Home Kernwoorden Psalmen Belijdenis Zingen UitlegBoeken
 
 
Algemeen
Uitleg psalmen
Digitaal schoolbord
Over de berijmingen
De Franse berijming
De Nieuwe Psalmberijming
Helpt u mee?
Over de Psalmen
Psalmen in de Bijbel
Hebreeuwse Poëzie - 1
Hebreeuwse Poëzie - 2
Hebreeuwse Poëzie - 3
Geweldsteksten
Psalm 42 en 43 - I
Psalm 42 en 43 - II
Goedertierenheid
Goddelozen en Zondaars
Lofzang van Maria
Video over de Psalmen (Engels)
Opinie
Onbekende psalmen
Aangeboren muzikaliteit
Psalmkeuze
Populaire psalmen
Aanpassen melodie
Tips gezin, school, kerk
Moeilijke melodieën
Zingen bij Calvijn
Gesprek over Onbekende Psalmen
Waak voor Wildgroei
Discussie 1773 gezindte-breed
Ingezonden
Rubriek ingezonden
Zingen van psalmen
Geschiedenis Psalmen
Meditatie over psalm 80
Verantwoording Meeuse
Aanhef psalmen
Theologie psalmen 1
Theologie psalmen 2
Tweestemmige Harmonisaties
Studie berijmingen
Over Psalmen gesproken! (1)
Over Psalmen gesproken! (2)
Over Psalmen gesproken! (3)
Over Psalmen gesproken! (4)
Catechisatieles
Catechismus vr. 1
Catechismus vr. 2
Catechismus vr. 3 en 4
Catechismus vr. 6
Catechismus vr. 10
Catechismus vr. 12
Catechismus vr. 13
Catechismus vr. 14
Catechismus vr. 15
Catechismus vr. 16
Catechismus vr. 17
Catechismus vr. 18
Catechismus vr. 19
Catechismus vr. 20
Catechismus vr. 21
Catechismus vr. 22
Catechismus vr. 23
Catechismus vr. 24
Catechismus vr. 25
Catechismus vr. 26
Catechismus vr. 28
Catechismus vr. 29
Catechismus vr. 30
Catechismus vr. 31
Catechismus vr. 32
Catechismus vr. 33
Catechismus vr. 35
Catechismus vr. 36
Catechismus vr. 39
Catechismus vr. 40
Catechismus vr. 42
Catechismus vr. 43
Catechismus vr. 45
Catechismus vr. 47
Catechismus vr. 49
Catechismus vr. 51
Catechismus vr. 52
Catechismus vr. 53
Catechismus vr. 54
Catechismus vr. 55
Catechismus vr. 56
Catechismus vr. 57
Catechismus vr. 58
Catechismus vr. 59
Catechismus vr. 60
Catechismus vr. 61
Catechismus vr. 62
Catechismus vr. 63
Catechismus vr. 64
Catechismus vr. 65
Catechismus vr. 66
Catechismus vr. 67
Catechismus vr. 68
Catechismus vr. 69
Catechismus vr. 70
Catechismus vr. 71
Catechismus vr. 72
Catechismus vr. 73
Catechismus vr. 74
Catechismus vr. 75
Catechismus vr. 76
Catechismus vr. 77
Catechismus vr. 78
Catechismus vr. 79
Catechismus vr. 80
Dordtse Leerregels
Hoofdstuk 1 artikel 1
Hoofdstuk 1 artikel 2
Hoofdstuk 1 artikel 3 en 4
Hoofdstuk 1 artikel 5
Hoofdstuk 1 artikel 6
Hoofdstuk 1 artikel 7 en 8
Hoofdstuk 1 artikel 10 en 11
Hoofdstuk 1 artikel 12
Hoofdstuk 1 artikel 15
Hoofdstuk 1 artikel 17
Hoofdstuk 2 artikel 1 en 2
Hoofdstuk 2 artikel 3
Hoofdstuk 2 artikel 5
Hoofdstuk 2 artikel 6
Hoofdstuk 2 artikel 7
Hoofdstuk 2 artikel 8
Hoofdstuk 3 artikel 1
Hoofdstuk 3 artikel 2
Hoofdstuk 3 artikel 3
Hoofdstuk 3 artikel 4
Hoofdstuk 3 artikel 5
Hoofdstuk 3 artikel 6
Hoofdstuk 3 artikel 7
Hoofdstuk 3 artikel 8
Hoofdstuk 3 artikel 9
Hoofdstuk 3 artikel 10
Hoofdstuk 3 artikel 11
Hoofdstuk 3 artikel 12
Hoofdstuk 3 artikel 13
Hoofdstuk 3 artikel 14
Hoofdstuk 3 artikel 15
Hoofdstuk 3 artikel 16
Hoofdstuk 3 artikel 17
Hoe moet ik omgaan met
Aalmoezen
Aanvechtingen
Achterklap
Afgoderij
Alcohol
Ambt
Antisemitisme
Atheïsme
Barmhartigheid
Bastaardvloeken
Beeldende kunst
Bekering
Bekommering
Belediging
Berusting
Biblicisme
Bijbel
Bijbelkringen
Bijbelverklaringen
Bijbelvertalingen
Bijgeloof
Buitenkerkelijk christendom
Catechisatie
Censuur
Chiliasme
Chiromantie
Concubinaat
Confessionalisme
Conflicten
Creationisme
Cultuur
Dans
Doodzonde
De Doop
Drift
Dromen
De duivel
Eenzaamheid
Eer
Eerlijkheid
Eeuwigheid
Egoïsme
Eigendom
Eigengerechtigheid
Emancipatie
Emotie
Ergernis
Erotiek
Evangelicals
Evangelie
Evangelisatie
Evolutietheorie
Exorcisme
Fanatisme
Feestdagen
Film
Flirten
Formulieren van eenheid
Fossielen
Frustratie
Fundamentalisme
Gastvrijheid
Gebed
Gebed des Heeren
Gebedsgenezing
Gebedsverhoring
Geboorteregeling
Geduld
Des HEEREN Lof
Johannes à Lasco (1)
Johannes à Lasco (2)
Johannes à Lasco (3)
Johannes à Lasco (4)
Johannes à Lasco (5)
Willem Farel (1)
Willem Farel (2)
Willem Farel (3)
Willem Farel (4)
Willem Farel (5)
Willem Farel (6)
Islam
Girolamo Savonarola
Petrus Datheen (1)
Petrus Datheen (2)
Johannes Calvijn (1)
Johannes Calvijn (2)
Johannes Calvijn (3)
Johannes Calvijn (4)
Maarten Luther (1)
Maarten Luther (2)
Maarten Luther (3)
Maarten Luther (4)
Maarten Luther (5)
Maarten Luther (6)
Maarten Luther (7)
Maarten Luther (8)
Maarten Luther (9)
Maarten Luther (10)
Ambrosius
Guido de Brès (1)
Guido de Brès (2)
Guido de Brès (3)
Guido de Brès (4)
Guido de Brès (5)
Guido de Brès (6)
Guido de Brès (7)
Guido de Brès (8)
Augustinus (1)
Augustinus (2)
Augustinus (3)
Augustinus (4)
Augustinus (5)
De Germanen
Abt Gregorius
Petrus Waldes (1)
Petrus Waldes (2)
John Wycliff
Johannes Hus
wat de bijbel zegt over
Abraham
Benauwdheid
De drie-eenheid (1)
De drie-eenheid (4)
De drie-eenheid (2)
De drie-eenheid (3)
De drie-eenheid (5)
De drie-eenheid (6)
De drie-eenheid (7)
De drie-eenheid (8)
De drie-eenheid (9)
De drie-eenheid (10)
De jeugd (1)
De jeugd (2)
De wederkomst
Elkaar vergeven (1)
Elkaar vergeven (2)
Gods Woord
Heersen
Hoop
Kastijding (1)
Kastijding (2)
Lankmoedigheid
Matigheid
Oefening
Rijkdom
Strijd
Toorn
Zachtmoedig
De Catechismus van Genève
Vraag 1 t/m 5
Vraag 6 t/m 14
Vraag 15 t/m 20
Vraag 21 t/m 29
Vraag 30 t/m 45
Vraag 46 t/m 49
Vraag 50 t/m 54
Vraag 55 t/m 59
Vraag 60 t/m 64
Vraag 65 t/m 72
Vraag 73 t/m 79
Vraag 80 t/m 87
Vraag 88 t/m 91
Vraag 92 t/m 100
Vraag 101 t/m 105
Vraag 106 t/m 110
Vraag 111 t/m 113
Vraag 114 t/m 125
Vraag 126 t/m 130
Vraag 131 t/m 135
Vraag 136 t/m 142
Vraag 143 t/m 157
Vraag 159 t/m 165
Vraag 166 t/m 184
Vraag 185 t/m 195
Vraag 196 t/m 199
Vraag 200 t/m 203
Vraag 204 t/m 207
Vraag 208 t/m 212
Vraag 213 t/m 216
Vraag 217 t/m 223
Vraag 224 t/m 232
Vraag 233 t/m 239
Vraag 240 t/m 252
Vraag 253 t/m 255
Vraag 256 t/m 259
Vraag 260 t/m 265
Vraag 266 t/m 295
Vraag 296 t/m 308
Vraag 309 t/m 323
Vraag 324 t/m 332
Vraag 333 t/m 339
Vraag 340 t/m 356
Vraag 357 t/m 373
Staan tijdens het bidden
Waar jij mee zit
Gospelmuziek
Onbekeerd na een kerkdienst
Gods berouw
De speelfilm
Gods eer boven eigen zaligheid
De naam HEERE in de Psalmen
Voor elkaar bidden
Vruchten van de wedergeboorte
Kringgebed
De verboden boom
Hoogmoed
Geen last van je zonden
Belijdeniscatechisatie
Rechtvaardiging en heiliging
Ben ik uitverkoren?
Genade onder voorwaarde
Popmuziek en housemuziek
De vergeving van zonden
Schriftuurlijke prediking
Zondigen tegen je wil
Jezus een hindernis
Het erkennen van zondeschuld
Moedeloosheid
Gods kinderen en God
Zondesmart
Boetvaardigheid
De doopbelofte
Geroepen tot predikant
Mensverheerlijking
Bijna-dood-ervaring
Een kind dat sterft
Opvoeden
De zonden haten
Computerspelletjes
Zonde tegen de Heilige Geest
Wat is bidden
De gemeenschap der heiligen
De echte en blijvende bekering
Vergeven bij een echtscheiding
Beloften voor onbekeerden
De Drie Verbonden
Troost ontvangen uit beloftes
Het Boek
Geloven in of aan Christus
Hoofdbedekking bij het bidden
Verbond maken met ogen
Gebedsverhoring
 

 

Bij de behandeling van de Heidelbergse Catechismus hebben we gezien, dat de Catechis­mus een begin heeft gemaakt met de uitleg van de Twaalf Artikelen, of het Apostolicum. Deze Twaalf Artikelen kunnen we in drie delen onderverdelen (zoals vraag en antwoord 24 ons heeft geleerd). Het eerste deel gaat over God de Vader en onze schepping. Dat is nu met de vragen en antwoorden 26 tot en met 28 afgerond. We zijn nu toe aan het tweede onderdeel van de Twaalf Artikelen, waarin het gaat over God de Zoon en onze verlossing. In zondag 11, vraag en antwoord 29, komt het volgende aan de orde:

Vraag: Waarom wordt de Zoon van God Jezus, dat is Zaligmaker, ge­noemd? 

Antwoord: Omdat Hij ons zalig maakt en van al onze zonden verlost, daarnaast dat bij niemand anders enige zaligheid te zoeken of te vinden is.

Het gaat over de Naam Jezus. In de tijd van het Nieuwe Testa­ment een gewone, een alledaagse naam. Vele jongens heetten zo. We weten dat een Joodse man op het eiland Cyprus Bar-Jezus heette. Dat betekent: zoon van Jezus. En in Hebreeën 4 kunnen we in sommi­ge bijbeluitgaven lezen dat Jozua Jezus wordt genoemd. Dat komt, omdat de Hebreeuwse naam Jozua in het Grieks Jezus luidt. Dus Jezus, de Zoon van Maria, heette voor Zijn Hebreeuws-spre­kende plaatsgenoten: Jozua. De naam Jozua is in het Hebreeuws een samenstelling van Jehovah (afgekort: Jo) en shua, wat verband houdt met een woord dat `redden / verlossen' betekent. Wanneer dan ook de Redder / Zaligmaker der wereld (zo noemen de inwoners van Sichar Hem, Johannes 4 vers 42) een Naam moet ontvangen, zegt de engel in de droom tegen Jozef, dat Hij Jezus moet worden genoemd. En de reden is: Want Hij zal Zijn volk zaligmaken / verlossen van hun zonden. De Zoon van God krijgt een Naam, niet om Hem te onder­scheiden van anderen, want er is ─ zo zegt Petrus tegen het sanhedrin, Handelingen 4 vers 12 ─ maar één Naam onder de hemel aan de mensen gegeven, waardoor de zaligheid kan komen en waardoor Gods kinderen zalig moeten en mogen worden. Waarom krijgt dit Jongetje dan bij Zijn besnijdenis een Naam? Om Hem aan ons bekend te maken. Bij Jezus is het zo, dat Zijn Naam iets zegt over Zijn Persoon en werk. Dat is met onze namen heel anders. Iemand kan een prachtige naam hebben met een heel goede betekenis, terwijl hij als persoon vreselijk slecht is. Maar als God aan Zijn Zoon een Naam geeft, maakt Hij daardoor bekend, Wie Zijn Zoon is en wat Hij doet. Verder: nu Hij een Naam draagt, geeft dit ons de mogelijkheid om Hem aan te roepen. Als we in de Bijbel eens rustig zouden bestuderen, wat er allemaal staat over de Naam van God, hoe de Heere het bedoelt, wanneer Hij Zichzelf een Naam geeft en wat Hij ons ermee vertelt ─ dan zouden we verheugd zijn, wanneer we horen dat Gods Zoon ook een Naam draagt. Ik geef een voorbeeld met betrekking tot een heel andere Naam van Jezus, namelijk dat Hij heet `de Zoon van David'. We lezen dat de Kananese vrouw Hem bij deze Naam aanroept. Zij ontleent aan deze Naam vrijmoedigheid om tot Hem te komen en om op Hem en Zijn goedheid te hopen. Het kan niet anders, wil ze als het ware zeggen, of Iemand met zo'n heerlijke Naam, stelt niet teleur en maakt niet beschaamd! Zo nu moeten en mogen wij, als arme zondaren en verdoemelijke adamskinderen, ook met de Naam Jezus omgaan. God wilde juist deze Naam aan Zijn Zoon geven om ons vrijmoedigheid te geven, hooggespannen verwachtingen jegens Hem te koesteren. Wij zijn na zoveel eeuwen eraan gewend, dat Maria's Zoon Jezus heet. Maar laten we het nooit gewoon vinden. Laten we het als een verblijdend voorrecht beschouwen, dat we Hem bij deze betekenis­volle Naam mogen kennen. Dat Hij is, zoals Hij heet; en dat Hij metterdaad bewijst dat Hij zo is: Zaligmaker, Redder, Verlosser, Bevrijder. Maar nu moeten we wel even pauzeren en onszelf de vraag stel­len: is voor mij deze Naam ook zo betekenisvol? Heb ik dan juist Iemand nodig Die Zaligmaker is, Die mij redt? Bevind ik mij dan in zo'n groot gevaar en kan ik mijzelf daar niet uit redden? Ons woord `zalig' betekent meer dan alleen redden van het ver­derf. Dat is met het Griekse woord `sooidzoo' ook zo. Mijn woor­denboek geeft aan: redden van het verderf na de dood en behou­den voor het eeuwige leven. En dat is het, wanneer in antwoord 29 het woord `zaligmaken' staat, dan gaat het om meer dan alleen het redden van het verderf. Volgende keer zal ik er DV verder op in gaan, maar nu wil ik je nog iets vragen.

             `Heb jij werk voor Jezus te doen?'

Zijn werk is immers zaligmaken of redden? Weet jij, besef jij in hoe groot gevaar je bent? Wanneer je het gevaar niet in­ziet, wat moet je dan met Hem, Wiens Naam is Jezus? Wat kan Hij dan voor je betekenen? Als je een lekke dakgoot hebt, ga je niet naar de dokter en als je een verwonde voet hebt, ga je niet naar de opticien. Zo is het nu ook met Hem, Die van Zijn Vader de Naam Jezus kreeg. Hij is zoals Hij heet: Redder uit gevaren, Verlosser uit gevangenis en Bevrijder uit slavernij. Bij Spurgeon las ik eens de volgende opmerking: de meest ellen­dige slaaf kan niet zo ellendig zijn als ik ben geweest, toen ik mij nog in de slavernij van satan bevond ... Kijk, als de duivel jou niet kwelt en als zijn dienst jou nog geen last is, wat wil je dan met de Heere Jezus? Dan kon Hij ─ wat jou betreft ─ jouw deur wel voorbij gaan, is 't niet? Nou ja, zo grof zeg je het natuurlijk niet. Maar wees eens eer­lijk! Ligt het ten diepste niet zo? Alleen voor een jongere die het niet uit kan houden in de dienst van satan, wereld en zonde is de Naam Jezus een blijde, hemelse muziek. Vraag God om door Zijn Heilige Geest jou zó te bearbei­den, zó te overtuigen, dat je je nood en ellende recht en grondig inziet. Opdat je werk hebt voor Jezus. Heb jij de Heere Jezus Christus in jouw hart ontvangen (Efeziërs 3 vers 17)? Woont Hij met Zijn Vader in jou (Johan­nes 14 vers 23)? O, wat een onuitsprekelijk groot wonder! Wees zorgvuldig om Hem niet uit je hart te laten vertrekken, zoals Bunyan beschrijft in zijn boek `De heilige oorlog', waarin stad `Mensziel' Vorst Immanu­el binnen de poorten heeft, maar doordat ze onachtzaam worden en slordig gaan leven en zonden toelaten, verdwijnt Hij, zonder dat ze het merken ...!

Vraag: Waarom wordt de Zoon van God Jezus, dat is Zaligmaker, ge­noemd? 

Antwoord: Omdat Hij ons zalig maakt en van al onze zonden verlost, daarnaast dat bij niemand anders enige zaligheid te zoeken of te vinden is.

Wat betekent `zalig maken'? Het is redden van het grootste kwaad en brengen tot het hoogste goed. We worden gered van hel en zonde; en we worden gesteld in de verzoende gemeenschap met God. We. Is dat zo? Geldt dit ook voor jou? Is Jezus jouw Zaligmaker? Niet alleen in die zin, dat Hij door Zijn Vader is aangesteld als de enige Zaligmaker van heel de wereld. Maar nu ook in die zin, dat jij Hem door het geloof hebt aangenomen (Johannes 1 vers 12)? Als het zo is, dan geldt: jij bent verlost van hel en zonde en jij bent gebracht tot de verzoende gemeenschap met God. Als wij niet weten wat de hel inhoudt, zullen we het verlost worden daarvan ook niet waarderen. Als je nog niet weet wat de hel inhoudt, mag je het de Heere wel vragen om jou te leren hoe groot de ellende is, waaruit je verlost moet worden. En ook als je er iets van hebt mogen en moeten leren, hoe vreselijk de toorn van God is over alle zonden van jou en mij ..., dan mag je nog wel vragen om er altijd weer opnieuw een levende indruk van te mogen hebben, waaruit je verlost bent. Dan blijft het werk van Jezus Christus steeds weer en wordt het ook steeds meer een wonder en leidt het steeds verder tot diepe verwondering, hoogachting en waardering. Dit geldt allemaal eens te meer ten aanzien van het nog grotere wonder van de verlossing van de zonden. Als we niet hebben beleefd wat zonde is, hoe erg, hoe God-onterend, hoe gruwelijk, hoe walgelijk ..., dan zullen we het nooit bevatten en nooit kunnen waarderen, dat er van de heilige en zondeloze Zoon van God staat geschreven, dat God Hem tot zonde heeft gemaakt (II Corinthiërs 5 vers 21). Dan verstaan we nooit dat de toorn van God tegen onze zonden zo groot is, dat Jezus Christus zó zwaar moest lijden, moest boeten en moest sterven. Daarom, zullen de woorden van de Heidelbergse Catechismus over de Naam Jezus niet leeg en betekenisloos voor ons zijn, dan moeten we iets verstaan (door het inwendige werk van de Heilige Geest) van onze diepe val, van onze zondeschuld en verlorenheid. Maar de Catechismus legt er de nadruk op, dat de Naam Jezus betekent dat Hij ons van al onze zonden verlóst. Wij moeten van de schuld der zonde verlost worden en van de smet of kracht der zonde, zullen we ooit eens voor eeuwig van het wezen der zonde verlost zijn. In de eerste plaats: verlost van de schuld der zonde. Zonde is schuld tegenover God. Wij hebben God op het hoogst misdaan. We hebben Hem beledigd, onteerd, gekrenkt. Deze schuld moet worden betaald. Hoe kom ik van mijn schuld af? Door te betalen. Welnu, dat is een zeer belangrijk deel van het plaatsvervangende of borgtochtelijke werk van Hem, Wiens Naam is Jezus. Het tweede is, dat we verlost worden van de smet of de kracht (ook wel genoemd de heerschappij) der zonde. Dit is ook het werk van Jezus Christus; nu in het leven van de heiligmaking. Denk aan die treffende omschrijving van antwoord 86 van onze Catechismus. Daar staat: nadat Christus ons met Zijn bloed heeft gekocht en vrijgemaakt, vernieuwt Hij ons ook door Zijn Heilige Geest. Wanneer Jezus Zijn Naam in ons waar gaat maken, worden wij verloste mensen. Mensen die al meer van de smet der zonde verlost worden. O, wat een heerlijk genadegeschenk: niet alleen van de schuld, maar ook van de vuile, stinkende smet der zonde te worden verlost. Als onze zonde ons tot walging en smart is geworden, wensen we dit aspect van het verlossingswerk van Jezus Christus niet minder te beleven dan het schuldvergevende aspect. Daarom gaan we bidden om de krachtige doorwerking van Christus' Geest in ons hart om ons tot lidmaten van Christus te heiligen, zodat we in een godzalig, onstraffelijk leven gaan wandelen, onze oude natuur doden en Gods wil en Wet beminnen. Er is geen grotere vreugde dan van de zonde te worden verlost. Eerst van de schuld, zodat de liefde van God in ons hart wordt uitgestort! Dan ook van de smet, zodat wij onze liefde en dankbaarheid in praktijk kunnen brengen en bewijzen. We zullen in dit leven wel nooit helemaal van de schuld verlost zijn. Anders zou Jezus Zijn leerlingen niet hebben geleerd dagelijks te vragen: `Vergeef ons onze schulden.' Zo geldt ook: we zullen in dit leven wel nooit helemaal van de smet en kracht of heerschappij der zonde verlost worden. Nu ja, van de wettige heerschappij der zonde wel. Maar van de aanvallen en verleidingen der zonden toch niet. We voelen de kracht van ons boze vlees. We treuren onder de walging van de zondesmet. En des te meer we worden onderwezen en geleid door Gods Geest, des te beter zicht krijgen we op die vuile bron van al onze wanbedrijven ... Toch betekent dit niet dat in het leven der heiligmaking de zonde meer wordt. Juist niet. Maar de fijngevoeligheid voor allerlei zonden wordt groter; en de blikscherpte op alle ritselingen van ons vlees wordt groter. Dat betekent dus: we voelen ons groter zondaar worden, hoewel we metterdaad minder zonden doen. En we gaan bij tijden en ogenblikken ernaar verlangen (zoals Paulus in Romeinen 7 vers 24 uitroept): "Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood?" Dus van het wezen van de zonde verlost ... En we gaan door het geloof jubelend met hem instemmen: "Ik dank God door Jezus Christus, onze Heere."

Tenslotte staat er nog een reden vermeld waarom Gods Zoon Jezus heet. Waarom Hij alléén Jezus kan en mag heten. De Catechismus gaat in vraag en antwoord 30 hierop verder in, maar zegt het nu ook al vast: omdat bij niemand anders enige zaligheid te zoeken of te vinden is. Waarom staat dit er zo uitdrukkelijk bij vermeld? Omdat het een aangeboren en erfelijke afwijking van ons allen is, dat we de zaligheid steeds weer bij iemand anders zoeken. We hebben wel genoeg aan de Heere Jezus. En toch ...! We hebben buiten Hem niemand en niets meer nodig om behouden te worden en van al onze zonden bevrijd te worden. En toch ...! Wat zien we? Wij, mensen, wijken steeds weer af van de enige Zaligmaker en fabriceren er ons anderen bij. Hoe leert de Heere ons dit af? Op twee manieren: met harde en met zachte hand, door recht en liefde. In de eerste plaats door ons zielsbevindelijk muurvast te laten lopen met alles en allen buiten Christus. Een pijnlijke en smartelijke ervaring. O, wat blijken we hardleers! Ten tweede door ons zo te overweldigen met de volkomen schoonheid, algenoegzaamheid en genadige liefde van de Heere Jezus, dat we niets en niemand meer wensen buiten Hem!