Home Kernwoorden Psalmen Belijdenis Zingen UitlegBoeken
 
 
Algemeen
Uitleg psalmen
Digitaal schoolbord
Over de berijmingen
De Franse berijming
De Nieuwe Psalmberijming
Helpt u mee?
Over de Psalmen
Psalmen in de Bijbel
Hebreeuwse Poëzie - 1
Hebreeuwse Poëzie - 2
Hebreeuwse Poëzie - 3
Geweldsteksten
Psalm 42 en 43 - I
Psalm 42 en 43 - II
Goedertierenheid
Goddelozen en Zondaars
Lofzang van Maria
Video over de Psalmen (Engels)
Opinie
Onbekende psalmen
Aangeboren muzikaliteit
Psalmkeuze
Populaire psalmen
Aanpassen melodie
Tips gezin, school, kerk
Moeilijke melodieën
Zingen bij Calvijn
Gesprek over Onbekende Psalmen
Waak voor Wildgroei
Discussie 1773 gezindte-breed
Ingezonden
Rubriek ingezonden
Zingen van psalmen
Geschiedenis Psalmen
Meditatie over psalm 80
Verantwoording Meeuse
Aanhef psalmen
Theologie psalmen 1
Theologie psalmen 2
Tweestemmige Harmonisaties
Studie berijmingen
Over Psalmen gesproken! (1)
Over Psalmen gesproken! (2)
Over Psalmen gesproken! (3)
Over Psalmen gesproken! (4)
Catechisatieles
Catechismus vr. 1
Catechismus vr. 2
Catechismus vr. 3 en 4
Catechismus vr. 6
Catechismus vr. 10
Catechismus vr. 12
Catechismus vr. 13
Catechismus vr. 14
Catechismus vr. 15
Catechismus vr. 16
Catechismus vr. 17
Catechismus vr. 18
Catechismus vr. 19
Catechismus vr. 20
Catechismus vr. 21
Catechismus vr. 22
Catechismus vr. 23
Catechismus vr. 24
Catechismus vr. 25
Catechismus vr. 26
Catechismus vr. 28
Catechismus vr. 29
Catechismus vr. 30
Catechismus vr. 31
Catechismus vr. 32
Catechismus vr. 33
Catechismus vr. 35
Catechismus vr. 36
Catechismus vr. 39
Catechismus vr. 40
Catechismus vr. 42
Catechismus vr. 43
Catechismus vr. 45
Catechismus vr. 47
Catechismus vr. 49
Catechismus vr. 51
Catechismus vr. 52
Catechismus vr. 53
Catechismus vr. 54
Catechismus vr. 55
Catechismus vr. 56
Catechismus vr. 57
Catechismus vr. 58
Catechismus vr. 59
Catechismus vr. 60
Catechismus vr. 61
Catechismus vr. 62
Catechismus vr. 63
Catechismus vr. 64
Catechismus vr. 65
Catechismus vr. 66
Catechismus vr. 67
Catechismus vr. 68
Catechismus vr. 69
Catechismus vr. 70
Catechismus vr. 71
Catechismus vr. 72
Catechismus vr. 73
Catechismus vr. 74
Catechismus vr. 75
Catechismus vr. 76
Catechismus vr. 77
Catechismus vr. 78
Catechismus vr. 79
Catechismus vr. 80
Dordtse Leerregels
Hoofdstuk 1 artikel 1
Hoofdstuk 1 artikel 2
Hoofdstuk 1 artikel 3 en 4
Hoofdstuk 1 artikel 5
Hoofdstuk 1 artikel 6
Hoofdstuk 1 artikel 7 en 8
Hoofdstuk 1 artikel 10 en 11
Hoofdstuk 1 artikel 12
Hoofdstuk 1 artikel 15
Hoofdstuk 1 artikel 17
Hoofdstuk 2 artikel 1 en 2
Hoofdstuk 2 artikel 3
Hoofdstuk 2 artikel 5
Hoofdstuk 2 artikel 6
Hoofdstuk 2 artikel 7
Hoofdstuk 2 artikel 8
Hoofdstuk 3 artikel 1
Hoofdstuk 3 artikel 2
Hoofdstuk 3 artikel 3
Hoofdstuk 3 artikel 4
Hoofdstuk 3 artikel 5
Hoofdstuk 3 artikel 6
Hoofdstuk 3 artikel 7
Hoofdstuk 3 artikel 8
Hoofdstuk 3 artikel 9
Hoofdstuk 3 artikel 10
Hoofdstuk 3 artikel 11
Hoofdstuk 3 artikel 12
Hoofdstuk 3 artikel 13
Hoofdstuk 3 artikel 14
Hoofdstuk 3 artikel 15
Hoofdstuk 3 artikel 16
Hoofdstuk 3 artikel 17
Hoe moet ik omgaan met
Aalmoezen
Aanvechtingen
Achterklap
Afgoderij
Alcohol
Ambt
Antisemitisme
Atheïsme
Barmhartigheid
Bastaardvloeken
Beeldende kunst
Bekering
Bekommering
Belediging
Berusting
Biblicisme
Bijbel
Bijbelkringen
Bijbelverklaringen
Bijbelvertalingen
Bijgeloof
Buitenkerkelijk christendom
Catechisatie
Censuur
Chiliasme
Chiromantie
Concubinaat
Confessionalisme
Conflicten
Creationisme
Cultuur
Dans
Doodzonde
De Doop
Drift
Dromen
De duivel
Eenzaamheid
Eer
Eerlijkheid
Eeuwigheid
Egoïsme
Eigendom
Eigengerechtigheid
Emancipatie
Emotie
Ergernis
Erotiek
Evangelicals
Evangelie
Evangelisatie
Evolutietheorie
Exorcisme
Fanatisme
Feestdagen
Film
Flirten
Formulieren van eenheid
Fossielen
Frustratie
Fundamentalisme
Gastvrijheid
Gebed
Gebed des Heeren
Gebedsgenezing
Gebedsverhoring
Geboorteregeling
Geduld
Des HEEREN Lof
Johannes à Lasco (1)
Johannes à Lasco (2)
Johannes à Lasco (3)
Johannes à Lasco (4)
Johannes à Lasco (5)
Willem Farel (1)
Willem Farel (2)
Willem Farel (3)
Willem Farel (4)
Willem Farel (5)
Willem Farel (6)
Islam
Girolamo Savonarola
Petrus Datheen (1)
Petrus Datheen (2)
Johannes Calvijn (1)
Johannes Calvijn (2)
Johannes Calvijn (3)
Johannes Calvijn (4)
Maarten Luther (1)
Maarten Luther (2)
Maarten Luther (3)
Maarten Luther (4)
Maarten Luther (5)
Maarten Luther (6)
Maarten Luther (7)
Maarten Luther (8)
Maarten Luther (9)
Maarten Luther (10)
Ambrosius
Guido de Brès (1)
Guido de Brès (2)
Guido de Brès (3)
Guido de Brès (4)
Guido de Brès (5)
Guido de Brès (6)
Guido de Brès (7)
Guido de Brès (8)
Augustinus (1)
Augustinus (2)
Augustinus (3)
Augustinus (4)
Augustinus (5)
De Germanen
Abt Gregorius
Petrus Waldes (1)
Petrus Waldes (2)
John Wycliff
Johannes Hus
wat de bijbel zegt over
Abraham
Benauwdheid
De drie-eenheid (1)
De drie-eenheid (4)
De drie-eenheid (2)
De drie-eenheid (3)
De drie-eenheid (5)
De drie-eenheid (6)
De drie-eenheid (7)
De drie-eenheid (8)
De drie-eenheid (9)
De drie-eenheid (10)
De jeugd (1)
De jeugd (2)
De wederkomst
Elkaar vergeven (1)
Elkaar vergeven (2)
Gods Woord
Heersen
Hoop
Kastijding (1)
Kastijding (2)
Lankmoedigheid
Matigheid
Oefening
Rijkdom
Strijd
Toorn
Zachtmoedig
De Catechismus van Genève
Vraag 1 t/m 5
Vraag 6 t/m 14
Vraag 15 t/m 20
Vraag 21 t/m 29
Vraag 30 t/m 45
Vraag 46 t/m 49
Vraag 50 t/m 54
Vraag 55 t/m 59
Vraag 60 t/m 64
Vraag 65 t/m 72
Vraag 73 t/m 79
Vraag 80 t/m 87
Vraag 88 t/m 91
Vraag 92 t/m 100
Vraag 101 t/m 105
Vraag 106 t/m 110
Vraag 111 t/m 113
Vraag 114 t/m 125
Vraag 126 t/m 130
Vraag 131 t/m 135
Vraag 136 t/m 142
Vraag 143 t/m 157
Vraag 159 t/m 165
Vraag 166 t/m 184
Vraag 185 t/m 195
Vraag 196 t/m 199
Vraag 200 t/m 203
Vraag 204 t/m 207
Vraag 208 t/m 212
Vraag 213 t/m 216
Vraag 217 t/m 223
Vraag 224 t/m 232
Vraag 233 t/m 239
Vraag 240 t/m 252
Vraag 253 t/m 255
Vraag 256 t/m 259
Vraag 260 t/m 265
Vraag 266 t/m 295
Vraag 296 t/m 308
Vraag 309 t/m 323
Vraag 324 t/m 332
Vraag 333 t/m 339
Vraag 340 t/m 356
Vraag 357 t/m 373
Staan tijdens het bidden
Waar jij mee zit
Gospelmuziek
Onbekeerd na een kerkdienst
Gods berouw
De speelfilm
Gods eer boven eigen zaligheid
De naam HEERE in de Psalmen
Voor elkaar bidden
Vruchten van de wedergeboorte
Kringgebed
De verboden boom
Hoogmoed
Geen last van je zonden
Belijdeniscatechisatie
Rechtvaardiging en heiliging
Ben ik uitverkoren?
Genade onder voorwaarde
Popmuziek en housemuziek
De vergeving van zonden
Schriftuurlijke prediking
Zondigen tegen je wil
Jezus een hindernis
Het erkennen van zondeschuld
Moedeloosheid
Gods kinderen en God
Zondesmart
Boetvaardigheid
De doopbelofte
Geroepen tot predikant
Mensverheerlijking
Bijna-dood-ervaring
Een kind dat sterft
Opvoeden
De zonden haten
Computerspelletjes
Zonde tegen de Heilige Geest
Wat is bidden
De gemeenschap der heiligen
De echte en blijvende bekering
Vergeven bij een echtscheiding
Beloften voor onbekeerden
De Drie Verbonden
Troost ontvangen uit beloftes
Het Boek
Geloven in of aan Christus
Hoofdbedekking bij het bidden
Verbond maken met ogen
Gebedsverhoring
 

 

Sacramenten die in de kerk aan de orde komen als hulpmiddelen bij het geloof, en die de Heilige Geest gebruikt om het geloof dat Hij in je hart heeft gewerkt, te versterken – wat zijn dat eigenlijk? In antwoord 66 lezen we erover:

Vraag: Wat zijn Sacramenten?

Antwoord: Sacramenten zijn heilige zichtbare waartekenen en zegelen, door God ingezet, opdat Hij ons door het gebruik daarvan de belofte van het Evangelie des te beter te verstaan zou geven en verzege­len; namelijk, dat Hij ons vanwege het enige slachtoffer van Chris­tus aan het kruis volbracht vergeving der zonden en het eeuwige leven uit genade schenkt.

Het Latijnse woord sacrament heeft te maken met ‘heilig’. Sacramenten worden in antwoord 66 dan ook heilige tekenen genoemd. Heilig zijn ze omdat ze met een bijzonder doel worden gebruikt. In het avondmaal gaat het over gewoon brood en over gewone wijn, maar nu tot een bijzonder doel apart gezet, geheiligd. In de doop gaat het over gewoon water (leidingwater of rivierwater), maar nu tot een bijzonder doel apart gezet, geheiligd.

Vanaf de eerste eeuwen van onze jaartelling zijn in de christelijke kerk christelijke en heilige symbolen in gebruik geraakt. In de loop der eeuwen is het aantal formidabel geworden. Uiteindelijk heeft de roomse kerk zeven sacramenten overgehouden: 1. De heilige doop; 2. De confirmatie; 3. De biecht; 4. De communie; 5. De priesterwijding; 6. Het huwelijk; 7. Het laatste oliesel, of het sacrament der zieken. In de kerk van de Reformatie hebben wij twee sacramenten overgehouden: de heilige doop en het heilig avondmaal. Ik zal nu in het kort iets vertellen over de andere vijf sacramenten van de roomse kerk. Confirmatie betekent belijdenis doen. Op ongeveer zevenjarige leeftijd doen roomse kinderen belijdenis. Ze mogen dan ook deelnemen aan de communie, dat is het avondmaal, ook wel genoemd de eucharistie of de mis. Het woord ‘communie’ heeft te maken met ‘gemeenschap’: alle christenen samen vieren het avondmaal. Het woord ‘eucharistie’ komt uit het Grieks en heeft te maken met ‘danken’. We vinden dit woord in Mattheüs 26 vers 27, waar we over Jezus lezen:

“Hij nam de drinkbeker, en gedankt (Grieks: eucharisteo) hebbende, gaf hun die, zeggende: drink allen daaruit.”

Het woord ‘mis’ komt uit het Latijns en werd gebruikt om aan het einde van de kerkdienst aan te duiden dat nu het avondmaal zou worden gevierd. Alle niet belijdende leden, die dus ook niet zouden deelnemen, werd verzocht het kerkgebouw te verlaten, wat in het Latijns luidt missa est. De priesterwijding spreekt voor zich. Ook het huwelijk is bij de roomsen een sacrament. Hoe komt men daarbij? Omdat de apostel Paulus in Efeziërs 5, waar hij het heeft over het huwelijk én over de geestelijke huwelijkseenheid tussen Christus en Zijn gemeente, het woord sacrament gebruikt (in de Latijnse vertaling tenminste). Tenslotte is er nog het laatste oliesel, of het sacrament der zieken, waarmee de roomse kerk zegt hen te sterken die stervende zijn. We zullen dit alles nog verder zien in vraag en antwoord 68 waar het aantal sacramenten aan de orde komt. Nu gaan we verder met antwoord 66.

Het eerste wat opvalt bij de beschrijving van wat een sacrament eigenlijk is, is dat het zichtbaar is. Waarom heeft God ervoor gekozen om bij de geestelijke dingen een zichtbaar teken te geven? God heeft het niet nodig, dat snap je wel. Wij hebben het blijkbaar nodig. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis helpt Guido de Brès ons op weg. In de eerste zin van artikel 33, over de Sacramenten, lezen we:

Wij geloven dat onze goede God, acht hebbende op onze grovigheid en zwakheid, voor ons de Sacramenten heeft verordend / ingesteld…

Onze “grovigheid”, wat is dat nu? In het Latijns staat een woord dat we kunnen vertalen met afgestompt zijn, gevoelloos zijn. Zo zijn we meestal niet als het gaat over dingen van geld verdienen en plezier maken. Maar als het gaat over de Bijbel, Gods dienst en Woord, de dingen van onze ziel en de komende eeuwigheid, dan geldt het helaas wel dat we zo vaak gevoelloos zijn, afgestompt. We snappen het al gauw niet (meer). De preek is zo vaak te moeilijk… Ik herinner me een gezinnetje in Genemuiden dat alleen op zondag uit de Bijbel las. Op mijn vraag waarom, zeiden ze: het is zo’n moeilijk boek… Ik vroeg in opperste verbazing: helpt dat dan? Maar zo doen we nog al eens: in plaats van ons best te doen, laten we het er gemakkelijk bij zitten. Terwijl het toch niet over onbelangrijke dingen gaat. God is nu zo goed voor ons dat Hij ons tegemoet komt in onze ongevoeligheid / grovigheid. Hoe doet Hij dat? Hij gebruikt, net als je leraar op school, een “illustratie”. De beide sacramenten, doop en avondmaal, kun je illustraties noemen van Gods beloften. Sacramenten zijn méér dan illustraties of tekeningen (afbeeldingen). Het zijn ook zegels. Daarover gaat het volgende keer. Maar het zijn dus ook illustraties. In het eerste stukje van antwoord 66 lezen we nog een belangrijk kenmerk van een sacrament (wat ik uitgebreider aan de orde zal stellen bij vraag en antwoord 68, Deo volente), namelijk dat God ze heeft ingezet. Net als in de tijd van het Oude Testament Mozes niet zelf dacht: laat ik eens de offerdienst instellen als een mooie afbeelding van het werk van Christus als Lam Gods, net zomin mogen wij zelf bepalen wat geschikte afbeeldingen zouden zijn van Gods belofte in het Evangelie, namelijk de vergeving van onze zonden. God houdt zoveel van Zijn gemeente, Zijn volk, dat Hij Zelf twee “plaatjes” heeft uitgekozen om ons voor ogen te stellen wat Hij ons bedoelt te zeggen. Het woord dat de Catechismus hiervoor gebruikt is waarteken. Daarmee maakt de kerk van de Reformatie duidelijk dat de uiterlijke of zichtbare afbeeldingen ergens heen wijzen. Als iets een teken is, is het een teken ergens van. Doop en avondmaal hebben dus niet in zichzelf waarde, maar betekenen iets, verwijzen naar iets. Vraag en antwoord 67 gaat daar verder op in. Het woord waarteken heeft ook in zich de klank dat het echt waar is, een waarmerk. Het teken is dus absoluut geen vergissing of een zinloos iets. Wat God afbeeldt, is ook echt zo. Maar dat zien we volgende maand. Elke keer dat de doop wordt bediend, of het avondmaal, worden wij eraan herinnerd dat we niet zo fijnbesnaard en gevoelig zijn voor de dingen van God. We kunnen net als een klein kind of een domme leerling niet zonder een plaatje, een illustratie. Elke keer dat de doop wordt bediend, of het avondmaal, worden wij er ook aan herinnerd dat God zo mild is dat Hij in plaats ons te verwijten dat we zo stompzinnig zijn, een hulpmiddel geeft om Zijn oprechte belofte ons nóg duidelijker voor te stellen dan in de Bijbel en de prediking al gebeurt: Hij neemt wat water en zegt: kijk eens naar dat water…, zoals je met water je handen wast, zo wast het bloed van Christus de zonden af. Kijk eens naar dat brood…, zoals je door brood wordt gevoed, voed Ik jou door Mijn Zoon, het Hemelse Brood (Johannes 6).

 

Tekenen & zegels zijn de sacramenten. Een teken of illustratie verduidelijkt. Een zegel bevestigt. Je moet bij het woord zegel niet denken aan iets als een postzegel, maar aan een brief van de koningin, waaraan een zegel hangt of waarop een stempel staat. De koningin bevestigt daarmee dat de brief echt van haar afkomstig is. In de Bijbel vinden we onder andere de volgende voorbeelden: 1 Koningen 21 vers 8; Esther 3 vers 12; Jeremia 32 vers 10-11; Daniël 6 vers 17; uit het Nieuwe Testament nog: Mattheüs 27 vers 66. In antwoord 66 lezen we erover:

Vraag: Wat zijn Sacramenten?

Antwoord: Sacramenten zijn heilige zichtbare waartekenen en zegelen, door God ingezet, opdat Hij ons door het gebruik daarvan de belofte van het Evangelie des te beter te verstaan zou geven en verzege­len; namelijk, dat Hij ons vanwege het enige slachtoffer van Chris­tus aan het kruis volbracht vergeving der zonden en het eeuwige leven uit genade schenkt.

Verzegelen is dus: zekerheid geven dat het echt waar is. Wanneer wil je graag zekerheid? Niet als het over prullen gaat, over vodden en todden; wel wanneer iets van levensbelang aan de orde is. Het gaat bij sacramenten over levensbelangrijke dingen: de beloften van het Evangelie. Antwoord 66 vat al die evangeliebeloften samen onder twee hoofdzaken: vergeving van zonden en eeuwig leven. Wat denk jij? Zijn deze twee zaken van levensbelang, of horen ze bij de prullen? Natuurlijk weet je het goede antwoord. Maar kijk eens na in je eigen leven of het ook zo is, als het gaat over jouw praktijk van elke dag: hoe belangrijk vind jij dan de vergeving van je zonden? En wat betreft het eeuwige leven vraag ik: zie jij elke dag en alle dingen van elke dag in eeuwigheidslicht? Over de vergeving der zonden ging het in de vragen en antwoorden 56 en 60. Over het eeuwige leven ging het in de vragen en antwoorden 58 en 59. Daar ga ik dus verder niet op in. Het komt ook nog aan de orde in de volgende zondagsafdelingen. In antwoord 66 blijkt dat het niet maar alleen gaat over vergeving van zonden en eeuwig leven, maar dat het gaat over de vraag “Hoe krijg ik daar deel aan?” En dan ontdekken we twee dingen: God geeft het uit genade, dus niet uit verdienste. En Hij geeft het vanwege het enige slachtoffer van Christus aan het kruis. Met deze twee omschrijvingen kiest onze Catechismus positie tegen de roomse kerk. Ook in de roomse kerk gaat het over vergeving van zonden en eeuwig leven. Ook in de roomse kerk komt de vraag aan de orde: “Hoe krijg ik daar deel aan?” In de roomse kerk worden vergeving van zonden en eeuwig leven verbonden aan verdiensten en aan de kerk. In de roomse kerk is dan ook geen sprake meer van een wonder, en van afhankelijkheid. Ja, afhankelijkheid van de kerk, maar niet van God. En geen wonder, want wanneer vergeving wordt geschonken (mede) op grond van onze verdienste, is het vanzelfsprekend dat God vergeeft, of niet?

Wanneer het gaat over vergeving van zonden, en hoe ik daaraan deel krijg, is het mij onmogelijk te geloven dat God dit zonder enige verdienste van mijn kant geven wil. De belofte van het Evangelie beweert het toch. Anders gezegd: in het Evangelie belooft God het toch! Wanneer mijn geweten mij aanklaagt dat ik tegen alle geboden van God zwaar heb gezondigd, dat ik niet één ervan ooit heb gehouden, en dat ik nog steeds tot alle boosheid geneigd bent, dan begeer ik extra zekerheid om te durven geloven dat het werkelijk waar is: God vergeeft mijn zonden genádig. De Heere weet dat een schuldverslagen ziel (heb jij die ook?) niet durft en niet kan geloven dat de vergeving zo eenvoudig wordt ontvangen. God weet dat in ons roomse hart altijd de gedachte leeft: eerst moet ik iets beleven, eerst moet ik iets presteren, eerst moet ik iets bezitten, zoals berouw, verbrokenheid van hart, oprechtheid, kortom enige waardigheid of verdienstelijkheid. God zegt nu in elke doopbediening: Mijn evangeliebelofte is waar! God zegt ook in elke avondmaalsdienst: Mijn belofte is waar! Wat zou nu Gods bedoeling zijn wanneer Hij die belofte op deze manier zo zeker maakt? We vinden daarop een antwoord in artikel 33 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Lees maar mee: wij geloven dat onze goede God, acht hebbend op onze grovigheid en zwakheid, voor ons heeft ingesteld de sacramenten, om aan ons Zijn beloften te verzegelen, en om panden te zijn van Gods goedwilligheid en genade tot ons, en ook om ons geloof te voeden en te onderhouden. Het gaat dus om het voeden en onderhouden van ons geloof. Uiteindelijk wordt het geloof gevoed door Woord en gebed, terwijl doop en avondmaal hulpmiddelen zijn. Wanneer ons geloof niet zou worden gevoeld, is het net als een plantje dat kwijnt. Wat is God goed dat Hij zorgt voor de groeimiddelen! In vraag en antwoord 66 legt de Catechismus nadruk op het offer van Christus, dat het aan het kruis is volbracht. Dit offer wordt een slachtoffer genoemd. Christus is dus geslacht. Slachten heeft te maken met het recht van God. Dit betekent dat het offer van Christus te maken heeft met de betaling aan Gods recht. De sacramenten worden dan ook alleen maar van betekenis voor die mensen die dat recht van God leren kennen, en die dat recht van God leren aanvaarden; dus dit recht van God leren aanbidden. Weet jij wat dat recht van God inhoudt? Eigenlijk ligt hierin het hele Evangelie van het Oude en Nieuwe Testament verklaard. Wanneer God Zijn recht niet zou handhaven, zou de komst van Christus en Zijn lijden en sterven niet nodig zijn. Dan hadden wij geen Zaligmaker, geen Borg, geen Slachtoffer voor de zonden nodig. De sacramenten laten ons duidelijk zien hoe ernstig God jouw en mijn zonden neemt. Laten we deze les ter harte nemen. Elke keer wanneer jij jouw voorhoofd in de spiegel ziet, jouw gedoopte voorhoofd, word jij eraan herinnerd dat God jouw zonden zo ernstig neemt dat er geen andere mogelijkheid van zalig worden is dan door het enige slachtoffer van Christus.

Als schrijver van dit jeugdblad moet ik eerlijk mijn schuld belijden: doop en avondmaal veroordelen ook mij. Dit schrijven zelf veroordeelt mij. Ook ik neem de zonden veel te weinig ernstig. Ook ik raak gewend, of ben al gewend geraakt, aan de verkondiging van de gekruisigde Heere Jezus Christus. En wanneer wij eerlijk zijn, kunnen we toch niet anders dan veronderstellen dat dit God wel het diepst op Zijn hart moet trappen: dat we Zijn onuitsprekelijk grote Liefdesgave zo gewoon achten. Wij vinden het zo vanzelfsprekend, dat wij er amper aandacht aan schenken.

In het Oude testament zag je nog duidelijker in de sacramenten hoe ernstig God de zonden neemt: bij de besnijdenis vloeide het bloed van een acht-dagen-oud jongetje. Dit moet wel pijn hebben gedaan. Dit moet emotioneel een vader en moeder dus wel heel wat meer te zeggen hebben gehad, lijkt mij, dan de doop die geen pijn doet. Zo is het, denk ik, ook bij het Pascha. Vier dagen moest een joods gezin het paaslam in huis hebben, voordat het werd geslacht. Vier dagen lang zouden de kinderen met dat lam omgaan. Daarna kwam het mes: het bloed vloeide, het lam rochelde, de ogen braken, het dier stierf… En dit alles omdat onze zonden zo erg zijn. Wij hebben het ernaar gemaakt. De Nieuwtestamentische tekenen en zegelen van het genadeverbond zijn niet bloedig, maar de prediking ervan is niet minder ernstig – wees daarvan verzekerd!