Home Kernwoorden Psalmen Belijdenis Zingen UitlegBoeken
 
 
Algemeen
Uitleg psalmen
Digitaal schoolbord
Over de berijmingen
De Franse berijming
De Nieuwe Psalmberijming
Helpt u mee?
Over de Psalmen
Psalmen in de Bijbel
Hebreeuwse Poëzie - 1
Hebreeuwse Poëzie - 2
Hebreeuwse Poëzie - 3
Geweldsteksten
Psalm 42 en 43 - I
Psalm 42 en 43 - II
Goedertierenheid
Goddelozen en Zondaars
Lofzang van Maria
Video over de Psalmen (Engels)
Opinie
Onbekende psalmen
Aangeboren muzikaliteit
Psalmkeuze
Populaire psalmen
Aanpassen melodie
Tips gezin, school, kerk
Moeilijke melodieën
Zingen bij Calvijn
Gesprek over Onbekende Psalmen
Waak voor Wildgroei
Discussie 1773 gezindte-breed
Ingezonden
Rubriek ingezonden
Zingen van psalmen
Geschiedenis Psalmen
Meditatie over psalm 80
Verantwoording Meeuse
Aanhef psalmen
Theologie psalmen 1
Theologie psalmen 2
Tweestemmige Harmonisaties
Studie berijmingen
Over Psalmen gesproken! (1)
Over Psalmen gesproken! (2)
Over Psalmen gesproken! (3)
Over Psalmen gesproken! (4)
Catechisatieles
Catechismus vr. 1
Catechismus vr. 2
Catechismus vr. 3 en 4
Catechismus vr. 6
Catechismus vr. 10
Catechismus vr. 12
Catechismus vr. 13
Catechismus vr. 14
Catechismus vr. 15
Catechismus vr. 16
Catechismus vr. 17
Catechismus vr. 18
Catechismus vr. 19
Catechismus vr. 20
Catechismus vr. 21
Catechismus vr. 22
Catechismus vr. 23
Catechismus vr. 24
Catechismus vr. 25
Catechismus vr. 26
Catechismus vr. 28
Catechismus vr. 29
Catechismus vr. 30
Catechismus vr. 31
Catechismus vr. 32
Catechismus vr. 33
Catechismus vr. 35
Catechismus vr. 36
Catechismus vr. 39
Catechismus vr. 40
Catechismus vr. 42
Catechismus vr. 43
Catechismus vr. 45
Catechismus vr. 47
Catechismus vr. 49
Catechismus vr. 51
Catechismus vr. 52
Catechismus vr. 53
Catechismus vr. 54
Catechismus vr. 55
Catechismus vr. 56
Catechismus vr. 57
Catechismus vr. 58
Catechismus vr. 59
Catechismus vr. 60
Catechismus vr. 61
Catechismus vr. 62
Catechismus vr. 63
Catechismus vr. 64
Catechismus vr. 65
Catechismus vr. 66
Catechismus vr. 67
Catechismus vr. 68
Catechismus vr. 69
Catechismus vr. 70
Catechismus vr. 71
Catechismus vr. 72
Catechismus vr. 73
Catechismus vr. 74
Catechismus vr. 75
Catechismus vr. 76
Catechismus vr. 77
Catechismus vr. 78
Catechismus vr. 79
Catechismus vr. 80
Dordtse Leerregels
Hoofdstuk 1 artikel 1
Hoofdstuk 1 artikel 2
Hoofdstuk 1 artikel 3 en 4
Hoofdstuk 1 artikel 5
Hoofdstuk 1 artikel 6
Hoofdstuk 1 artikel 7 en 8
Hoofdstuk 1 artikel 10 en 11
Hoofdstuk 1 artikel 12
Hoofdstuk 1 artikel 15
Hoofdstuk 1 artikel 17
Hoofdstuk 2 artikel 1 en 2
Hoofdstuk 2 artikel 3
Hoofdstuk 2 artikel 5
Hoofdstuk 2 artikel 6
Hoofdstuk 2 artikel 7
Hoofdstuk 2 artikel 8
Hoofdstuk 3 artikel 1
Hoofdstuk 3 artikel 2
Hoofdstuk 3 artikel 3
Hoofdstuk 3 artikel 4
Hoofdstuk 3 artikel 5
Hoofdstuk 3 artikel 6
Hoofdstuk 3 artikel 7
Hoofdstuk 3 artikel 8
Hoofdstuk 3 artikel 9
Hoofdstuk 3 artikel 10
Hoofdstuk 3 artikel 11
Hoofdstuk 3 artikel 12
Hoofdstuk 3 artikel 13
Hoofdstuk 3 artikel 14
Hoofdstuk 3 artikel 15
Hoofdstuk 3 artikel 16
Hoofdstuk 3 artikel 17
Hoe moet ik omgaan met
Aalmoezen
Aanvechtingen
Achterklap
Afgoderij
Alcohol
Ambt
Antisemitisme
Atheïsme
Barmhartigheid
Bastaardvloeken
Beeldende kunst
Bekering
Bekommering
Belediging
Berusting
Biblicisme
Bijbel
Bijbelkringen
Bijbelverklaringen
Bijbelvertalingen
Bijgeloof
Buitenkerkelijk christendom
Catechisatie
Censuur
Chiliasme
Chiromantie
Concubinaat
Confessionalisme
Conflicten
Creationisme
Cultuur
Dans
Doodzonde
De Doop
Drift
Dromen
De duivel
Eenzaamheid
Eer
Eerlijkheid
Eeuwigheid
Egoïsme
Eigendom
Eigengerechtigheid
Emancipatie
Emotie
Ergernis
Erotiek
Evangelicals
Evangelie
Evangelisatie
Evolutietheorie
Exorcisme
Fanatisme
Feestdagen
Film
Flirten
Formulieren van eenheid
Fossielen
Frustratie
Fundamentalisme
Gastvrijheid
Gebed
Gebed des Heeren
Gebedsgenezing
Gebedsverhoring
Geboorteregeling
Geduld
Des HEEREN Lof
Johannes à Lasco (1)
Johannes à Lasco (2)
Johannes à Lasco (3)
Johannes à Lasco (4)
Johannes à Lasco (5)
Willem Farel (1)
Willem Farel (2)
Willem Farel (3)
Willem Farel (4)
Willem Farel (5)
Willem Farel (6)
Islam
Girolamo Savonarola
Petrus Datheen (1)
Petrus Datheen (2)
Johannes Calvijn (1)
Johannes Calvijn (2)
Johannes Calvijn (3)
Johannes Calvijn (4)
Maarten Luther (1)
Maarten Luther (2)
Maarten Luther (3)
Maarten Luther (4)
Maarten Luther (5)
Maarten Luther (6)
Maarten Luther (7)
Maarten Luther (8)
Maarten Luther (9)
Maarten Luther (10)
Ambrosius
Guido de Brès (1)
Guido de Brès (2)
Guido de Brès (3)
Guido de Brès (4)
Guido de Brès (5)
Guido de Brès (6)
Guido de Brès (7)
Guido de Brès (8)
Augustinus (1)
Augustinus (2)
Augustinus (3)
Augustinus (4)
Augustinus (5)
De Germanen
Abt Gregorius
Petrus Waldes (1)
Petrus Waldes (2)
John Wycliff
Johannes Hus
wat de bijbel zegt over
Abraham
Benauwdheid
De drie-eenheid (1)
De drie-eenheid (4)
De drie-eenheid (2)
De drie-eenheid (3)
De drie-eenheid (5)
De drie-eenheid (6)
De drie-eenheid (7)
De drie-eenheid (8)
De drie-eenheid (9)
De drie-eenheid (10)
De jeugd (1)
De jeugd (2)
De wederkomst
Elkaar vergeven (1)
Elkaar vergeven (2)
Gods Woord
Heersen
Hoop
Kastijding (1)
Kastijding (2)
Lankmoedigheid
Matigheid
Oefening
Rijkdom
Strijd
Toorn
Zachtmoedig
De Catechismus van Genève
Vraag 1 t/m 5
Vraag 6 t/m 14
Vraag 15 t/m 20
Vraag 21 t/m 29
Vraag 30 t/m 45
Vraag 46 t/m 49
Vraag 50 t/m 54
Vraag 55 t/m 59
Vraag 60 t/m 64
Vraag 65 t/m 72
Vraag 73 t/m 79
Vraag 80 t/m 87
Vraag 88 t/m 91
Vraag 92 t/m 100
Vraag 101 t/m 105
Vraag 106 t/m 110
Vraag 111 t/m 113
Vraag 114 t/m 125
Vraag 126 t/m 130
Vraag 131 t/m 135
Vraag 136 t/m 142
Vraag 143 t/m 157
Vraag 159 t/m 165
Vraag 166 t/m 184
Vraag 185 t/m 195
Vraag 196 t/m 199
Vraag 200 t/m 203
Vraag 204 t/m 207
Vraag 208 t/m 212
Vraag 213 t/m 216
Vraag 217 t/m 223
Vraag 224 t/m 232
Vraag 233 t/m 239
Vraag 240 t/m 252
Vraag 253 t/m 255
Vraag 256 t/m 259
Vraag 260 t/m 265
Vraag 266 t/m 295
Vraag 296 t/m 308
Vraag 309 t/m 323
Vraag 324 t/m 332
Vraag 333 t/m 339
Vraag 340 t/m 356
Vraag 357 t/m 373
Staan tijdens het bidden
Waar jij mee zit
Gospelmuziek
Onbekeerd na een kerkdienst
Gods berouw
De speelfilm
Gods eer boven eigen zaligheid
De naam HEERE in de Psalmen
Voor elkaar bidden
Vruchten van de wedergeboorte
Kringgebed
De verboden boom
Hoogmoed
Geen last van je zonden
Belijdeniscatechisatie
Rechtvaardiging en heiliging
Ben ik uitverkoren?
Genade onder voorwaarde
Popmuziek en housemuziek
De vergeving van zonden
Schriftuurlijke prediking
Zondigen tegen je wil
Jezus een hindernis
Het erkennen van zondeschuld
Moedeloosheid
Gods kinderen en God
Zondesmart
Boetvaardigheid
De doopbelofte
Geroepen tot predikant
Mensverheerlijking
Bijna-dood-ervaring
Een kind dat sterft
Opvoeden
De zonden haten
Computerspelletjes
Zonde tegen de Heilige Geest
Wat is bidden
De gemeenschap der heiligen
De echte en blijvende bekering
Vergeven bij een echtscheiding
Beloften voor onbekeerden
De Drie Verbonden
Troost ontvangen uit beloftes
Het Boek
Geloven in of aan Christus
Hoofdbedekking bij het bidden
Verbond maken met ogen
Gebedsverhoring
 

 

De laatste vraag over de rechtvaardiging is nu aan de orde: vraag 64. Er staat:

Maar maakt deze leer niet zorgeloze en goddeloze mensen?

Het woordje "maar" maakt duidelijk dat er een tegenwerping volgt. Vraag 64 is de tegenwerping van een roomse (ook in de protestantse kerken). Hij heeft gehoord dat we voor God weer in een rechte positie kunnen komen zonder dat er iets van ons bij hoeft. En trouwens, wat wij presteren is de moeite van het aankijken niet waard. Nu loert er volgens ons roomse hart een gevaar.

Dat merkt trouwens niet alleen een rooms of werkheilig mens op. Iemand die zijn ogen de kost geeft in het kerkelijke leven, weet dat er werkelijk een gevaar schuilt in die heerlijke leer van de vrije genade, zonder enige verdienste van ons.

Hoewel, ik schrijf het niet goed. Dat gevaar schuilt niet in die Bijbelse leer, maar in ons die deze leer horen én er verkeerde conclusies aan verbinden. Wie eens grondig naar binnen heeft gekeken, voelt intuïtief aan dat we vanuit ons luie vlees geneigd zijn om zorgeloos of goddeloos te worden. Waarom dan? Nou, stel je voor: de leraar godsdienst geeft een hoofdstuk of wat op voor een repetitie, en vermeldt erbij: je krijgt allemaal een 8. Ga jij dan nog leren? Of denk je dan: als ik toch een 8 krijg, ook zonder leren, dan begin ik er niet aan. En als ik toch niet meer dan een 8 krijg, al leer ik nog zo goed, dan haalt dat leren allemaal toch niets uit. Conclusie: als het cijfer niet afhankelijk is van de prestatie, dan smoor je alle ijver.

Geestelijk lijkt het ook zo te zijn met de leer van de rechtvaardiging uit genade alleen op grond van de verdiensten van Christus. Hoe ijverig jij je ook inspant, je wordt toch nooit rechtvaardig. En andersom, geloof jij simpelweg in Jezus Christus dan ben je rechtvaardig al presteer nooit meer iets. Conclusie: deze leervoorstelling kweekt zorgeloze en goddeloze mensen. Zorgeloos omdat ze toch wel zalig worden, al produceren ze geen goede werken; en goddeloos omdat alle inspanning toch geen zoden aan de dijk zet, en dus zinloos is. Wie leert er nog de opgegeven lesstof? Alleen iemand die (a) niet gelooft dat hij toch wel een 8 krijgt (de roomse), of iemand die (b) ondanks wat de leraar zei, toch een 9 wil zien te halen (de perfectionist), of iemand die (c) veel belangstelling in de lesstof heeft. En kijk, met leerling (c) zijn we op het spoor van de Catechismus. In antwoord 64 wordt zonder omhalen gezegd dat deze leer echt geen zorgeloze of goddeloze mensen kweekt. Wat dan wel? Dat zien we volgend jaar januari, bij leven en welzijn. Zeker is dat een leergierige leerling toch wel studeert, al is er geen repetitie of tentamen, al zijn er geen cijfers te behalen. Louter en alleen omdat hij de stof interessant vindt. Ben jij in geestelijk opzicht iemand die op de makkelijkste manier een Christen wil heten, of is het jouw diepste wens Christus na te volgen en op Hem te lijken?

Doe je goede werken om wat te verdienen, dan boort de reformatorische voorstelling van de Bijbel-boodschap over de rechtvaardigverklaring al jouw mogelijke inspanning of ijver de grond in. Doe jij daarentegen goede werken omdat je het niet kunt laten..., dan blijf je "gewoon" goede werken produceren, al is er niets mee te verdienen.

Hoe krijg je als leerkracht je leerlingen zó geïnteresseerd en gemotiveerd dat ze ook het goede werk van de studie ondernemen, wanneer er nooit een check plaats vindt, ook geen steekproef? Je kunt niet zakken, je kunt alleen maar een voldoende halen en slagen... Wanneer iemand zijn leerling leergierig kan maken, dan heeft hij het voor elkaar. Maar hoe krijg je ongeïnteresseerde leerlingen zover? Wanneer je in hun innerlijk, in hun houding iets zou kunnen veranderen: die "knop-van-binnen" omzetten. Welnu, wat geen leerkracht lukt, doet God op de leerschool van Jezus Christus bij de leerlingen van deze hoogste Profeet en Leraar. De wederbarende Heilige Geest maakt luie en niet-belangstellende leerlingen "laaiend" enthousiast, gewillig om goede werken te doen. Antwoord 1 van de Catechismus eindigt hiermee:

  ...en Hij maakt mij van harte gewillig en bereid / bekwaam

                om voortaan voor Hem te leven.

Ben jij door de leer van vrije genade, soevereine beschikking, ook zorgeloos geworden? Voel je de neiging om het op een akkoordje te gooien? Wat helpt het allemaal immers? Ben je in het verborgene een goddeloze? Leef je er stiekem maar op los? Hoop je door genade nog een keertje behouden te worden? Beide houdingen zijn duivels. De enige goede koers is net tussen deze twee klippen door zeilen. De zorgelozen en goddelozen, waarover vraag 64 het heeft, zijn de zogenaamde antinomianen. De roomsen scholden Luther daar voor uit. Ze zeiden: als jullie alleen genade preken, alleen geloof, dan leeft iedereen in Wittenberg er maar op los... Ook Luther zag dat het Woord van het Evangelie zo weinig bij de mensen veranderde. De prediking liet bij de meesten bijna niets of helemaal niets na. Het ging daar net als zo vaak onder ons: toen het Evangelie werd gepreekt, waren er velen die zeiden: "Ha! Nu kan ik heel gemakkelijk zalig worden: ik hoef alleen maar in Christus te geloven en dan is alles in orde. Nu, dat doe ik natuurlijk..." En zo kwam er een goddeloze geest onder veel kerkgangers en gemeenteleden. Een probleem, waar Luther het zo ontzettend moeilijk mee kreeg dat hij een paar maanden ophield met preken. Hij schold ze zelfs van de kansel uit en zei: "Ik wil geen herder meer zijn van zulke zwijnen! Op zo'n manier kunnen jullie beter weer rooms worden." In november 1529 stopte hij ermee, omdat het volk ondanks alle preken van Luther en van zijn godzalige ambtsbroeders zich niet liet gezeggen. Dit waren buitengewoon moeilijke momenten in het leven van de grote kerkhervormer en hij raakte er meermalen door in een diep dal van aanvechtingen. Hoe kon het toch dat de zuivere en ernstige prediking van Gods Woord zo weinig vrucht droeg? Daarom ging hij ─ toen hij na enkele maanden weer de kansel beklom ─ meer nadruk leggen op de verhouding tussen 'geloof alleen' en 'godzalig leven'. Het eerste mag niet ten koste van het tweede worden gepreekt, want dan wordt er misbruik van gemaakt. Dit probleem vinden we na verloop van tijd niet alleen in Wittenberg, maar in heel het gebied van de Reformatie! Er was in de gemeenten slechts een kleine groep van ware Christenen, die werkelijk ernst maakte met Gods Woord. De man, die voor de keizer zo moedig stond, klaagde later in zijn gemeente: "Des te langer ik tot jullie preek, des te erger het wordt met allerlei zonden." Maar maakte deze leer zulke goddeloze Wittenbergers (of Nederlanders)? Nee, dat was niet de schuld van de leer van de rechtvaardiging alleen door het geloof in Christus en Zijn verdiensten. Maar het misbruik ervan is daarvan de oorzaak. Vraag en antwoord 64 zeggen dan ook niet dat er geen misbruik van deze goede leer wordt gemaakt, maar dat je het misbruik niet kunt verwijten aan de leer, de waarheid.

Dus, je moet twee dingen leren:

(1) wat zegt de Bijbel?

(2) hoe maak ik er een goed gebruik van?

Het ging in "De Catechisant" van november over vraag & antwoord 64. Hierin komen we in aanraking met de laatste aanval op de Reformatorische leer van de rechtvaardiging door het geloof. De tegenwerping of beschuldiging - zoals we in november zagen - was dat deze prediking mensen zorgeloos en goddeloos maakt. Deze tegenwerping wordt in vraagvorm aan de orde gesteld: of het niet zo is dat... De Catechismus antwoordt dan als volgt:

Nee. Want het is onmogelijk dat wie Christus door een waar geloof ingeplant is niet zou voortbrengen vruchten van dankbaarheid.

De uitdrukking 'goede werken' komen we in antwoord 64 niet meer tegen. Deze is vervangen door de omschrijving 'vruchten van dankbaarheid'. De nadruk bij het woord 'werken' ligt, zoals je wel aanvoelt, op onze activiteit. Bij het woord 'vruchten' ligt echter de nadruk juist op de activiteit van God. Het beeld van vruchten, versterkt door het woord 'ingeplant' doet ons denken aan de gelijkenis van Johannes 15. Daar zegt Jezus:

"Ik ben de ware Wijnstok, en Mijn Vader is de Landman."

Deze Wijnstok heeft twee soorten ranken. Er zijn ranken die in Christus geen vrucht dragen. Deze neemt Zijn Vader weg. En er zijn ranken die vrucht dragen. Deze reinigt Hij, opdat die meer vrucht dragen. In antwoord 64 wordt rekening gehouden met de mogelijkheid om in Christus, de ware Wijnstok, te zijn, zonder vruchten van dankbaarheid en toewijding te dragen. Daarom luidt antwoord 64 niet: het is onmogelijk dat wie Christus ingeplant is niet zou voortbrengen vruchten van dankbaarheid. Er staat een heel belangrijk stukje tussen: door een waar geloof. We kunnen een band met Christus hebben, die geen vrucht oplevert. Ranken in de Wijnstok, discipelen van Christus, kinderen van de profeten en van het verbond... En geen vrucht. Wat gebeurt met deze "gelovigen"? Ernstig klinkt het uit Jezus' mond:

"... men vergadert ze, en men werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand."

Wat is nodig om wél vruchtbaar te zijn? In vers 4 van Johannes 15 kunnen we het lezen:

"Blijft in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen van zichzelf, als zij niet in de wijnstok blijft; zo ook gij niet, als gij in Mij niet blijft."

Het geheim is een blijvende relatie, een blijvende band. Jezus onderscheidt en waarschuwt dus ernstig. We mogen er niet mee tevreden zijn dat we een zekere band met Hem hebben. Een "uitwendige" of tijdelijke verbinding aan Hem levert slechts het vuur op; het eeuwige vuur. Wat is zo'n onvruchtbare verbinding? De band van kerklidmaatschap of bekering van de zonde naar de deugd. Hoe goed het ook is om je van alle zonden af te keren en je toe te wijden aan een leven van deugdzaamheid..., het is op zichzelf niet zaligmakend. Daarom ligt er in antwoord 64 een zware nadruk op het wáre geloof als middel van vereniging met Christus. Hier ga ik nu niet verder op in, omdat dit in de volgende vraag weer aan de orde komt. Nu wil ik wat ingaan op die vruchten. We behandelen op bladzijden 2 & 3 de negenvoudige vrucht van de Geest, zodat ik verder daarnaar kan verwijzen, maar ik wil nu een ander aspect ervan noemen. Het staat in hetzelfde schriftgedeelte, Johannes 15, verzen 7 en 8:

"Indien gij in Mij blijft, en Mijn woorden in u blijven, wat gij wilt, zult gij begeren, en het zal u geschieden. Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt; en gij zult Mijn discipelen zijn."

Een vruchtbaar geestelijk leven - dat is: een leven in liefdesgehoorzaamheid aan Jezus en al Zijn geboden, in godzaligheid en toewijding aan God - én verhoring op je gebed hangen nauw samen. De apostel Johannes wijst daar ook op in zijn Eerste Brief, hoofdstuk 3 vers 21-22:

"Geliefden, als ons hart ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid tot God; en wat wij bidden, ontvangen wij van Hem, omdat wij Zijn geboden bewaren, en doen wat behaaglijk is voor Hem."

De Heere Jezus bedoelt net zomin als Johannes dat een vruchtbaar geestelijk leven een verdienstelijk karakter heeft. Wij kunnen niets verdienen van al Gods goede gaven. Toch is er een nauwe band. Hoe zit dat dan precies? Het gaat in het eerste stukje over dat ons hart ons niet veroordeelt. Hiermee wordt niet bedoeld dat iemand volmaakt is, maar dat hij oprecht is. Het gaat over ons geweten. Ons geweten wordt bepaald door het onderwijs uit de Bijbel. Als we op de juiste manier worden onderwezen, zal ons geweten ons bij elke zonde (in gedachten, woorden en daden) beschuldigen. Hebben wij ons gelovig aan de Zaligmaker overgegeven, dan weten we best dat we nog veel keren struikelen, maar dan weten we ook dat we eerlijk alle zonden haten en al Gods geboden liefhebben en dus willen gehoorzamen. Dát nu bedoelt Johannes. Het gaat, nogmaals, niet om volmaaktheid, maar om oprechtheid!

Echt geloof, dat zalig maakt, reinigt ons ook. Dan worden we eerlijk. Dan willen we met een onverdeeld hart voor onze Vader leven. Eerlijk belijden we dagelijks onze zonden, verbloemen en verbergen doen we ze niet meer. Vergoelijken en verkleinen evenmin. Tegelijk schuilen we met al onze onvolkomenheden bij de Heere Jezus en strijden we tegen de zonde. Dan kopen, huren, lenen en kijken we geen DVD-s die op welke manier ook Gods goedkeuring niet kunnen wegdragen - om maar in te spelen op wat momenteel gaande is in onze gezindte.

Ben jij door een waar geloof aan Jezus Christus verbonden? Dan is dit kenmerk in jouw hart aanwezig en laat jouw leven het ook zien: wij bewaren Zijn geboden en doen wat behaaglijk is voor Hem. Je geeft aandacht aan Gods onderwijs. Je let op Zijn bevelen. Je luistert naar Zijn stem. Je hunkert hartstochtelijk naar reinheid, eerlijkheid, zondeloosheid. Niet om er beter van te worden, maar omdat je jouw Hemelse Vader zo intens lief hebt. Lúkt het je elke dag om zo te leven? Niet ene dag! Maar wíl je het daarom ook niet ene dag? Toch wel: elke dag! Hoe komt dat? De Heidelbergse Catechismus zegt in antwoord 64: het is onmogelijk om géén vruchten te dragen. Hoezo? Omdat God er voor zorgt. Niet automatisch, ook niet ongemerkt, maar zoals God altijd met mensen omgaat: op een redelijke en persoonlijke manier. Hij verandert je wil, Hij buigt je verlangens, Hij vernieuwt je begeerteleven. Wat eerst een last voor je was, wordt nu een lust; wat eerst een lust voor je was, wordt nu een last. God toont je hoeveel liefde de gekruisigde Middelaar voor jou ten toon spreidt in Zijn onzegbaar zwaar en bitter lijden. Dat stuwt je hartstochten om Hem nooit meer verdriet te doen, maar steeds lief te hebben, te eren en te gehoorzamen.