Home Kernwoorden Psalmen Belijdenis Zingen UitlegBoeken
 
 
Algemeen
Uitleg psalmen
Digitaal schoolbord
Over de berijmingen
De Franse berijming
De Nieuwe Psalmberijming
Helpt u mee?
Over de Psalmen
Psalmen in de Bijbel
Hebreeuwse Poëzie - 1
Hebreeuwse Poëzie - 2
Hebreeuwse Poëzie - 3
Geweldsteksten
Psalm 42 en 43 - I
Psalm 42 en 43 - II
Goedertierenheid
Goddelozen en Zondaars
Lofzang van Maria
Video over de Psalmen (Engels)
Opinie
Onbekende psalmen
Aangeboren muzikaliteit
Psalmkeuze
Populaire psalmen
Aanpassen melodie
Tips gezin, school, kerk
Moeilijke melodieën
Zingen bij Calvijn
Gesprek over Onbekende Psalmen
Waak voor Wildgroei
Discussie 1773 gezindte-breed
Ingezonden
Rubriek ingezonden
Zingen van psalmen
Geschiedenis Psalmen
Meditatie over psalm 80
Verantwoording Meeuse
Aanhef psalmen
Theologie psalmen 1
Theologie psalmen 2
Tweestemmige Harmonisaties
Studie berijmingen
Over Psalmen gesproken! (1)
Over Psalmen gesproken! (2)
Over Psalmen gesproken! (3)
Over Psalmen gesproken! (4)
Catechisatieles
Catechismus vr. 1
Catechismus vr. 2
Catechismus vr. 3 en 4
Catechismus vr. 6
Catechismus vr. 10
Catechismus vr. 12
Catechismus vr. 13
Catechismus vr. 14
Catechismus vr. 15
Catechismus vr. 16
Catechismus vr. 17
Catechismus vr. 18
Catechismus vr. 19
Catechismus vr. 20
Catechismus vr. 21
Catechismus vr. 22
Catechismus vr. 23
Catechismus vr. 24
Catechismus vr. 25
Catechismus vr. 26
Catechismus vr. 28
Catechismus vr. 29
Catechismus vr. 30
Catechismus vr. 31
Catechismus vr. 32
Catechismus vr. 33
Catechismus vr. 35
Catechismus vr. 36
Catechismus vr. 39
Catechismus vr. 40
Catechismus vr. 42
Catechismus vr. 43
Catechismus vr. 45
Catechismus vr. 47
Catechismus vr. 49
Catechismus vr. 51
Catechismus vr. 52
Catechismus vr. 53
Catechismus vr. 54
Catechismus vr. 55
Catechismus vr. 56
Catechismus vr. 57
Catechismus vr. 58
Catechismus vr. 59
Catechismus vr. 60
Catechismus vr. 61
Catechismus vr. 62
Catechismus vr. 63
Catechismus vr. 64
Catechismus vr. 65
Catechismus vr. 66
Catechismus vr. 67
Catechismus vr. 68
Catechismus vr. 69
Catechismus vr. 70
Catechismus vr. 71
Catechismus vr. 72
Catechismus vr. 73
Catechismus vr. 74
Catechismus vr. 75
Catechismus vr. 76
Catechismus vr. 77
Catechismus vr. 78
Catechismus vr. 79
Catechismus vr. 80
Dordtse Leerregels
Hoofdstuk 1 artikel 1
Hoofdstuk 1 artikel 2
Hoofdstuk 1 artikel 3 en 4
Hoofdstuk 1 artikel 5
Hoofdstuk 1 artikel 6
Hoofdstuk 1 artikel 7 en 8
Hoofdstuk 1 artikel 10 en 11
Hoofdstuk 1 artikel 12
Hoofdstuk 1 artikel 15
Hoofdstuk 1 artikel 17
Hoofdstuk 2 artikel 1 en 2
Hoofdstuk 2 artikel 3
Hoofdstuk 2 artikel 5
Hoofdstuk 2 artikel 6
Hoofdstuk 2 artikel 7
Hoofdstuk 2 artikel 8
Hoofdstuk 3 artikel 1
Hoofdstuk 3 artikel 2
Hoofdstuk 3 artikel 3
Hoofdstuk 3 artikel 4
Hoofdstuk 3 artikel 5
Hoofdstuk 3 artikel 6
Hoofdstuk 3 artikel 7
Hoofdstuk 3 artikel 8
Hoofdstuk 3 artikel 9
Hoofdstuk 3 artikel 10
Hoofdstuk 3 artikel 11
Hoofdstuk 3 artikel 12
Hoofdstuk 3 artikel 13
Hoofdstuk 3 artikel 14
Hoofdstuk 3 artikel 15
Hoofdstuk 3 artikel 16
Hoofdstuk 3 artikel 17
Hoe moet ik omgaan met
Aalmoezen
Aanvechtingen
Achterklap
Afgoderij
Alcohol
Ambt
Antisemitisme
Atheïsme
Barmhartigheid
Bastaardvloeken
Beeldende kunst
Bekering
Bekommering
Belediging
Berusting
Biblicisme
Bijbel
Bijbelkringen
Bijbelverklaringen
Bijbelvertalingen
Bijgeloof
Buitenkerkelijk christendom
Catechisatie
Censuur
Chiliasme
Chiromantie
Concubinaat
Confessionalisme
Conflicten
Creationisme
Cultuur
Dans
Doodzonde
De Doop
Drift
Dromen
De duivel
Eenzaamheid
Eer
Eerlijkheid
Eeuwigheid
Egoïsme
Eigendom
Eigengerechtigheid
Emancipatie
Emotie
Ergernis
Erotiek
Evangelicals
Evangelie
Evangelisatie
Evolutietheorie
Exorcisme
Fanatisme
Feestdagen
Film
Flirten
Formulieren van eenheid
Fossielen
Frustratie
Fundamentalisme
Gastvrijheid
Gebed
Gebed des Heeren
Gebedsgenezing
Gebedsverhoring
Geboorteregeling
Geduld
Des HEEREN Lof
Johannes à Lasco (1)
Johannes à Lasco (2)
Johannes à Lasco (3)
Johannes à Lasco (4)
Johannes à Lasco (5)
Willem Farel (1)
Willem Farel (2)
Willem Farel (3)
Willem Farel (4)
Willem Farel (5)
Willem Farel (6)
Islam
Girolamo Savonarola
Petrus Datheen (1)
Petrus Datheen (2)
Johannes Calvijn (1)
Johannes Calvijn (2)
Johannes Calvijn (3)
Johannes Calvijn (4)
Maarten Luther (1)
Maarten Luther (2)
Maarten Luther (3)
Maarten Luther (4)
Maarten Luther (5)
Maarten Luther (6)
Maarten Luther (7)
Maarten Luther (8)
Maarten Luther (9)
Maarten Luther (10)
Ambrosius
Guido de Brès (1)
Guido de Brès (2)
Guido de Brès (3)
Guido de Brès (4)
Guido de Brès (5)
Guido de Brès (6)
Guido de Brès (7)
Guido de Brès (8)
Augustinus (1)
Augustinus (2)
Augustinus (3)
Augustinus (4)
Augustinus (5)
De Germanen
Abt Gregorius
Petrus Waldes (1)
Petrus Waldes (2)
John Wycliff
Johannes Hus
wat de bijbel zegt over
Abraham
Benauwdheid
De drie-eenheid (1)
De drie-eenheid (4)
De drie-eenheid (2)
De drie-eenheid (3)
De drie-eenheid (5)
De drie-eenheid (6)
De drie-eenheid (7)
De drie-eenheid (8)
De drie-eenheid (9)
De drie-eenheid (10)
De jeugd (1)
De jeugd (2)
De wederkomst
Elkaar vergeven (1)
Elkaar vergeven (2)
Gods Woord
Heersen
Hoop
Kastijding (1)
Kastijding (2)
Lankmoedigheid
Matigheid
Oefening
Rijkdom
Strijd
Toorn
Zachtmoedig
De Catechismus van Genève
Vraag 1 t/m 5
Vraag 6 t/m 14
Vraag 15 t/m 20
Vraag 21 t/m 29
Vraag 30 t/m 45
Vraag 46 t/m 49
Vraag 50 t/m 54
Vraag 55 t/m 59
Vraag 60 t/m 64
Vraag 65 t/m 72
Vraag 73 t/m 79
Vraag 80 t/m 87
Vraag 88 t/m 91
Vraag 92 t/m 100
Vraag 101 t/m 105
Vraag 106 t/m 110
Vraag 111 t/m 113
Vraag 114 t/m 125
Vraag 126 t/m 130
Vraag 131 t/m 135
Vraag 136 t/m 142
Vraag 143 t/m 157
Vraag 159 t/m 165
Vraag 166 t/m 184
Vraag 185 t/m 195
Vraag 196 t/m 199
Vraag 200 t/m 203
Vraag 204 t/m 207
Vraag 208 t/m 212
Vraag 213 t/m 216
Vraag 217 t/m 223
Vraag 224 t/m 232
Vraag 233 t/m 239
Vraag 240 t/m 252
Vraag 253 t/m 255
Vraag 256 t/m 259
Vraag 260 t/m 265
Vraag 266 t/m 295
Vraag 296 t/m 308
Vraag 309 t/m 323
Vraag 324 t/m 332
Vraag 333 t/m 339
Vraag 340 t/m 356
Vraag 357 t/m 373
Staan tijdens het bidden
Waar jij mee zit
Gospelmuziek
Onbekeerd na een kerkdienst
Gods berouw
De speelfilm
Gods eer boven eigen zaligheid
De naam HEERE in de Psalmen
Voor elkaar bidden
Vruchten van de wedergeboorte
Kringgebed
De verboden boom
Hoogmoed
Geen last van je zonden
Belijdeniscatechisatie
Rechtvaardiging en heiliging
Ben ik uitverkoren?
Genade onder voorwaarde
Popmuziek en housemuziek
De vergeving van zonden
Schriftuurlijke prediking
Zondigen tegen je wil
Jezus een hindernis
Het erkennen van zondeschuld
Moedeloosheid
Gods kinderen en God
Zondesmart
Boetvaardigheid
De doopbelofte
Geroepen tot predikant
Mensverheerlijking
Bijna-dood-ervaring
Een kind dat sterft
Opvoeden
De zonden haten
Computerspelletjes
Zonde tegen de Heilige Geest
Wat is bidden
De gemeenschap der heiligen
De echte en blijvende bekering
Vergeven bij een echtscheiding
Beloften voor onbekeerden
De Drie Verbonden
Troost ontvangen uit beloftes
Het Boek
Geloven in of aan Christus
Hoofdbedekking bij het bidden
Verbond maken met ogen
Gebedsverhoring
 

 

Alleen vanuit het goede perspectief / gezichtspunt kunnen we de Bijbelse leer van verkiezing en verwerping goed bekijken. Dat perspectief of startpunt is de beleving van onze onwaardigheid. Wie namelijk meent recht te hebben op de zaligheid, of wie meent door zijn eigen verdiensten een streepje voor te hebben bij God, die botst KEIHARD aan tegen de leer van Gods vrijmacht. Voor zulke mensen is trouwens niet alleen dit stukje van de Bijbelse leer, maar ook Jezus Zelf een struikelblok. Lees maar eens wat Jezus over Zichzelf getuigt met betrekking tot Zijn hoogmoedige gesprekspartners (Mattheüs 21 vers 42 & 44):

"Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: 'De steen, Die de bouwlieden verworpen hebben, Deze is geworden tot een Hoofd des hoeks; van de Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen'?

En wie op deze Steen valt, die zal verpletterd worden; en op wie Hij valt, die zal Hij vermorzelen."

Twee voorbeelden maken het duidelijk hoe de leer van verkiezing en verwerping een probleem is; én hoe ze in het geheel geen probleem is. Kijk eens naar de oudste zoon in de gelijkenis van Lukas 15 (die een afbeelding is van de eigengerechtigde en verwaande Farizeeërs). Vertel hem dat één van de twee verkoren is tot zaligheid, en de andere niet verkoren is, maar verworpen. Vraag hem wie volgens hem de verkorene moet zijn (natuurlijk niet zijn broer - die een afbeelding is van de alles-verzondigd-hebbende tollenaars ...) Als hij hoort dat God zalig maakt ZONDER te letten op verdiensten, voelt hij zich zeer verongelijkt. Vertel echter aan die verloren zoon dat één van de beide broers bij Vader welkom is en de andere buiten zal moeten blijven staan ... Hij weet heel goed wie er dan buiten moet blijven, natuurlijk niet zijn oudere broer!! En vertel hem dat zijn Vader vrijmachtig beslist wie er zalig wordt, wie Hij in huis toelaat - ZONDER te letten op waardigheid of verdienste, o, dan zal hij denken: dan kan het ook voor mij nog.

Tweede voorbeeld: de gelijkenis van Lukas 18, de Farizeeër en de tollenaar die beiden bidden in de tempel. Praat met die eerste over soevereine genade, en hij gruwt ervan: doen dan al mijn goede werken niet mee??? Praat met die slechterik over onverdiende en vrije genade ... en hij verheugt er zich over: doen dan al mijn boze werken niet mee??? De Farizeeër had een verkeerd perspectief, de tollenaar had het enige goede startpunt: HEL-WAARDIG zijn. Ben jij dat? Of loop je heimelijk in de schoenen van de Farizeeër? Nu ga ik verder met de orthodoxe visie op verkiezing en verwerping te beschrijven. In Zijn volkomen wijsheid heeft God besloten wie er zalig zullen worden en wie niet. God heeft ook besloten waarin die zaligheid bestaat. Tevens, hoe een ieder van Zijn uitverkorenen tot die zaligheid zal worden geleid. God heeft hierin niets aan het 'toeval' overgelaten en ook niets aan de menselijke inbreng. Wat voor inbreng immers heeft een mens hierin? Vóór zijn geboorte geen enkele inbreng, en ná zijn geboorte geen enkele positieve inbreng - alleen negatief. Wij werken God tegen en staan ons eigen behoud finaal in de weg.

De Bijbel vertelt heel wat over de verkiezing met als doel:

(1)Tot eer van God - hier zijn heel wat mensen het niet mee eens. Pas zei iemand: als God niet iedereen heeft verkoren, wil ik niet in de hemel komen; zó'n God wil ik niet dienen.

(2)Tot vernedering van alle eigendunk - denk aan de twee voorbeelden op de vorige bladzijde: wie iets van zichzelf verwacht, moet 'een toontje lager leren zingen'.

(3)Tot troost en bemoediging van Gods kinderen - zij immers weten maar al te goed uit pijnlijke beleving dat er nooit meer een greintje hoop op zalig worden zou kunnen zijn, wanneer er maar één nagelschrapsel of zucht van hen bij moest!

Over de verwerping nog het volgende. Velen verafschuwen de gedachte dat God uit soevereine vrije beschikking heeft besloten dat sommigen niet zalig worden, niet tot de hemel worden toegelaten. Maar de Bijbel maakt overal ontwijfelbaar duidelijk dat het verloren gaan van de goddelozen nooit onrechtvaardig is. Zoals niemand van Gods kinderen tegen zijn zin in de hemel aanlandt - want zij leren hongeren en dorsten naar Gods gerechtigheid of zaligheid; zo wandelt ook niemand tegen zijn zin op het pad naar de verdoemenis. O nee? Nee! Want weet je wat voor pad het is dat onafwendbaar naar de verdoemenis loopt? Het zondepad. En wie van de 9000 lezers van 'De Catechisant' loopt tegen zijn zin op dat pad? Wij moeten toch allemaal erkennen - en als je het nu niet wilt erkennen, zal je het straks voor de Rechter van hemel en aarde toch wel erkennen - dat wij vrijwillig zondigen, dat we vrijwillig kiezen tegen Koning Jezus en Zijn aanspraken op heel ons leven. Zalig worden is 100% genade, onverdiend, Gods werk. Verloren gaan is 100% eigen schuld, verdiend, ons eigen werk.

Nee, begrijpen doen wij lang niet alles. Vragen blijven er genoeg over. Maar, buig met vertrouwen onder deze God en Zijn GOEDE BESLUIT, en je zult straks eeuwig aanbidden en bewonderen, wat je niet begreep.

In de loop van de eeuwen is er al heel wat te doen geweest over wat orthodox / rechtgelovig is, en wat niet. Er zijn op alle punten van het Bijbelse geloof afwijkingen geweest; en nog. En steeds is de kerk daar op in gegaan. Ze heeft vergaderingen belegd en geschriften uitgegeven, belijdenisgeschriften. Eén van die vergaderingen is de Dordtse Synode van 1618-1619. En één van die geschriften is de 'Dordtse Leerregels'. Het gaat om de leer van de verkiezing en verwerping. Daaraan zitten ook nog de volgende punten vast: (1) wie zullen zaligmakend delen in de verzoeningsdood van Christus, (2) hoe worden mensen tot God bekeerd en (3) wie zorgt ervoor dat Gods kinderen uiteindelijk zalig worden? Het eerste punt is 'wat zegt de Bijbel over de uitverkiezing?' Er is al eeuwen lang verschil van mening over. Augustinus - 1600 jaren geleden -, heeft hier al een lange pennestrijd met Pelagius over. In de middeleeuwen komen er mensen om in de gevangenis terecht. En in de tijd van de kerkhervorming steekt het weer de kop op. Bekend (?) is de pennestrijd tussen Desiderius Erasmus, de grote Rotterdamse humanist, en Maarten Luther. Erasmus schrijft 'de vrije wil'. Luther schreef 'de gebonden wil'. Het is 1525. Bijna een eeuw later ontbrandt dezelfde strijd in de Lage Landen bij de Noordzee. En het blijft niet bij een 'storm in een glas water' of een 'binnen-brandje', waar een paar dominees of professoren in de theologie elkaar te lijf gaan, maar waarbij het volk en de kerk gewoon toeschouwer is. Nee, het neemt binnen korte tijd zulke geweldige vormen aan dat het in alle steden en dorpen van Nederland GONST van de twistgesprekken tussen 'rechtgelovig' en 'niet-rechtgelovig'. De man van de straat is er intens bij betrokken. Mensen kiezen partij. Gemeenten scheuren. De Vaderlandse kerk staat aan de rand van een landelijke crisis, om binnen korte tijd in de afgrond neer te storten. De twee partijen worden met scheldnamen aangeduid: Bavianen en Slijkgeuzen; ook wel genoemd Remonstranten en Contra-remonstranten. Het woord 'remonstrant' komt van de 'remonstrantie' (geleerde verhandeling), die zij inleveren bij de toenmalige overheid. Zij die tegen deze verhandeling zijn, tegen deze remonstrantie, worden contra-remonstranten genoemd. De leider van de remonstranten is professor Jacobus Arminius, geboortig van Oudewater. De leider van de contra-remonstranten is professor Fransiscus Gomarus, afkomstig uit Brugge. Op de Dordtse Synode is de voorzitter, en leider der contra-remonstranten, dominee Johannes Bogerman. De strijd gaat over de vraag of God bij het besluit om zalig te maken, rekening heeft gehouden met de verdiensten van de mensen. Professor Arminius zegt: 'Ja'. Professor Gomarus zegt: 'Nee'. De strijd wordt fel, zodat overheidsingrijpen nodig is. Ja, orthodox zijn of niet heeft in die dagen ook nog te maken met de regering. Sinds de Franse Revolutie hebben we in Nederland de scheiding tussen kerk en staat, maar in de tijd van de Tachtig Jarige Oorlog - en dan laait die strijd in de Vaderlandse Kerk zo hoog op - is die scheiding er nog niet. De overheid bepaalt, om een voorbeeld te geven, dat de kerk geen nationale synode mag beleggen om deze leergeschillen te beslechten. Maar Prins Maurits trekt op zeker moment partij voor de contra-remonstranten en door zijn (politieke) optreden wordt de weg gebaand om in het jaar 1618 een nationale synode te houden. De kerk kiest Dordrecht als de plaats waar deze synode zal worden gehouden; en zij kiest ervoor om de afhandeling van deze belangrijke zaak niet binnenlands te houden, maar ook van alle landen van Europa de Gereformeerde Kerken te vragen om afgevaardigden te sturen, zodat deze synode bijna een internationaal karakter krijgt. Van november 1618 tot en met mei 1619, dus een half jaar lang, komt de synode bijna dagelijks en soms meermalen per dag in vergadering bijeen. Eerst met de remonstranten, later zonder. Ook allerlei andere dingen worden besproken en besloten, onder andere dat er een getrouwe vertaling van Gods heilig Woord zal komen in het Nederlands: de statenvertaling. Maar de hoofdzaak is de kwestie van Gods besluit tot zaligheid of tot verdoemenis: verkiezing en verwerping. Hoofdstuk 1 van de Dordtse Leerregels gaat daarover. En daarover wil ik met jullie nadenken in dit nieuwe jaar. Voordat we in het nummer van maart een begin hiermee maken, eerst een vraag: als jij over de uitverkiezing hoort, wat denk je dan diep van binnen? De orthodoxe leer verheerlijkt God - en dus vernedert het de mens. De niet-orthodoxe voorstelling van zaken eert de mens - en dus berooft ze God van Zijn glorie. Welke kant kies jij? God op het hoogst verhoogd en de mens op het diepst vernederd? Dan zullen de Dordtse Leerregels je heel wat stof tot LOF geven!

Het ging over de Dordtse Synode en de daarop vastgestelde geloofsbelijdenis, weet je nog? Het eerste hoofdstuk van deze Dordtse Leerregels gaat over de uitverkiezing. En het eerste artikel van dat eerste hoofdstuk geeft aan hoe wij moeten starten om op de juiste manier over de uitverkiezing te kunnen nadenken. En des te ouder ik word, des te meer ik de wijsheid van de 'vaderen' op deze vergadering ga waarderen. Laten we maar eens een kijkje nemen.

     Artikel 1 van hoofdstuk I luidt:

'Aangezien alle mensen in Adam hebben gezondigd, en des vloeks en eeuwigen doods schuldig zijn geworden, zo zou God niemand ongelijk hebben gedaan, indien Hij het ganse menselijke geslacht in de zonde en vervloeking had willen laten en om de zonde verdoemen, volgens deze uitspraken van de apostel: "De hele wereld is voor God verdoemelijk. Zij hebben allen gezondigd en derven de heerlijkheid Gods" (Romeinen 3 vers 19, 23); en: "De bezoldiging der zonde is de dood" (Romeinen 6 vers 23).'

Het gaat hier in het geheel niet over de uitverkiezing. Precies het tegenovergestelde, zou ik haast zeggen. Wat hiermee wil gezegd zijn, is: om over Gods vrijmacht juist te kunnen nadenken, moet je beginnen bij je eigen schuld. Want als je je schuld en zonde niet kent - ervaart, ga je al verkeerd, voordat je goed en wel gestart bent. Wat staat er nu in deze eerste paragraaf? Bij nader inzien gaat het wel degelijk over de uitverkiezing ...: er wordt gezegd dat God ons niet hoefde uit te kiezen! En dat is een prima basis om de onverdiende verkiezing uit loutere genade te kunnen beschouwen en te kunnen aanvaarden. Zo lang ik (heimelijk of openlijk) denk dat God toch wel (een beetje) verplicht is om mij uit te kiezen en te verlossen, zolang ben ik natuurlijk gans en al ongeschikt (en onwillig) om Gods vrijmacht, Zijn niet-verplicht-zijn, te aanvaarden of ook maar enigszins te waarderen. Dus: wij hebben ons door onze zondeval zo strafwaardig gemaakt voor God, dat Hij niemand zou hebben verongelijkt, indien Hij niemand zou hebben bemind en verkozen. Als de soevereine Heere van hemel en aarde dan toch één mens uit die grote massa van vuile vijanden uitpikt en vernieuwt, dan kunnen wij toch moeilijk God van slechtheid of oneerlijkheid beschuldigen?! Zeker als we ook nog eens bewust kiezen voor die anti-God-gezindheid, zoals we metterdaad doen elke keer dat we kiezen voor onszelf en welke zonde ook maar. Een duidelijk voorbeeld is Saulus van Tarsen en zijn collega-farizeeën. Toen God Saulus er uit pikte (uitkoos) om hem op de weg naar Damascus te arresteren, denken jullie dat toen zijn collega-farizeeën jaloers op hem waren? Je weet wel hoe ze over hem dachten, hè? Lees maar Handelingen 23 vers 12:

"En toen het dag geworden was, maakten sommigen van de Joden een samenzwering, en vervloekten zichzelf, zeggende, dat zij niet zouden eten noch drinken, totdat zij Paulus gedood zouden hebben."

Wilden zij graag bij Gods volk horen? Wilden zij graag uitverkoren zijn? Nee. Welnu, dat is exact de positie waarin we volgens deze eerste paragraaf van de Dordtsae Leerregels ons in bevinden (Job 21 vers 14): wij

"zeggen tot God: 'Wijk van ons, want aan de kennis van Uw wegen hebben wij geen lust.'"

Dus WIJ WILLEN NIET dat Christus Koning over ons is. Wij willen niet uitverkoren zijn. We willen wel naar de hemel, maar alleen omdat we niet naar het enige alternatief, de hel, willen. Als er maar een derde mogelijkheid was ...: zonder ziekte, leed en narigheid altijd hier op aarde jong, fris, gelukkig en blij zijn ...; zou jij er dan nog een zier om geven dat je niet uitverkoren was om eeuwig bij God te zijn???

     Geef 's antwoord!

Het tweede artikel van dit eerste hoofdstuk luidt:

'Maar hierin is Gods liefde geopenbaard, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe (I Johannes 4 vers 9; Johannes 3 vers 16).'

Mogen alleen de uitverkorenen geloven? Moet jij eerst weten een uitverkorene te zijn voordat jij tot de Heere Jezus mag vluchten, op Hem mag vertrouwen, bij Hem mag schuilen? Nee, hè!

     Kijk, dat is de bedoeling van deze tweede paragraaf: duidelijk maken dat een ieder die WIL, mag komen, en in de Heere Jezus mag geloven, dat is: zijn vertrouwen op de Heere Jezus mag stellen. Wat dit punt betreft hoef jij je absoluut niets aan te trekken van wel of niet uitverkoren zijn. Geloof jij niet in Gods eniggeboren Zoon? Verwijt dan God niets, maar begin bij jezelf. Steun jij met al je krachten op Jezus en Zijn kruis-verdiensten? Dan zal jouw ziel niet verderven, maar zeer zeker eeuwig leven hebben!!