
Des HEEREN Lof
Johannes à Lasco (1)
Johannes à Lasco (2)
Johannes à Lasco (3)
Johannes à Lasco (4)
Johannes à Lasco (5)
Willem Farel (1)
Willem Farel (2)
Willem Farel (3)
Willem Farel (4)
Willem Farel (5)
Willem Farel (6)
Islam
Girolamo Savonarola
Petrus Datheen (1)
Petrus Datheen (2)
Johannes Calvijn (1)
Johannes Calvijn (2)
Johannes Calvijn (3)
Johannes Calvijn (4)
Maarten Luther (1)
Maarten Luther (2)
Maarten Luther (3)
Maarten Luther (4)
Maarten Luther (5)
Maarten Luther (6)
Maarten Luther (7)
Maarten Luther (8)
Maarten Luther (9)
Maarten Luther (10)
Ambrosius
Guido de Brès (1)
Guido de Brès (2)
Guido de Brès (3)
Guido de Brès (4)
Guido de Brès (5)
Guido de Brès (6)
Guido de Brès (7)
Guido de Brès (8)
Augustinus (1)
Augustinus (2)
Augustinus (3)
Augustinus (4)
Augustinus (5)
De Germanen
Abt Gregorius
Petrus Waldes (1)
Petrus Waldes (2)
John Wycliff
Johannes Hus
wat de bijbel zegt over
Abraham
Benauwdheid
De drie-eenheid (1)
De drie-eenheid (4)
De drie-eenheid (2)
De drie-eenheid (3)
De drie-eenheid (5)
De drie-eenheid (6)
De drie-eenheid (7)
De drie-eenheid (8)
De drie-eenheid (9)
De drie-eenheid (10)
De jeugd (1)
De jeugd (2)
De wederkomst
Elkaar vergeven (1)
Elkaar vergeven (2)
Gods Woord
Heersen
Hoop
Kastijding (1)
Kastijding (2)
Lankmoedigheid
Matigheid
Oefening
Rijkdom
Strijd
Toorn
Zachtmoedig
De Catechismus van Genève
Vraag 1 t/m 5
Vraag 6 t/m 14
Vraag 15 t/m 20
Vraag 21 t/m 29
Vraag 30 t/m 45
Vraag 46 t/m 49
Vraag 50 t/m 54
Vraag 55 t/m 59
Vraag 60 t/m 64
Vraag 65 t/m 72
Vraag 73 t/m 79
Vraag 80 t/m 87
Vraag 88 t/m 91
Vraag 92 t/m 100
Vraag 101 t/m 105
Vraag 106 t/m 110
Vraag 111 t/m 113
Vraag 114 t/m 125
Vraag 126 t/m 130
Vraag 131 t/m 135
Vraag 136 t/m 142
Vraag 143 t/m 157
Vraag 159 t/m 165
Vraag 166 t/m 184
Vraag 185 t/m 195
Vraag 196 t/m 199
Vraag 200 t/m 203
Vraag 204 t/m 207
Vraag 208 t/m 212
Vraag 213 t/m 216
Vraag 217 t/m 223
Vraag 224 t/m 232
Vraag 233 t/m 239
Vraag 240 t/m 252
Vraag 253 t/m 255
Vraag 256 t/m 259
Vraag 260 t/m 265
Vraag 266 t/m 295
Vraag 296 t/m 308
Vraag 309 t/m 323
Vraag 324 t/m 332
Vraag 333 t/m 339
Vraag 340 t/m 356
Vraag 357 t/m 373
Staan tijdens het bidden
Waar jij mee zit
Gospelmuziek
Onbekeerd na een kerkdienst
Gods berouw
De speelfilm
Gods eer boven eigen zaligheid
De naam HEERE in de Psalmen
Voor elkaar bidden
Vruchten van de wedergeboorte
Kringgebed
De verboden boom
Hoogmoed
Geen last van je zonden
Belijdeniscatechisatie
Rechtvaardiging en heiliging
Ben ik uitverkoren?
Genade onder voorwaarde
Popmuziek en housemuziek
De vergeving van zonden
Schriftuurlijke prediking
Zondigen tegen je wil
Jezus een hindernis
Het erkennen van zondeschuld
Moedeloosheid
Gods kinderen en God
Zondesmart
Boetvaardigheid
De doopbelofte
Geroepen tot predikant
Mensverheerlijking
Bijna-dood-ervaring
Een kind dat sterft
Opvoeden
De zonden haten
Computerspelletjes
Zonde tegen de Heilige Geest
Wat is bidden
De gemeenschap der heiligen
De echte en blijvende bekering
Vergeven bij een echtscheiding
Beloften voor onbekeerden
De Drie Verbonden
Troost ontvangen uit beloftes
Het Boek
Geloven in of aan Christus
Hoofdbedekking bij het bidden
Verbond maken met ogen
Gebedsverhoring
 

 

Heb je er nog zin in om na te denken over onze Heidelberg­se Catechismus? Leer je de vragen en antwoorden ook die ik behandel? Probeer je ze ook te onthouden? De Catechismus is een leerboekje. Daarom is het van groot belang om de vragen en de ant­woorden in je hoofd te zetten. Dat kan je van pas komen in een gesprek over een Bijbelse waarheid. Maar ook in het gebed, in de worsteling van je ziel, in een aanvechting van satan, of in de stille vraag van je hart hoe je nu toch ooit bekeerd en met God verzoend moet worden. De Cate­chismus is bedoeld om je de weg te wijzen in de Heilige Schrift, ten aanzien van de geestelijke dingen, de dingen dus die ons troost kunnen verschaffen. Wil je getroost zijn, bestudeer dan de Heilige Schrift aan de hand van onze Heidelbergse Catechismus. Het gedeelte waarmee we nu bezig zijn, is een uitleg van de Twaalf Artikelen. We hebben de Namen `Jezus' en `Christus' overdacht en gaan nu nadenken over de Naam `Gods eniggeboren Zoon'. De Catechismus legt iets van deze Naam uit en vraagt ook tegelijk onze aandacht ervoor hoe deze Naam tot ons in betrekking staat. Lees maar wat er staat in vraag 33:

Waarom is Hij Gods éniggeboren Zoon ge­noemd, zo wij toch ook Gods kinderen zijn?

Je ziet dat het niet alleen gaat over de vraag waarom Jezus Gods eniggeboren Zoon heet, maar dat de Catechismus er meteen iets aan verbindt dat heel nauw met ons persoonlijk te maken heeft: namelijk dat wij Gods kinderen zijn. En daarover gaat het in dit nummer: wij zijn Gods kinderen. Wie zijn die `wij'? Kunnen alle mensen zeggen dat zij een kind van God zijn? Nee. Lees maar in Johannes 8 vanaf vers 33 waar de Heere Jezus een gesprek heeft met de joden. Zij gaan er prat op dat ze nakomelin­gen zijn van vader Abraham. In vers 37 erkent Jezus dat zij dat zijn. Maar de gevolgtrekking die de joden maken, maakt Jezus niet. De joden bedoe­len: omdat wij kinderen van Abraham zijn, horen wij bij God. God is onze Vader, wij zijn kinderen van God (vers 41). Als de joden deze leugen uitspreken, zegt onze Heiland: als God jullie Vader was, zouden jullie Mij liefhebben. Hij wijst dus een kenmerk aan, waaraan de joden zich moesten toetsen. Alleen díe mensen zijn kinderen van God die Jezus liefhebben. Heb je Jezus niet lief, dan ben je dus geen kind van God. De joden hadden Jezus niet lief, conclusie: zij waren geen kind van God. Dat dach­ten ze wel, maar ze vergisten zich vreselijk. En dan komt in vers 44 het vreselijke woord van Jezus: “Gij zijt uit de vader de duivel en gij wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van de beginne en is in de waar­heid niet staande gebleven; want geen waarheid is in hem. Wan­neer hij de leugen spreekt, zo spreekt hij uit zijn eigen; want hij is een leuge­naar en de vader daarvan.” Wie is de vader van de joden? De duivel. Wie is onze vader? De duivel. Nu kan het tegelijk waar zijn, dat God onze Vader is en dat de duivel onze vader is. In zekere zin is God onze Vader, namelijk krachtens het Verbond. Maar in andere zin is de duivel onze vader, namelijk krachtens onze val in Adam in het paradijs. God is onze Vader krachtens schepping, maar wij hebben deze Vader de rug toegekeerd (net als de verloren zoon) en wij hebben een andere vader gekozen, namelijk satan.

Wie kan dan wel zeggen dat God zijn Vader is? Alleen die uit God geboren werd, wedergeboren werd. Dat schrijft Johannes in het eerste hoofdstuk, vers 12 en 13. Het ging in het vorige vers over mensen die de Heere Jezus niet aannemen, maar verwerpen. En dan bedoelt de evan­gelist daarmee het joodse volk als geheel. Maar er waren onder de joden ook mensen die wél de Heere Jezus door het geloof hebben aanvaard. En daarover gaan de beide genoemde verzen: “Maar zovelen Hem aangenomen hebben die heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, name­lijk die in Zijn Naam geloven; die niet uit de bloede noch uit de wil des vleses noch uit de wil des mans, maar uit God geboren zijn.” Ben jij wedergeboren? Dan ben jij een kind van God. Ben jij niet weder­geboren, dan ben jij geen kind van God. Dan ben jij nog een kind van satan. Ontstellende gedachte! Nog meer ontstellende werkelijkheid! ... ! Denk je er aan? Houd jezelf niet voor de gek, zoals de joden in Jezus' dagen deden. Nu staat in vraag 33: `zo wij toch ook Gods kinderen zijn'. Dat betekent niet: als wij Gods kinderen zijn; maar het betekent: omdat of aangezien wij toch ook Gods kinderen zijn. In de Heidelbergse Catechismus is dus een leerling aan het woord die een kind van God is. En dan moet je bedenken dat de Catechismus is geschre­ven voor de jonge jeugd, laten we zeggen van ongeveer een jaar of twaalf. Zo'n jongen en zo'n meisje krijgt het in de mond gelegd door Olevianus en Ursinus, dat zij kinderen van God zijn. Dat is des te opmerkelijker als we bedenken dat de vraag heel goed ook anders geformuleerd had kunnen worden. Bijvoorbeeld: Waarom is Hij Gods eniggeboren Zoon genoemd aangezien de wederge­borenen / gelovigen toch ook Gods kinderen zijn? Nee, de opstellers van ons leerboekje kozen er bewust voor om de school­jeugd uit Heidelberg en het vorstendom De Paltz te laten leren: ... zo wij toch ook Gods kinderen zijn ... Door deze vraagstelling word jij niet bedrogen, alsof je nu maar op voorhand moet veronderstellen dat jij een kind van God bent. Maar door deze formulering van de vraag (en ook van het antwoord) wordt jij dringend uitgenodigd, ja ertoe gedrongen, om jezelf erop te onderzoe­ken: kan ik het eigenlijk wel naspreken; ben ik wel een kind van God? En het is in vraag 33 natuurlijk niet voor de eerste keer dat zoiets er staat. Let maar op in vraag 32: waarom wordt gij een Christen genoemd. En zo er veel voorbeelden te geven. Kortom: een goede Catechismusleerling is een kind van God. En ben jij het niet? Ben je inmiddels aan de weet gekomen dat Johan­nes 8 vers 44 ook over jou gaat? En ben je daarom soms zo ellendig en naar? En weet je niet hoe je een kind van God kunt worden? De Bijbel geeft het antwoord. Tegen de stokbewaarder / cipier in Filippi zei Paulus: “Geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig wor­den.” Dat is hetzelfde als: gij zult een kind van God worden.

Ten slotte: leg deze kwestie niet naast je neer! Je zult eerdaags voor Gods rechterstoel verschijnen. Gisteren (6 april) stond er in de krant een rij rouwad­vertenties in van een jongen van negentien jaar die dodelijk verongelukte (ONVERWACHTS!) en voor Gods rechterstoel moest verschijnen. Ben jij dan nog een kind van de duivel?

 

Geen heerlijker geluk kun je beleven dan het geluk om een kind van God te mogen zijn. En daarover gaat het in vraag en antwoord 33:

Vraag: Waarom is Hij Gods éniggeboren Zoon genoemd, zo wij toch ook Gods kinderen zijn?

Antwoord: Daarom dat Christus alleen de eeuwige, natuurlijke Zoon van God is, maar wij zijn - om Zijnentwil, uit genade - tot kinderen Gods aangenomen.

Hier schrijft de Catechismus hoe wij kinderen van God kunnen worden én hoe Christus dan toch nog de eniggeboren Zoon van God kan blijven heten. Hoe kun jij een kind van God worden? De Catechismus gebruikt het woord `aangenomen'. Een kind van God kunnen wij alleen worden wanneer we door Hem als kind worden aangenomen / geadopteerd. Hier ligt de eerste tegenstelling tussen het `Kind van God zijn' van Jezus Christus en het `kind van God zijn' van ons (als we wedergeboren zijn). Jezus is niet aangenomen, geadopteerd. Hij is de natuurlijke Zoon van God. Daarom staat er ook dat Christus de geboren Zoon van God is; en wel de eniggeboren. Als de Bijbel zegt dat Jezus Christus de eniggeboren Zoon van God is, is het misschien wel voor de hand liggend om te denken dat er dus geen andere kinderen van God zijn. Maar wanneer de evangelist Johannes dit schrijft in het eerste hoofdstuk van zijn Evangelie (vers 14 en 18), heeft hij net tevoren in vers 12 en 13 gezegd dat er mensen zijn die kinderen van God genoemd mogen worden, en ook dat zij uit God geboren zijn.Wie de verzen 12 en 13 vergelijkt met de verzen 14 en 18, zou bij oppervlakkige lezing kunnen besluiten: hier spreekt de evangelist zich tegen. Óf Jezus is niet de eniggeboren Zoon van God óf andere mensen kunnen niet Gods kinderen heten en ook niet uit God geboren zijn.Toch staat het er en ook spreekt Johannes zich niet tegen. Alleen er zijn twee soorten kinderen van God. Natuurlijke en geadopteerde. Christus is de enige natúúrlijke Zoon van God en alle anderen zijn geadoptéérd. Dus hier heb je een antwoord op de vraag: hoe kan ik een kind van God worden? Namelijk: door adoptie; als God je aanneemt.

De volgende vraag is nu: om welke reden zou God mensen adopteren tot Zijn kinderen? Hij heeft een Kind: van eeuwigheid Zijn Eigen natuurlijke Zoon. En door middel van Salomo schrijft Gods Zoon in Spreuken 8 vers 30: "Ik was dagelijks Gods vermakingen, te allen tijd voor Zijn aangezicht spelende." Dit betekent dat God (menselijk gezegd) intens van Zijn Zoon genoot. God hoefde dus niet uit gemis of gebrek, kinderen te adopteren. Toen Hij het deed, had Hij een andere reden. En de Catechismus schrijft die andere reden er ook bij: uit genade. Wat betekent `uit genade'? Omdat God dat wilde. Hij werd niet gedwongen, Hij werd niet door ons ertoe bewogen. Maar het was en is alleen uit genade.

Denken we na over het woordje `genade', dan duizelt het ons. Moet je indenken: God wil vriendschap sluiten met nietige stofjes God wil tot Zijn kinderen en erfgenamen aannemen zulke mensen die niets anders deden dan Hem treiteren, plagen; ja, die Zijn eniggeboren Zoon hebben bespot en gedood ... Dit is niet meer te vatten. Hier staat ons verstand vol eerbied stil.

Genade. Wat houdt dit in? Dat zelfs een moordenaar van Gods Eigen Zoon nog als kind geadopteerd kan worden. Niet dat de Heere verplicht is dit te doen. Maar omdat Hij zo goed is, daarom kan het nog, zelfs voor de slechtste! En als God het niet zou hebben willen doen? Als Hij satanskinderen, die we allen zijn, aan hun lot overliet? Als Hij Zich terug trok in de hemel en de nimmereindigende eeuwigheid alleen met Zijn Zoon zou hebben willen doorbrengen? Dan zou God nog eeuwig geluk­kig / volzalig zijn geweest. Maar wij ... voor eeuwig rampzalig! Daarom is het zo'n wonder dat de Catechismus deze bron mag en kan aanboren: uit genade! O, ben jij (nog) geen kind van God? Ben je (nog) van God gescheiden en vervreemd? Doe dan ootmoedig een beroep op Zijn genade. Niet omdat je het verdiend hebt ... Maar je eert God, als je het doet!

Misschien denk jij wel: maar dat durf ik echt niet. U moest 's weten wie ik ben (geweest). Als u dat wist, zou u mij begrijpen dat ik niet meer durf bidden om een kind van God te mogen worden. Ik kan echt nergens meer op rekenen. Zeker niet op adoptie. Oké. Ik geloof je. Maar nu andersom: als jij wist wie ik ben (geweest) dan zou je het niet voor waar kunnen houden dat God mij geadopteerd heeft tot Zijn kind! En toch heeft Hij dat gedaan. Waarom? De eerste reden hebben we gezien: genade. Maar een tweede reden mag de Heidelbergse Catechismus erbij schrijven: om Zijnentwil. Dat is: om Christus' wil. Wat betekent die uitdrukking? Dit: Gods Zoon heeft het verdiend met Zijn ontzettend zwaar lijden en vreselijk sterven, dat adamskinderen nog worden aangenomen / geadopteerd tot kind van God. Lees die zin nog 's:  `Gods Zoon heeft het verdiend met Zijn ontzettend zwaar lijden en vreselijk sterven, dat adamskinderen nog worden aangenomen / geadopteerd tot kind van God.'

Het is een belediging van het lijden en sterven van Christus om niet tot Gods Troon te komen en om niet te bidden: maak mij tot Uw kind. Het is een grote eer voor het Lam Gods, Jezus Christus, om wel tot Gods Troon te komen en wel te bidden om te mogen worden geadopteerd.

Lees vanavond eens door het formulier voor de Doop. Daar staat ook iets over het kind van God zijn, geadopteerd zijn. Vraag jezelf eens af of dat ook voor jou geldt (net als voor alle Israëlieten, zie Romeinen 9 vers 4). En zo ja, wat heb jij er tot vandaag toe mee gedaan? Heb je deze weldaad veronachtzaamd? Dan wordt het tijd om schuldverslagen te worden en je voor de Heere te buigen in ootmoedig gebed. Lees maar Galaten 4 vers 5: heidenen worden Gods kind, waarom? zie vers 4!

Johannes schrijft: "En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in" de Naam van Zijn Zoon Jezus Christus." Nu hebben we in de Heidelbergse Catechismus de Namen Jezus, Christus en Eniggeboren Zoon van God gehad. Nu staat er in de Twaalf Artikelen nog een Naam, die aan onze Zaligmaker wordt gegeven en de Catechismus behandelt die ook. Het is de Naam `Heere'. Wat betekent het dat wij Jezus Christus `Heere' noemen? In het Oude Testament is `Heere' de vertaling van het Hebreeuwse woord `Adonai'. Met deze aanduiding maakt God Zichzelf bekend en Hij zegt daarmee: Ik ben Heer en Meester, Eigenaar en Gebieder. In de Bijbel vinden we ook de Naam `HEERE'. Dezelfde uitspraak, maar anders geschreven. Bij het voorlezen hoor je helaas geen verschil, maar als je zelf leest, zie je wel dat dit keer alle letters hoofdletters zijn, Soms ook wel met kleine hoofdletters geschreven: `Heere'. Dit is de Nederlandse weergave van de Naam `Jehovah' ook wel uitgesproken als `Jahweh'. Deze Naam is de eigenlijke Naam van God. Toen het Hebreeuwse Oude Testament in het Grieks werd vertaald, heeft men beide Namen van God in het Grieks met één Naam weergegeven. En die Naam wordt nu in het Nieuwe Testament juist ook voor Jezus Christus gebruikt. Het is de Griekse Naam `Kurios', wat alweer `Heer, Meester, Eigenaar, Gebieder' betekent. Wat houdt het nu in dat de Bijbel Jezus Christus met dezelfde Naam aanduidt als waarmee God de Vader wordt aangeduid? Dat Jezus met God op één lijn staat en Zelf God is. Nu stelt de Catechismus aan de orde: Waarom noemt gij Hem `onze Heere'?

Heel mooi vind ik in deze vraag, dat er niet staat: waarom wordt Hij `onze Heere' genoemd; of: waarom noemt de Bijbel Hem zo. Maar: waarom noemt gij Hem zo. Het is heel persoonlijk. En daarom stel ik je nu eerst de vraag: noem jij Hem ook zo? Ik bedoel natuurlijk niet: onnadenkend; maar bewust! Denken wij er bij na, wanneer we Jezus Christus Heere noemen. En dan niet alleen Heere, maar ook onze Heere.

En waarom noem je Hem dan zo? Wat bedoel je ermee? Is het alleen een woord, een klank, of is je hart erbij betrokken? Ik denk aan wat God zegt door de profeet Maleachi. In hoofdstuk 1 vers 6 zegt Hij: "Een zoon zal zijn vader eren en een knecht zijn heer; ben Ik dan een Vader, waar is Mijn eer? En ben Ik een Heer, waar is Mijn vreze? zegt de HEERE der heerscharen tot u, o priesters, verachters van Mijn Naam!" Hier zegt God: jullie noemen Mij wel Heere en Vader, maar jullie behandelen Mij niet zoals behoort. Want een kind zal - als het goed is - zijn vader toch eren. Nu, waarom eren jullie Mij dan niet, terwijl je Mij wel Vader noemt? En een knecht zal zijn heer toch ook eren, gehoorzamen. Nu noemen jullie Mij wel Heer, maar jullie gedragen je niet zoals behoort; jullie vrezen Mij niet. Het gaat natuurlijk niet om een woord, maar om de inhoud. Niet om een belijdenis met de lippen, maar met het hart. En op het moment dat je Jezus Christus `Heere' noemt, belijd je iets. Wat dan? Wat bedoel je dan met die aanduiding? Dan bedoel je en belijd je: Jezus Christus is in mijn leven Heer en Meester. Ik erken Hem als Degene Die alles voor het zeggen heeft. Ik onderwerp mij helemaal aan Zijn wil. Alles wat Hij zegt, doe ik. Wat Hij mij beveelt, gehoorzaam ik zonder tegenspreken. In ieder geval is het je vurige verlangen om zo te leven en strijd je er ook voor om metterdaad zo te leven. Hoe kom je ooit zover?

Paulus schrijft in zijn eerste brief aan de Korinthiërs, hoofdstuk 12 vers 3: "... niemand kan zeggen, dat Jezus de Heere is, dan door de Heilige Geest." Dus als jij eerlijk zegt: Jezus is Heere, Kurios, dan is dat niet uit jezelf, maar dan is dat uit de Heilige Geest. Dan heeft de Heilige Geest het in je hart gelegd. Hoe weet de apostel Paulus dit? Omdat wij vanuit onszelf allemaal zelf heer en meester, eigenaar en gebieder willen zijn. We willen Jezus Christus niet echt als onze Heer en Meester, onze Eigenaar en Gebieder erkennen en ons dus ook dienovereenkomstig gedragen. Daarom weet Paulus zeker: als iemand dat wel wil, is dit door de Heilige Geest gewerkt. In de tijd van de Nieuwtestamentische Christenen had de belijdenis dat Jezus hun Heere was, nog veel meer betekenis. Je moet weten dat de Romeinse keizers zich ook `kurios', `heer' noemden en lieten noemen. Ja, de keizers eisten zelfs dat hun onderdanen hen zo zouden noemen. En ze bedoelden dan heus niet een alledaagse betekenis van het woordje `mijn heer'. Nee, het woord `kurios' had echt een diepe betekenis. De keizer was gebieder en eigenaar. Iedereen moest zich onvoorwaardelijk aan hem onderwerpen. En toen kwamen daar in het grote Romeinse rijk de Christenen. En zij zeiden niet dat Jezus óók Heer was, maar dat Hij alléén Heer was. Niet de keizer, maar alleen Jezus Christus ... Je kunt wel indenken wat voor gevolgen dit had! De Christenen werden beschuldigd van majesteitsschennis. Ze wilden immers de keizer niet de eer geven die hem toekwam! In de loop van twee honderd jaren zijn er daarom heel wat vervolgingen losgebroken voor de Christenen. Vele honderden en duizenden misschien wel zijn er verbrand, onthoofd, gekruisigd of voor de wilde dieren geworpen. Waarom? Omdat ze alleen Jezus wilden erkennen als hun Heer. Iemand die wat slim was, had zich er best uit kunnen redden. Dan had hij kunnen zeggen: ik erken Jezus Christus als `Kurios' en ik erken ook de keizer als `kurios', maar ieder op een andere manier. De keizer erken ik als een menselijke `kurios' en Jezus als de Goddelijke `Kurios'. En dan hoef ik niet te sterven ...! Maar die vele martelaren wilden zich er niet met een slimmigheidje eruit praten. Ze wisten wel dat de heidenen het niet zouden begrijpen en dat ze dus zouden denken: deze Christen erkent dus de keizer als zijn heer en meester, zijn eigenaar, gebieder en beschikker; ja: als zijn goddelijke verlosser! En daarom gaven zovelen niet toe; ze verloochenden hun enige `Kurios', Jezus niet. Denk aan Antipas. Weet je niet wie Antipas was? Hij woonde in Pergamus. Men denkt dat hij daar predikant was. De Heere Jezus zegt over hem in Openbaring 2 vers 13: "Ik weet waar gij woont: waar de troon des satans is; en gij houdt Mijn Naam, en hebt Mijn geloof niet verloochend, ook in die dagen waarin Antipas, Mijn getrouwe getuige was, die gedood is bij u waar de satan woont." Lijk jij op deze trouwe Antipas?